WE ZIJN VERHUISD

Dat was de titel die ik begin van deze maand al in mijn hoofd had voor dit blog, toen ik even de stekker eruit trok. Eind maart gebeurde er ineens van alles tegelijk met de buren, wat ons danig van slag maakte. En deels zijn we dat nog steeds.
Bijvoorbeeld ons vaste wekelijkse boodschappenmoment met bejaarde buurman is nu een willekeurig-tijdstip-willekeurige-dag-afhankelijk-van-het-weer-fietstripje met z’n tweetjes geworden. Buurman woont hier namelijk niet meer – zijn wens om aan de buitenkant van Denemarken te kunnen sterven is niet in vervulling gegaan. Hij verblijft nu in een revalidatiecentrum aan de binnenkant van het land, en zal niet meer terugkeren.
De weken voorafgaand aan zijn vertrek hebben we veel met hem meegemaakt wat ons niet in de kouwe kleren ging zitten. Op datzelfde moment kreeg onze nieuwe buurvrouw zodanige kuren in onze richting, dat we besloten ons boeltje te pakken hier. Het was in eerste instantie een rust-brengend gevoel – dat we niet aan het Gele Huis en de plek hier vastgebakken zitten. Dat we nog de energie en de zin hebben ergens anders gewoon overnieuw te beginnen.
Vanwege de toestand in de wereld hadden we al eens huizen bekeken boven de poolcirkel in Zweden. Van die schattige rode, houten huisjes. Lekker ver weg van al het gedoe, off grid, off line. Waar je nog een normaal leven kunt leiden zonder mundbler of coronapas of testen om te bewijzen dat je wel helemaal gezond bent. Maar: dat was voor nu een droom te ver.
Dus begonnen we eerst maar eens heel serieus gewoon in Denemarken ons nieuwe droomhuis te zoeken. We vonden al snel enkele kanshebbers. Maakten een lijstje, een routeplan, en gingen op stap. We kwamen op bekende en geliefde plekken (nog iets noordelijker in Jutland), en op geheel nieuwe en onbekende locaties.
Als het huis en de plek goed voelde, maakten we een afspraak met de makelaar om opnieuw en deze keer ook IN het huis te kunnen kijken. We lazen ‘toestandsrapporten’, energierapporten en andere rapporten over elk huis. We lieten een makelaar komen om óns huis te laten taxeren – wel zo handig om een richtlijn te hebben voor wat we te besteden hadden. Dat viel niet tegen. Alles wat we verbeterd hebben aan het Gele Huis, wordt gewaardeerd – en ook dát was een rust-brengend gevoel. We zitten hier, ook financieel, niet vastgebakken.
Het plussen en minnen begon. Elk huis werd aan een minutieus onderzoek onderworpen. Wat moet er aan grote investeringen worden gedaan? Nieuw dak? Nieuwe (dubbelglas) ramen? Oliekachel laten vervangen door iets milieuvriendelijkers? Wat kunnen we zelf? Wat biedt dit huis aan extra’s ten opzichte van het Gele Huis? Meer ruimte? Mogelijkheid om een eigen galerie te beginnen? Meer rust, of juist – bij één huis – meer sociale interactie omdat het zowel aan de fjord als aan de rand van een dorp ligt?
De vragen die we onszelf stelden werden steeds moeilijker. Of misschien: de antwoorden daarop. Het grove filter werd steeds fijnmaziger. Steeds meer huizen vielen af. Want: te ver lopen van slaapkamer naar toilet. ’s Nachts wil ik geen hele wandeling hoeven maken en wat dit betreft zijn we in het Gele Huis verwend. Het is vijf stappen. Zowel in huis als wanneer we in de tent slapen 😉
Tenslotte kregen we het laatste duwtje wat we nodig hadden van Epictetus, via Gerlinde.

Of:

Het vervolg lees je binnenkort 🙂