Over stromannen en ouwe besjes

De drie staan als ouwe wijven met elkaar te kletsen. Over hoe de zaken gaan, het weer, over ons en – natuurlijk, want daar komen ze voor – ons dak. Tenminste: dat dénk ik. Want ik versta er geen snars van. Ze mompelen binnensmonds door elkaar heen in het plaatselijke dialect en heel af toe vang ik een woord op dat ik ken.

Het grappige is als Jaap en ik iets tegen elkaar zeggen in het Nederlands, de oudste van de drie ons lijkt te verstaan. Hij reageert tenminste adequaat, en het gekke is dat zolang hij rustig praat, wij hem dan wél enigszins kunnen verstaan. Dat biedt perspectief voor de toekomst. Gewoon plat proat’n, dan kom’n we ’neul end.

Hans, de huiseigenaar, heeft op ons verzoek enkele rietdekkers uitgenodigd om een offerte te komen maken voor een nieuw dak. Deze mensen komen bij hem uit de buurt, hij kent ze, dus het is ouwe-jongens-krentenbrood en gezelligheid-kent-geen-tijd. Al keuvelend lopen we met z’n allen om het Gele Huis heen, de rietdekkers al keurend, knijpend en prikkend (in het dak) en metend. Na het rondje buiten volgt de inspectie aan de binnenkant.

De mannen gaan naar binnen, ik blijf buiten: met z’n vijven op de hems wordt wel erg vol. Ik hoor ze even later praten alsof ze naast me staan. We zien het strodak met de jaren slinken. De ‘hals’ van de schoorsteen komt als bij paradontitis steeds meer bloot te liggen.

Bij aankomst hier, een week geleden, vonden we een baksteen op de deksel van de beerput, enkele meters van de achtergevel van het huis vandaan. Hij bleek uit de schoorsteen afkomstig, als een uitvallende tand. Het wordt tijd dat het verval een halt toegeroepen wordt, dat we deze gele dame een waardige oude dag gaan bezorgen.

Het rieten dak blijkt zo’n 45 tot 50 jaar oud te zijn; het oudste nog functionerende strodak in de hele regio, horen we een dag later van een andere rietdekker. Zijn bijnaam is Per Strå (spreek uit als: Stro), zo lezen we op zijn bedrijfskleding; Riet-Piet, zeg maar. Ons dak is door zijn grootvader gelegd; hij heeft het ambacht van hem geleerd. Hij spreekt behalve Engels ook uitstekend Duits, dus het communiceert wat makkelijker dan gisteren.

Als we met Hans nog even napraten vraagt hij ons of we wel heel zeker weten dat we een nieuw rieten dak willen. Want dat is wel heel duur, vergeleken met een paptag (bitumen dak), een zinken dak of een pannendak. Dat laatste kunnen we kort over zijn: dat zou zo zwaar worden dat de complete dakconstructie vernieuwd zou moeten worden en dan nog zouden we moeten duimen dat de muren niet bezwijken onder het gewicht. Maar ook de andere opties zijn geen alternatief voor ons. We zullen wát concessies moeten doen, maar verder willen we toch vooral renoveren met behoud van het oorspronkelijke karakter van het huis.

Op de site van één van de stromannen lees ik ’s avonds een lyrische tekst.

Ik wil graag geloven dat een meerderheid van de mensen die zo’n 60 tot 70 jaar geleden hun jeugd op het platteland doorbrachten, goede herinneringen hebben aan witgepleisterde huisjes of boerderijtjes, met een rieten dak en een weelderige bloementuin in een zomers groen landschap. Ik geloof ook zeker dat dit soort herinneringen een gevoelige snaar raken.

We hadden lage balkenplafonds, en kleine raampjes waardoor we voor het eerst de wereld aanschouwden waarop we een meer of minder succesvol leven zouden gaan leiden. Hoe gezellig en mooi was het toen in het glooiende Deense landschap…

Af en toe zie je nog wel eens zo’n oud huis, dat nog niet verpest is door een meer of minder gelukte poging tot modernisering. Ze liggen vaak op vredige, verstilde plekjes, enigszins verscholen. In de tuin vol ouderwetse hoevebloemen (1) zie je dan soms een oude vrouw kruisbessen plukken, of vlierbessen. Op de achtergrond wuivende graanvelden op de golvende heuvels. Als ik vandaag de dag zo’n boerderijtje zie, met een rieten dak dat bijna tot op de grond reikt, met mooi wit gepleisterde muren en een ouderwetse boerentuin, ben ik dankbaar dat de eigenaar respect heeft voor het karakter van zijn onderkomen.

