Doen wat je leuk vindt

‘Over bewuste keuzes’ staat er boven dit blog, en dat betreft niet alleen onze keus om het volle, drukke Nederland achter ons te laten en de leegte en de rust van een simpel leven te zoeken in het noorden van Denemarken. Ook qua werk hebben we allebei bewust gekozen voor wat we nu doen, en voor velen is dat een onbegrijpelijke kronkel in onze cv’s richting ons pensioen.

Vooral Jaap ontmoette onbegrip toen hij – als hooggeschoolde vijfenvijftigplusser – in eerste instantie een stap opzij of zelfs terug wilde doen ten gunste van jongere carrièretijgers bij zijn werkgever. Hetzelfde was het geval toen hij later solliciteerde op banen beneden zijn kunnen die hem wel erg leuk leken. Alle keren dat hij niet werd uitgenodigd voor een gesprek, waarna hij dan contact zocht om te vragen waarom, was het antwoord hetzelfde: ‘Te hoog gekwalificeerd. U bent hier zo weer weg. U gaat zich hier vervelen’.

Men had alleen zijn cv gelezen, en blijkbaar niet de brief waarin Jaap uitlegde dat hij op een punt in zijn leven was gekomen dat werk iets zou moeten zijn wat plezier geeft, in plaats van vooral een nóg hoger salaris met bijbehorend nóg hoger stressniveau. Jaap ontmoette ongeloof en onbegrip. Je carrièreladder hoort omhoog te lopen, niet omlaag. Ook nog als je 55 bent.

Inmiddels zijn wij een paar stappen verder, en zijn we achteraf al die starre manager-mannetjes dankbaar voor hun afwijzingen, want het leidde ertoe dat Jaap ervoor durfde te kiezen zijn hart te gaan volgen. De verdiensten van zijn fotografie in euro’s wegen bij lange na niet op tegen het ooit ontvangen loon. Het werkplezier, de werktijden, de werkplekken, de wereldwijde verrassende contacten en het gevoel dat ontstaat als iemand jouw werk zodanig waardeert dat hij of zij het graag aan de muur hangt is – om met die creditcardfirma te spreken – onbetaalbaar.

Maar ja: daar kunnen we gas, water en licht niet van betalen, en daarom zocht ik na een baanloze periode ook weer even betaald werk. Ik solliciteerde op een voor mijn kunnen ‘te lichte’ tijdelijke baan, het (vrouwelijke) management hier begreep echter mijn overwegingen en keuzes en uiteindelijk werd er zelfs nog een zodanige draai aan gegeven dat er toch nog een heuse uitdaging voor mij ontstond: niet alleen maar ‘aan de balie zitten’, maar het mede helpen opzetten en vormgeven van een nieuwe ‘front office’.

Onder Pippi’s motto – wat ik onderhand een beetje heb geadopteerd – ‘ik heb het nog nooit gedaan dus ik denk dat ik het wel kan’ ben ik eraan begonnen en zie: het is hartstikke leuk. En dát was uiteindelijk óók wat ik wilde: werk doen waar je blij van wordt, niet omdat het beter verdient of zo goed staat op je cv.

Die front office krijgt steeds meer vorm. Ons takenpakket breidt zich dagelijks uit, en dus namen we deze week een nieuwe collega aan. In eerste instantie werd haar brief terzijde gelegd: ‘Te hoog gekwalificeerd’. ‘Soms zijn er mensen die heel bewust andere keuzes maken, omdat ze op een punt in hun leven zijn beland….’, zo begon ik.

Mijn leidinggevende luisterde naar het betoog van haar te hoog gekwalificeerde balievormgever. En in tegenstelling tot al die managers uit Jaaps voormalige circuit die niet verder kúnnen kijken dan hun eigen ambities – en dit waarschijnlijk ook gewoon moeten vanwege hun torenhoge hypotheken – durfde zij het aan het cv van deze kandidaat naast zich neer te leggen, en te luisteren naar de motivatie van de mens daar achter. Ik ben trots op haar. Maar ook op mezelf: ik heb een lans gebroken voor iedereen die solliciteert vanuit een bewuste keuze; voor iedereen die leuk werk, waar je hart sneller van gaat kloppen, belangrijker vindt dan status of salaris.

feelgood-vrijheid-geluk-banner

 

Advertenties

Als Neo in The Matrix

Ik heb oordopjes op maat uitgezocht, plastic glazen die de sterkte van mijn bril benaderen en mijn bh uitgedaan. Geheel ijzerloos word ik voor de tweede keer in korte tijd, maar nu head first de claustrofobische tunnelbuis van de mri-scanner in geschoven. Mijn hoofd ligt onbeweeglijk vastgeklemd met een kussen in een soort U én nog eens extra vastgeplakt met schilderstape.

In mijn handen twee buttonboxes: letterlijk doosjes met knoppen erop. Vier knoppen op elk doosje. Op mijn buik de panic button mocht ik flippen en eruit willen. Onder mijn armen comfortabele steuntjes, onder mijn knieën een kussen. Ik moet het immers twee uur volhouden. Dat gaat op deze manier wel lukken.

Kort daarvoor heb ik even op de computer mogen oefenen: zie ik een pijl naar links, dan moet ik op de bovenste knop van de linker buttonbox drukken, zie ik een pijl naar rechts hetzelfde aan de rechter kant. De pijlen schieten in hoog tempo over het scherm, dus ik moet snel reageren, maar het is te doen. Al iets lastiger wordt het met de plaatjes. Ik krijg een reeks voorwerpen te zien, en na elk voorwerp moet ik een button indrukken: links als het een nieuw plaatje is, rechts als ik het twee plaatjes eerder al eens heb gezien. Onlogisch, vind ik.

In de scanner komt er een dimensie bij: de herrie. Maar: de plastic bril werkt, ik kan het met spiegels boven mij geprojecteerde beeldscherm goed zien, dus kom maar op met die pijlen en die plaatjes. Het eerste half uur gaat het prima. Af en toe hoor ik de stem van de onderzoekster in één van mijn oordopjes.

Ik krijg nieuwe instructies: ik moet nu ook gaan letten op de gekleurde kaders rond de plaatjes. Als die rood zijn, moet ik eerst de tweede button links indrukken en daarna pas de knop voor nieuw (eerste knop rechts) of bekend plaatje (eerste knop links).(Of was het nou andersom?). Ik krijg het warm. En nog warmer het komende halfuur, waarin ik alle buttons in hoog tempo door elkaar haal.

Huis. Rechts. Kameel. Rechts. Bos. Rechts. Kameel. ROOD KADER. Links. Oh sh**. Eerst rechts. Pen. Rechts. ROOD KADER. LINKS! Te laat. Ballon. Rechts. Pen. Links. Pijl. Links.Pijl-pijl-pijl. Links-links-rechts. Jas. Rechts. Mes. Rechts. Jas. ROOD KADER. Linksonder. Linksboven. YES!

Af en toe heb ik heel even pauze. En vraag ik me af welke gebieden in mijn hersenen ongetwijfeld knalrood kleuren als ik gefrustreerd sh** denk. Of wat ze überhaupt eigenlijk zien terwijl mijn brein zich uit de naad werkt en de rest van mijn lijf doodstil ligt.

MRI hersens

Een mri-plaatje van iemands hersens tijdens vergelijkbaar onderzoek

Het laatste uur hoef ik alleen maar stil te liggen, terwijl mijn hersens in kaart worden gebracht. Tijd om na te denken. En te fantaseren. Ik voel me een beetje Neo in The Matrix: ingeplugd in een simulatiewereld word ik in bedwang gehouden. Als ze m’n geheugen maar niet wissen. Weet ik nog wie ik ben? Waar ik woon? Het eerste adres wat me te binnen schiet op dat moment is van mijn ouderlijk huis. Zie je wel! Ze hersenspoelen me!

Mijn ijzerrijke lunch roert zich in mijn maag. Niet handig; ik had beter iets anders kunnen eten. ‘You’re my best friend’ van Queen blijft in mijn hoofd hangen omdat de eerste tonen een treffende gelijkenis hebben met het geluid van de mri. Ik raak het besef van tijd kwijt.

 

Ik doe mee aan wetenschappelijk onderzoek naar ‘Het effect van leeftijd op het prospectief geheugen’. Vroeger, heel lang geleden, wilde ik hersenchirurg worden. Of stewardess. Of toneelspeelster. ’t Is geen van allen geworden. Wat later – wat korter geleden – had ik met enige regelmaat last van depressies tot ik deelnam aan een wetenschappelijk onderzoek bij mijn werkgever, over het effect van mindfulness op chronische depressiviteit.

De ‘beloning’ voor mijn bijdrage aan de wetenschap (elke maand ellenlange vragenlijsten invullen) was ruim een jaar lang aandachttraining krijgen. Wat alle therapieën en pillen niet hadden kunnen bewerkstelligen, lukte met mindfulness wel. Sindsdien kijk ik chronisch anders tegen het leven en mijn gedachten daarover aan, én doe ik vaker mee aan wetenschappelijk onderzoek.

Het is een (minimale, maar toch – wie het kleine niet eert…) inkomstenbron, naast de verkoop van overtollige spullen, sinds wij allebei onze vaste banen met vaste inkomens hebben opgezegd in het kader van onze Deense plannen. Het mes snijdt zo aan twee kanten: ik help mee aan meer kennis over vul-maar-in, de wetenschappers zijn blij met proefkonijnen als ik en voor de tijd die het mij ‘kost’ krijg ik een kleine vergoeding. Meedoen aan onderzoeken naar nieuwe medicijnen levert meer op, en je nieren op de zwarte markt verkopen ook, maar dáár begin ik toch maar niet aan…

 

Narcoseblues

Gelukkig kan ik heel goed niks-doen. Geleerd een paar jaar geleden toen ik niks-mocht-doen. Dus de afgelopen week, na een kleine operatie, heb ik die draad van toen weer makkelijk opgepakt. Zeker na de ‘scheiding’ met Jaap twee weken eerder, waarin we allebei erg druk zijn geweest, was het een verademing samen even niets te hoeven, niets te moeten, alleen maar bijkomen en zorgen voor elkaar. Nou ja, Jaap een beetje meer voor mij dan ik voor hem.