Ik zou er bijna het Gele Huis wit om gaan pleisteren, maar ja: het Witte Huis, dat klinkt toch meteen een stuk minder hyggelig. Of die planken die we ter isolatie aan een deel van de noord- en oostgevel hebben aangebracht in zijn ogen vallen onder ‘meer’ of ‘minder gelukt’ zullen we wellicht ooit nog eens horen. Maar voor de rest zie ik het wel zitten: mezelf als oud besje tussen de kroezels, de vlieren en de gammeldags blomster (1).

Advertenties

20 gedachtes over “Over stromannen en ouwe besjes

  1. Het zou zonde zijn om er geen riet op te leggen… het weelderige kapsel van het huisje. Een plat kapsel aanmeten zou vermoedelijk niet passen bij het karakter.
    Ik heb altijd gedroomd van een huis met een rieten dak. Hier in de streek zijn een paar oude huisjes gerenoveerd en voorzien van een nieuw rieten dak. Echt prachtig hoor. Daar droom ik ook van.

    Like

    1. Wat je zegt: geen plat kapsel hier 🙂 Het was mijn moeders droom ook: een huisje met een rieten dak aan zee… (dus ik denk vaak aan mijn moeder hier). Zoals die ene rietdekker het ook omschreef, het geeft een soort nostalgisch, romantisch gevoel – en dat is hier op deze soms wat ‘barre’ plek helemaal niet verkeerd. Een beetje zachtheid in het harde bestaan hier, ‘hier aan de kust, de Deense kust’… 😉 Fijne zondag!

      Liked by 1 persoon

  2. Zo grappig dat dingen die vroeger armoedig waren, nu luxe zijn. Of luxe… je snapt het wel. Net als gras op het dak hier. Vroeger isolatie voor armemensenhuisjes maar nu duur omdat de muren veel steviger moeten zijn. Het rieten dak is prachtig!

    Liked by 1 persoon

    1. Ja, ik snap het. Heeft ook wel iets met een soort nostalgie te maken denk ik. Een besef in de trant van dat vroegâh misschien niet alles beter was, maar misschien ook helemaal zo slecht nog niet… wij houden in ieder geval lekker een rieten dak! 🙂

      Like

    1. Ja, zonnepanelen op een rieten dak gaat ‘m niet worden. Nu is zon hier sowieso niet de meest voor de hand liggende natuurlijke energiebron, maar wind, en zullen we eerder aandelen in nieuwe (grote, nog te plaatsen) windmolens nemen dan dat we op ons eigen erf iets laten neerzetten. Ten eerste is het erf te klein 🙂 en ten tweede maken wij de terugverdientijd dan niet meer mee en ons bint suunig hoor! 😀

      Like

  3. Wat een oud dak! Ik vind het een heel waardige leeftijd voor riet.
    Wij hoorden pas dat er ook iets van kunstriet schijnt te bestaan, dat isoleert nog beter, schijnt heel duurzaam en is, zegt men, net zo mooi als ‘gewoon’ riet. We moeten ons er nog verder in verdiepen hoor. Het ‘kunst’ element staat mij tegen, ik ben ook pro natuurlijke materialen, het duurzame en energiezuinige spreekt weer voor…
    Bitumen….wat een landschapsverdriet…ligt hier ook op verl boerderijen. Of golfplaten 😵
    Riet is wel het mooiste dat er bestaat….
    Ik ben benieuwd naar wat het gaat worden met jullie hyggelige gele huis 💛

    Liked by 1 persoon

    1. Kunstriet?! :O Tja, waarom ook niet eigenlijk. Van alles is er wel een ‘kunst’ variant, maar mijn eerste reactie is ook: nee, laat maar, hoor… Ja, hier liggen oude (en inmiddels verlaten) boerderijen vaak ook vol met golfplaat, zo erg… Op het hyggelige gele huis komt zeker weer riet, maar we weten nog niet of dat Deens riet, Oekraiens riet of Chinees riet wordt… Keuzes, keuzes…. 😉

      Liked by 1 persoon

      1. Die weerstand voel ik ook… Ik ben zo benieuwd, ben er van overtuigd dat het mooi wordt. Deens riet is wel de top van hyggeligheid natuurlijk. En weinig transport. Maar weet weer niet hoe zwaar dat de omgeving belast. Alles heeft een keerzijde… Keuzes…ja… 😉

        Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s