De schrik over de bult in mijn bil, die op papier ineens werd gepromoveerd tot weke delen tumor, is wel voorbij. Zo gaat dat nu eenmaal. Je hebt een knobbeltje, wilt weten wat dat is en raadpleegt de huisarts. Die voelt en knijpt en vraagt of ik hard gevallen ben, of me ergens hard aan gestoten heb, en weet het ook niet en schrijft dan een echo voor.

De radioloog vraagt vervolgens dezelfde dingen terwijl hij met de barcodescanner over de bult blijft wrijven en komt tot dezelfde conclusie als de huisarts.

De radioloog probeert zo neutraal mogelijk te blijven als hij uitlegt hoe het vervolg nu geregeld moet worden. Hij stelt een MRI voor, echter: dat mag hij (verzekeringstechnisch) niet voor mij aanvragen, want dat zou neerkomen op klanten werven voor zijn eigen winkel. Ook de huisarts mag geen verwijzing voor een MRI schrijven. Dat is voorbehouden aan een medisch specialist. En in mijn geval wordt dat dan de oncologisch chirurg. Klinkt logisch.

De radioloog belooft voor de middag nog contact op te nemen met mijn huisarts voor de verwijzing naar de chirurg, hij raadt mij aan dat ook nog even te doen, waarna de chirurg dan een verwijzing voor een MRI in gang kan zetten. Als ik de huisarts bel krijg ik een zeer bezorgd klinkende waarneemster aan de lijn. Of ik me geen zorgen maak. Gezien mijn voorgeschiedenis. Nee. Ik ga me pas zorgen maken als de uitslag bekend en slecht is.

Ik heb baarmoederkanker gehad. Maar dat was al weg, voordat ik wist dat ik het had gehad. Mijn baarmoeder is enkele jaren geleden verwijderd vanwege myomen, en achteraf werd bij toeval ontdekt dat zich in de baarmoederholte ook kankercellen bevonden. Vervolgens moesten een maand later de eierstokken alsnog en preventief verwijderd worden. Niet fijn, maar een voordeel was dat ik geen radiotherapie of chemo nodig had. Dit voorjaar heb ik de laatste controle bij de gynaecoloog gehad; na 5 jaar werd ik kankervrij verklaard.

Afgelopen maandag is bij mij dus een gezwel bij de bilspier verwijderd. Wat de aard van deze tumor is, weet ik nog niet. Volgens de chirurg hoef ik me geen zorgen te maken, en ik vertrouw graag op zijn jarenlange ervaring. De operatie is meegevallen. Ik had weinig pijn. De wond geneest snel en goed. Komende maandag ga ik rustigaan weer aan het werk, alles weer bijna normaal. Tot zover het fysieke.

Maar dan is er ineens de narcoseblues. Een tomeloze moeheid en droefheid overvalt me, onverwacht. Na een week van rust, inkeer, ontgiften, samen op de bank hangen, dringt op deze grijze, druilerige vrijdag ineens alle onrust van de wereld en ver daarbuiten door. Er is niet alleen in mijn vel gesneden, ook mijn energetisch lichaam is beschadigd geraakt. En dat soort ‘wonden’ heelt wat lastiger…

resurgence

‘Resurgence’ (Foto: Jaap)

Geen gevaar, maar wel ’n hoop rompslomp

Het staat er zwart op wit: ik vorm geen risico voor de samenleving, meer specifiek nog gericht op ‘gezondheidszorg en welzijn van mens en dier’. Meneer (of mevrouw) H. heeft een onderzoek naar mijn gedrag ingesteld en stelt vast dat hij of zij geen bezwaar heeft gevonden om mij aan te stellen als flex administratieve kracht. Phew.

Wat een paar maanden geleden begon als een leuke, nieuwe tussendoor-uitdaging, een makkelijk, tijdelijke baantje tot de zomer zodat we nog even kunnen DoorsparenvoorDenemarken, is inmiddels serious business geworden. Het eenvoudige, kleine baantje werd al snel wat groter, er kwam een andere baan en dus nog meer uren bij, en nu werk ik fulltime, is mijn contract verlengd tot 1 april volgend jaar en staan volgende week de Amerikaanse accrediteurs op de stoep van het ziekenhuis waar ik werk.

Zo’n accreditatie is een kwaliteitslabel, en dat krijg je pas als je je zaakjes op orde hebt. Alle zaakjes. En da’s een hoop gedoe. Voor een ziekenhuis staat patiëntenzorg natuurlijk centraal, maar ook alle personeelsdossiers moeten kloppen en al het personeel moet ook gescreend zijn. Niet alleen de medici; iedereen. Dus ook ik moest er aan geloven.

En dan is het toch best wel een beetje spannend als die envelop van het Ministerie van Justitie in je brievenbus ligt. Want wanneer ben je een brave burger? En wanneer niet meer? De vorige keer dat ik me hier zenuwachtig over maakte betrof het een brief van het Deense Justitsministeriet. Dát werd toen een ‘nej’, maar deze keer ben ik wel door de keuring. ‘Geen bezwaren gebleken tegen betrokkene’.

Ik vorm geen gevaar in het kader van de gezondheidszorg en welzijn van mens en dier. Soms ben ik best wel een gevaar op de weg. Vroeger met de auto, en tegenwoordig op mijn fiets met elektrische trapondersteuning. Gelukkig maar dat er nog geen maximum snelheid is ingesteld voor fietsers…

Overigens: in Denemarken doen ze er al een paar jaar niet meer aan. Accreditatie. De Deense ziekenhuizen hebben deze ‘enorme bureaucratische rompslomp’ afgeschaft. Een veel gehoorde klacht was dat ziekenhuizen allerlei data moesten verzamelen die niet relevant waren voor de lokale situatie. Veel zinloos papierwerk, waardoor artsen en verpleegkundigen te weinig tijd overhielden voor patiëntenzorg of innovatie. De Deense minister voor Volksgezondheid was het met hen eens.

Ziekenhuizen in Denemarken kregen vervolgens de vrijheid om te werken aan thema’s die ze zelf belangrijk vonden. Ze stellen nu hun eigen prioriteiten, die passen bij hun eigen situatie. ‘Zo genereer je enthousiasme om de kwaliteit te verbeteren’, aldus Beth Lilja, directeur van het Deense instituut voor patiëntveiligheid.

Geen rompslomp maar enthousiasme. Ik ben ervoor!

 

Hemmeligt en milepæl

Met twee man sterk komen ze op de koffie. De makelaars. Nog niks officieels, formeels. Ook nu nemen we een tussenstapje, om de goede richting te kunnen bepalen. Niet meteen het huis op Funda, maar eerst maar eens een indicatie van een bevriend zakelijk contact uit Jaaps vorige leven.

We gaan er bijna van blozen als we de mannen aanhoren. ‘Lekker onderhoudsarm’. ‘Je kunt er zo in’. ‘Prachtige pui, mooi aangelegde tuin’. ‘Zie er allemaal perfect uit hoor’. ‘Erg speels’. ‘Lekker ruim en licht’. Ja, die plinten moeten natuurlijk nog gemonteerd, de hal en trap geschilderd, maar voor het overige? ‘Niets meer aan doen’.

Nog even en we willen hier niet meer weg, helemaal als we het over de fijne buurt hebben: groen, ruim, grenzend aan natuurgebied, en tot gisteren een heel handig winkelcentrum om de hoek. Dat is gisternacht grotendeels in vlammen opgegaan, dus dat pluspuntje is even komen te vervallen. Maar verder…

We hopen een beetje idee te krijgen wat een ‘marktconforme prijs’ is. In combinatie met de termijn waarop we kunnen verwachten ons huis te kunnen verkopen. Dat geef ons dan weer handvaten om de volgende stappen te zetten. Richting Denemarken, of voorlopig toch nog even niet. De mannen hebben druk lopen meten en fotograferen en gaan zich beraden.

Alhoewel het nu nog meer voelt als oude bekenden die op de koffie kwamen dan als ‘we hebben een makelaar ingeschakeld’, is het hoe dan ook weer een stap. Een stiekem mijlpaaltje…

2017-04-12 19.19.42

Onze woonkamer, heerlijke schuifpui met tuin-als-verlengde-woonkamer. (Foto met Prisma-app-filter)

Gouden cirkels en een makkelijk leven

Zo’n zestien jaar geleden ruilden we Jaaps boytoy in voor een meerpersoonsvoertuig in verband met de verwachte gezinsuitbreiding. De drie jongens konden (toen nog) met gemak met z’n drieën op de achterbank van de Jeep, maar met een vierde erbij plus babybagage zou het te krap worden. Het was de tijd dat alles nog vanzelfsprekend was, maar wat werden we met de neus op de feiten gedrukt toen onze puk veel te vroeg levenloos geboren werd.

Het was een van de eerste van meer barsten in ons luxe, vanzelfsprekende leventje. Een gezond kind, met alles d’r op en d’r aan, op de wereld zetten is een wonder. Zelf gezond en recht van lijf en leden zijn en blijven is ook allerminst logisch. De afgelopen week werd ik na vijf jaren van controles officieel kankervrij verklaard. Ik had niet anders verwacht, maar ja: diezelfde gedachte had ik ruim vijf jaar geleden ook vlak voordat ik de uitslag van het weefselonderzoek te horen kreeg.

Sindsdien is veel niet meer zo vanzelfsprekend als het voorheen was. En zijn we keuzes gaan maken op basis van verwondering in plaats van vanzelfsprekendheid. Keuzes die uiteindelijk hebben geleid tot onze Deense plannen. ‘Ik vind ’t stoer’, zei Thijs, onze eerstehulpbijautozaken vandaag. Zelf zijn we daar lang niet altijd van overtuigd.

De afgelopen weken werden we geplaagd door pestduiveltjes, soms in de vermomming van gevoel, soms verkleed als verstand en vaak uitgedost als twijfel. Van die ettertjes die proberen de poten onder je stoel van stavast vandaan te zagen, die je naar rechts trekken als je besloten heb voor links te gaan of die gewoon compleet je weg blokkeren.

De afgelopen weken waren weken van lezen en dromen over het omtoveren van ons saaie en slecht afwaterende Deense grasveld (lees: modderveld in najaar, zachte winter en voorjaar) tot een permacultuurparadijs. Van het bijna aanvaarden van een vaste baan hier. Van zorg over de verrechtsing in de Deense politiek die het de vreemdeling steeds moeilijker maakt. Van plannen voor sollicitatiebrieven schrijven naar Deense bedrijven. Van: we gaan zo snel mogelijk tot: we stellen ons vertrek nog een paar jaar uit. Tot zelfs, na een bezoek aan het bijna Deens-winderige Ooltgensplaat: we gaan voor plan B. Zeeland, dus.

De afgelopen weken werd onze vastberadenheid om ons zekere stadsleven hier in te ruilen voor een simpel maar onzeker bestaan op het Noord-Jutse platteland danig op de proef gesteld. En bleek de Gouden Cirkel van Simon Sinek niet alleen iets dat ik voor mijn nieuwe (tijdelijke) baas in elkaar mocht knutselen, maar ook de sleutel tot rust in de tent voor onszelf. Zijn credo is ‘Start with why’: wat is je overtuiging, waar geloof je in, waarom doe je het? Of, zoals Jaap altijd die ene vraag stelt na een heel betoog: ‘en voelt het ook goed?’

Coachcenter-Start-With-Why-Simon-Sinek

Zolang je kiest vanuit je hart en het antwoord weet op de waarom-vraag, is het goed…

Er kwamen meer ‘gouden cirkels’ deze toch wel moeilijke dagen. Afgeronde zaken, die een belofte van een nieuwe begin inhouden. Toevalligheden. Stille boodschappen die op het nippertje gehoord werden, verkeerd geïnterpreteerd en uiteindelijk toch op hun plek vielen. Eén zo’n cirkel is het inruilen van onze auto.

We dubben al een tijdje of het handig zou zijn een auto met meer laadruimte te hebben. Voor het jutten (op het strand en in genbrug-winkeltjes), maar ook voor het verhuizen, op termijn. Veel nemen we niet mee, maar onze fietsen passen niet in de Auris. En om nu straks alleen voor die fietsen een bus te moeten huren…

Zeventien jaar geleden kwam ik als journalist in mijn Berlingo volgeladen met dierbare spullen naar Nijmegen om hier een nieuw leven te beginnen met Jaap. Dat vanzelfsprekende leven. Gisteren zagen we een mooie occasion: een knalrode Partner. Andere naam, zelfde model. Mét juthaak, ook nog! Geweest van een journalist, die, nadat hij de strijd tegen kanker had gewonnen zijn leven over een andere boeg gooide.

Rood-autootje-5

We krijgen een knalrood autootje!

Gezien de ervaring waar ik dit blog mee begon, is er even de huiver: stel dat we nou niet gaan verhuizen en we de auto dus eigenlijk opnieuw ‘voor niks’ inruilen? Dat gevoel verdwijnt snel. Het klopt gewoon. Vertelt mij ook het nummerbord (wie mij langer kent dan vandaag weet van mijn fascinatie voor getallen en nummers): het kenteken telt numerologisch gezien op tot een totaal van 7. Een getal overladen met symboliek die te maken heeft met heelheid, met een gevoel van ‘het is klaar’, ‘dit klopt’, van ‘juistheid’.

Vandaag kwam ook mijn bestelde boek over permacultuur binnen met de subtitel: Op reis met zeven (!) rode (!) koffers. Mét het boekenweekgeschenk: Makkelijk Leven. Ik weet weer even genoeg. 🙂

 

Maximale yulehygge

Odin ligt met z’n neus tegen de rand van de mand gedrukt te snurken. In de kachel een rustig vuurtje. Kaarsen op bijna elke vensterbank, waxinelichtjes in de keramiekkast, in glaasjes, potjes en één van de kerstbomen. De kerstster, die door de vorige eigenaars is achtergelaten, hangt weer. Het laatst aangeschafte kerststalletje uit Praag heeft de Grote Verzamel Opruiming overleefd, en staat weer. Buiten is het aardedonker. Binnen kan het niet veel hyggeliger worden.

Twee Deense julenisser (kerstkabouters) delen hun plek met vijf Nederlandse glazen engeltjes. Aan de enkele spijkers die we in de balken van het lage plafond hebben laten zitten, hangen een rode slee, een dikke rode kerstman en een sneeuwpop; kerstversiering uit Rusland die de Grote Kerst Opruiming heeft overleefd.

Veel, heel veel, heeft de afgelopen jaren ons huis verlaten. Soms krijg ik wel eens de vraag: ‘Hebben jullie nog wel wat over?’ en dan gaat het niet alleen over kerstversiering. Het huis in Nederland wordt inderdaad steeds leger, opgeruimder, minimalistischer. Het kleine Gele Huis in Thy daarentegen… We hebben hier nu vier kerstbomen – vier!

Twee zijn net als de kerstster geërfd van de vorige eigenaars, twee zijn er van onszelf. De uit balsahout gesneden kerstboom met lampjes hebben we ooit, de eerste winter dat we hier vakantie vierden, een paar dorpjes verderop gekocht. Een vreselijk gezellig winkeltje-van-Sinkel was dat toen; het bestaat nog steeds, maar ze verkopen er nu nog slechts bloempotten en breiwol. En dan hebben we natuurlijk de stokkenboom. Vorig jaar gemaakt van door zout en zand glad gesleten aangespoelde takken.

alternatieve kerstboom van takken stokken aangespoeld gejut hout

De stokkenboom hangt weer aan de muur (bij gebrek aan vloeroppervlak voor een driedimensionale boom 😉 )

Het verschil met Nederland is groot en wordt steeds groter. Dáár afbouwen, hier opbouwen. Het kerstgevoel dat compleet ontbrak in ons grote huis, is hier overweldigend aanwezig. Het kost me heel veel moeite om te schakelen, te ‘landen’ hier. In de wetenschap dat het – o zo makkelijke – opruimen en afbouwen nu even achter ons ligt, en we de laatste dagen van dit oude jaar bezig zijn met vooruitkijken. En dat is andere koek. Al is het maar omdat ik op 9 januari begin aan een heel nieuwe baan. In Nederland.

Iedereen die ons leven, en/of dit blog, een beetje volgt is nu in opperste verwarring. ‘Ik dacht dat je naar Denemarken ging?’ is de meest geuite reactie op dit nieuws. Ja, dat gaan we ook, alleen nog niet NU. Hoe graag we ook willen, we zijn in Nederland nog niet klaar. Er mag (echt waar!) nog meer opgeruimd worden. Er mag een huis verkocht worden. Dus mag er ook nog wel (tijdelijk, in dit geval tot 1 juli) gewerkt worden.

Alles op zijn tijd. Stap voor stap. Het maakt het vinden van het balanspunt tussen oud en nieuw, afronden en opstarten, wegdoen of bewaren even lastig. Misschien komt het ook wel door de tijd van het jaar. Midwinter. Yule. De winter moet nog beginnen, maar de dagen gaan alweer lengen…

We duiken nog even lekker onder hier. Met kaarsjes, kerst en kachelvuur.

kerst kerstster kachel vuurtje kerstboom twee stoelen Deens interieur

‘Hygge’ in het Gele Huis

 

Help! Ik word verliefd!

Ik heb moeite met de logistiek van een klus. Daarom is het me vaker dan één keer overkomen dat ik er pas ná het behangen achter kwam dat het toch handiger geweest zou zijn als ik eerst de plint had geschilderd. Die daarvoor natuurlijk in de grondverf gezet had moeten worden, nadat ik ‘m eerst geschuurd en geplamuurd had. Gevolg 1: we hebben hier veel slecht- of onbeschilderde plinten – of besmeurd behang ter hoogte van de plint.

Gevolg 2: ik probeer vanaf het gewenste resultaat in omgekeerde volgorde terug te denken. Dan kan het gebeuren dat als ik iets op zolder wil gaan doen, ik in de garage beland en die ga uitmesten, omdat net dat ene stuk gereedschap wat ik nodig heb, zoek is. Gevolg 3: ik heb een – voor even – opgeruimde garage, ik vind weken later het kwijte gereedschap onder mijn bed terug, maar ik begin niet meer aan die oorspronkelijke klus. Of ik maak me er met een Jantje van Leiden van af. Ik ben namelijk een perfectionist. En als blijkt dat het me niet perfect lukt, geef ik er vaak de brui aan.

Deze dagen komen al die Jantjes als treiterende lijkjes uit allerlei kasten tevoorschijn. Ik pluk nu zelf de wrange vruchten van mijn ongeorganiseerde, onaandachtige en ongeduldige manier van klussen zoals ik dat in mijn ‘oude leven’ deed. We zijn, zoals ik de vorige keer schreef, druk bezig met concrete stappen richting Denemarken en het allereerste (en ook wel het belangrijkste) is natuurlijk ons huis hier verkopen. En willen we dat een beetje leuk en liefst ook nog een beetje snel doen, dan moet het er Fundaproof uitzien.

Nu ga ik echt mijn appelgroene behangetje op zolder niet meer van het schuine plafond weken (nu ik erover nadenk is het eigenlijk wel gek: behang op het plafond), of onze paarse vloer vervangen door Frans eiken, want er zijn nog veel te veel onaffe zaken die echt een hogere prioriteit hebben. Maar ik werk inmiddels volgens Het Nieuwe Klussen en dat is niet alleen samen met Jaap (dus de logistiek klopt nu gewoon), maar ook aandachtig, geduldig en zonder nog perfect te willen zijn. Goed is genoeg.

Al zo lang ik hier woon zijn de aluminium kozijnen op de eerste verdieping mij een doorn in het oog. Hoe ze ooit waren voordat ik hier kwam wonen weet ik niet meer, maar de afgelopen zestien jaar heb ik ze er niet fraaier op gemaakt. Uitgeschoten met muurverf, uitgeschoten met lak van een deur, en ten einde raad op één van de kozijnen een keer Hammerite uitgeprobeerd om al die zondevlekken te verbergen. Maar ja: dat was ook weer zo’n niet perfect en dus half af werkje. Ik kom mezelf letterlijk en figuurlijk tegen, deze dagen.

Wat te doen met die rotkozijnen? Houten kozijnen schuren, gronden en lakken is al niet mijn favoriete schilderklusje, laat staan een lastig materiaal als aluminium. Dat moet tussen het schuren en gronden ook nog eens een keer in de primer gezet worden! Vier keer dezelfde gang langs vijf deurkozijnen maal drie (binnenkant, zijkant, buitenkant) – dat is 60 keer repeterende bewegingen maken. Dat is gegarandeerd rsi.

In de afgelopen zestien jaar heb ik natuurlijk best wel eens een doekje over die gevlekte kozijnen gehaald in een poging ze er wat minder shabby te laten uitzien, maar echt resultaat had dit dus niet. Totdat ik eerder deze week eens googelde op ‘aluminium kozijnen schoonmaken’. Een druppeltje Dreft op een schuursponsje. ‘En-gij-geleuft-da?’ zou mijn moeder gezegd hebben. ‘Dat gaat toch krassen?’, riep het praktische Maagdstemmetje in mij. Nee, dat schijnt niet te gaan krassen want er zit (meestal) een coating op dit soort aluminium, las ik.

Godzegenedegreep en Geronimo!* ben ik met een emmertje afwassop en een schuursponsje los gegaan op de kozijnen. Het is niet te geloven. Ze worden weer als nieuw. We hebben nu parelgrijze, matglanzende, satijnzachte kozijnen. Elke keer als ik er langs kom, aai ik er even verliefd overheen. Straks wil ik hier echt niet meer weg!

 

*Geronimo was een indianenleider (Chiricahua-Apachen) die een nogal legendarische status als ‘held’ of ‘dappere’ heeft bereikt, met name door meerdere keren aan de blanken te ontsnappen en de enorme weerstand die hij in diverse gevechten heeft geleverd. Een dappere man dus. Zijn naam (zijn Apachenaam luidde ‘Goyaałé’ – hij die geeuwt) wordt dan ook gebruikt – in overdrachtelijke zin of als strijdkreet – voor hele dappere hoewel soms wat onbezonnen daden.

 

 

 

 

Worden wie je bent

De avond tevoren hadden we de plannen voor de korte termijn nog bijgesteld en aangescherpt. Naarmate mijn laatste werkdag naderde en steeds meer mensen gingen vragen: en wat nu? besloten we dat het tijd was voor een duidelijk antwoord. Al was het maar voor onszelf. Want maar blijven zeggen ‘we zien wel wat er op ons pad komt’ gaf uiteindelijk de intentie ook niet weer.

In plaats van als een dolle te solliciteren op banen in Nederland zouden we nu onze blik eens serieus richten op de mogelijkheden in Thy. Voor werk, maar ook de eerste concrete stappen zetten richting daar gaan wonen. Bij onze toekomstige gemeente langs, een lokaal bedrijf aanschrijven dat aanstaande collega’s aanmoedigt te laten weten wat jij deze firma te bieden hebt. Kortom: gáán voor een boel onzekerheid in den vreemde, en al dat oude, vertrouwde hier toch zo zoetjesaan maar eens loslaten.

Ik lees niet toevallig die avond over hoe wereldwijd de vellen van het verleden worden afgeschud in deze periode van november:

Alles wat oud is laat los. Dit gebeurt niet door middel van snel slopen, maar door een aanhoudend schudden aan de basis en dat kan als een langzaam, frustrerend en intens proces gaan voelen. Toch kan dit leiden tot een plotseling veranderen van richting, van je kijk op of je plek in de wereld. In eerste instantie zal dit zenuwslopend voelen, maar uiteindelijk zullen het de juiste stappen voor je blijken te zijn.

Met allebei de neuzen richting het Gele Huis en een goed gevoel over ons eigen ‘vervellen’ gaan we die avond naar bed, om de volgende dag allebei tegen een vacature aan te lopen die beloftes inhouden. Beloftes van een mooi inkomen. Zekerheid. Hard werken.

Het voelt alsof er hard aan mijn basis wordt geschud. ‘Eens kijken of je wel zo stevig in je schoenen staat met je plan van gisteravond’, zeurt een stemmetje in mijn hoofd. We besluiten beiden te solliciteren, het verstand wint het van het hart. Dan stellen we Denemarken toch gewoon nog een jaartje uit? Aan het eind van de dag weten we allebei dat het niets gaat worden, deze banen. We zijn niet echt teleurgesteld, want diep in ons hart…

Enkele dagen later meldt zich, na een periode van stilte, een mede-emigrante uit het clubje waarmee we ooit samen een cursus emigreren volgden. Van de vijf deelneemsters wonen er inmiddels drie al geruime tijd (heel gelukkig) in Zweden, Oostenrijk en Ierland. De vierde is na een jaar Suriname teruggekomen naar Nederland. En ik zit nog steeds ‘in de wachtkamer’, zoals een van de hoofdstukken van die cursus heette.

Op de vraag ‘en hoe is het met jou’ schets ik bovenstaande. Mijn twijfel en soms frustratie moeten door mijn woorden heen hebben geklonken. Ook ‘emigratiejuf’ Saskia mengt zich in de verhalen en reageert:

Ik snap wel dat je misschien zelf zou willen dat het wat vlotter ging, maar het heeft al zoveel gebracht. Ik zie ook de ene mooie foto na de andere van Jaap voorbij komen. Het vraagt vooral om een overgave aan jullie eigen pad en nog meer vertrouwen. Nog meer vertrouwen dat er nog veel meer ‘toevalligheden’ komen die je steeds een zacht duwtje in de goede richting geven. Het komt goed.

De ‘valkuil’ van emigreren is dat je denkt dat het nieuwe land je einddoel is. Volgens mij is werkelijke bestemming eigenlijk gewoon te worden wie je bent en… daarin ben je hard op weg. En dit avontuur helpt je enorm. Juist doordat je zo uit je comfortzone stapt af en toe en door elkaar geschud wordt. ik zie alleen maar dat je daarin steeds steviger gaat staan in wat jij wilt en wie jij bent.’

Pats! Raak! Dat is alles wat ik op dat moment nodig heb. Geen sollicitaties om tijdelijk nog weer even ‘secretaresse’ te worden’ of ‘redacteur’ of iets wat ik nog niet eerder geweest ben. Ik ga lekker door met te worden wie ik ben. Zoals Jaap dat eigenlijk ook al gewoon doet.

12633627_926519044122093_2086419411509470072_o

Afscheid nemen en loslaten

Eigenlijk hadden we vanmiddag gezellig op de thee zullen komen. Weer eens even zullen bijkletsen, alhoewel we kort geleden ook nog uitgebreid via de telefoon de laatste nieuwtjes met elkaar hadden uitgewisseld. En eigenlijk hadden we haar vanmiddag dan eindelijk maar eens willen vertellen, dat het Gele Huis niet alleen ons vakantiehuis is, maar ook onze toekomstige woonplek.

Ze was de enige die het nog niet wist. Ik kon het niet. Durfde niet, bang om haar het gevoel te geven in de steek te worden gelaten. Ik vulde voor haar in, natuurlijk. Projecteerde mijn eigen gevoel op haar, want: zij is, net als ik, enig kind. Geen broers, geen zussen. Geen eigen kinderen ook. Geen ouders meer. Sinds kort had ze ook geen partner meer.

En dat probeer ik me wel eens voor te stellen, hoe dat voor mij zal zijn, ooit, misschien. Moederziel alleen in dat afgelegen stukje Denemarken. En dan rijst de twijfel: doe ik hier wel goed aan? Kan ik dit wel? Wat als…?

Afgelopen vrijdag zag ik voor het laatst haar lachende gezicht. Vrolijk, op een foto, op haar kist, tussen rode rozen. Mijn moeders beste vriendin, mijn laatste lijntje met mijn eigen verleden, zomaar plotseling overleden. Tante Ger was meer dan een buurvrouw, meer dan een tante; door de bijzondere band met mijn moeder werd ze ook een beetje mijn moeder.

Ik voelde me een vreemde eend in de bijt op de uitvaart. Iedereen was wel iets van tante Ger: de zwager van, de nicht en neef van, de bridgepartner van, de buurvrouw van. Ik ben niks van haar. Ik was daar de dochter van Gonnie. Iedereen in het leven van tante Ger wist wie Gonnie was, en andersom. Zo verschillend als ze waren, zo magisch was de band die ze hadden. Vriendinnen voor het leven, en voor mijn gevoel zelfs tot na de dood.

Hun bijna telepathische band door dik en dun is iets dat mij volkomen onbekend is. Ik koester alle mensen die een bepaalde periode in mijn leven zijn, maar ik laat ze net zo makkelijk weer gaan. Mijn vriendschappen zijn als hoofdstukken in een boek: ik lees, probeer te begrijpen en er iets van te leren, soms blader ik snel door, af en toe herlees ik. Soms zijn het dunne boekjes die snel uit zijn, soms dikke pillen. Maar uiteindelijk gaat het boek dicht. Ik ben de dochter van Gonnie, maar ik lijk op mijn vader.

Mijn vader had naar Zuid-Afrika willen emigreren. Mijn vader was thuis daar waar zijn vrouw (en later kind: ik) waren. Waar dat was, maakte hem niet zoveel uit. Hij had geen vrienden, hij had geen vrienden nodig. Hij was gelukkig met zijn vrouw (en later, kind). Hij had weinig nodig. Was snel tevreden en zag het mooie in kleine dingen. Kon goed alleen zijn.

Ik hou me aan die eigenschappen vast nu mijn laatste anker hier is gelicht en niets me meer bindt aan mijn vroegste vroeger. Ik mag loslaten; dit boek mag dicht. De jaloezie op wat mijn moeder en tante Ger ooit samen hadden, de frustratie soms over het niet kunnen vasthouden van vriendschappen, vloeit eindelijk over in begrijpen waarom. Waarom ik in mijn leven al zo vaak afscheid heb genomen, schepen achter me heb verbrand, opnieuw ben begonnen.

Het overlijden van tante Ger gaf me deze week de status van de dochter van Gonnie, en dat bracht een hoop onrust. Uiteindelijk vond ik het kind van mijn vader. Ik heb geen vriendinnen zoals mijn moeder tante Ger had, maar die heb ik ook niet nodig. Ik ben thuis waar ik samen met Jaap ben. Ik heb weinig nodig. Ik kan goed alleen zijn.

En dat geeft rust. Rust om met vertrouwen door te gaan met al die voorbereidingen die nog nodig zijn voordat we ons met z’n tweetjes in het Gele Huis kunnen nestelen. Rust om nog meer afscheid te nemen, nog meer los te laten.