‘Een bibberende Gonnie is de waanzin nabij’

Ter herinnering – nog altijd met een big smile – aan levensjutter avant la lettre Michael Maria Bakermans. Omdat hij op zijn geheel eigen wijze de laatste bladzijden van dit reisdagboekje 4 voor zijn rekening neemt. Hier zijn ze, op míjn geboortedag. En Gonnie, dat is dus mijn moeder.

paris

Zaterdag 1 september

KMS 32798

7.15 uur verlaten we het hotel, maar het wordt 9 uur voordat we op de grote weg zijn. Vreselijk om in Parijs te juiste weg te vinden, om de 100 meter ’n stoplicht en overal eenrichtingverkeer.

De periphérique heeft het er jaren later voor mijn vader niet veel makkelijker op gemaakt. Zelfs toen nog presteerde hij het een verkeerde afslag te nemen, waardoor we elke keer op weg naar het zuiden uren rondreden in of om Parijs…

Om half elf staan we met een lekke band.

En dan neemt mijn vader het over:

Na deze op twee plaatsen te hebben laten vulcaniseren in een nabijgelegen garage hebben we de tocht voortgezet in guur, miezerig doch droog weer. Zonder verdere bijzonderheden passeren we de Frans-Belgische grens en hier begint tevens de slechte weg. Plotseling blijkt in Brussel met het achterwiel iets niet in orde te zijn. Aanvankelijk denken we aan een lekke band, maar bij nadere controle komen we tot de conclusie dat het mankement van ernstiger aard is.

 Mijn vader spreekt hier in koninklijk meervoud. Als mijn moeder al gedachten heeft gehad over de lekke band, dan zullen die ongetwijfeld van een andere aard zijn geweest…

Wij zijn van mening dat alleen in een garage dit euvel verholpen kan worden, doch goede raad is duur, want het is zaterdagmiddag half vijf, dus zijn alle garages gesloten. Ons idee om een Lambretta-rijder aan te klampen geeft het gewenste resultaat, zodat we uiteindelijk, na tien minuten door de binnenstad van Brussel gehobbeld te hebben, bij een monteur uitkomen die bereid is tot helpen.

Anderhalf uur later ‘bollen’ (een uitdrukking van de Vlaamse hulp) we de werkplaats uit richting Eindhoven, BFR 200 armer, met nog pijn in ’t hart van de ‘vermoorde’ koelribben en km-teller, doch per slot van rekening zéér gelukkig op dit ongewone uur nog een kogellager verwisseld te hebben gekregen.

Het begint intussen al te schemeren en met de grootst mogelijke angst zit Gonnie op de duo gelaten de komende duisternis, die met grote snelheid tegemoet gereden wordt, af te wachten. Tot overmaat van ramp breekt nu ook nog het scherm af en na hiervoor een provisorische oplossing gevonden te hebben (met de bekende hulp van ons aller eega), het voorlicht wat vrijgemaakt te hebben, worden de laatste kilometers verreden met in de ene hand het stuur, in de andere hand het gebroken scherm, en dit alles natuurlijk onder het al-toeziend oog van een bibberende Gonnie die de waanzin nabij is.

Ocharme… mijn arme moeder! Ze reed niet graag in het donker omdat de plunjezak met bagage over het algemeen over het stuur hing, en dus ook over de koplamp… ‘het voorlicht WAT vrijmaken’ zal dus betekend hebben dat de plunjezak iets opzij geschoven werd…

Een friteskraam in Leuven komt de inwendige mens wat versterken en met veel pijn en moeite wordt omstreeks 11 uur met een zucht van verlichting Eindhoven bereikt in de wetenschap een zonovergoten en daarmede vitaminerijke vacantie 1956 achter de rug te hebben maar nog onkundig van het feit tijdens deze reis de kiem te hebben gelegd voor onze eersteling.

Advertenties

‘Er vliegt ook nog iets onder de scooter uit’

Ter herinnering – nog altijd met een big smile – aan levensjutter avant la lettre Michael Maria Bakermans. Omdat hij op zijn geheel eigen wijze de laatste bladzijden van dit reisdagboekje 4 voor zijn rekening neemt. Aflevering 8: via de Alpen naar Parijs. In deze stad van de romantiek bij uitstek liggen ze om half negen al in bed ‘en van Parijs hebben we dus niets gezien’.

grenoble

Woensdag 29 augustus

KMS 32080

7 uur opgestaan, nu eerst ’n bougie kopen en tanken. De scooter wil niet erg best. Ondanks de bougie tuffen we nog steeds. Het is hier prachtig aan natuurschoon. Eindelijk ’s middags zitten we dan in de regen. Bij ’n tankstation mogen we binnen komen om te schuilen.

Zo gauw als het even kan gaan we weer verder. Van Grenoble naar Bourg, Macon naar Châlon, waar we in de jeugdherberg blijven. Twee Schotten uit Latte zijn er ook. We hebben gepingpongd.

Toen was de wereld nog echt klein! (Want Châlon ligt nu niet bepaald op de meest logische route tussen Latte en Schotland…)

Donderdag 30 augustus

KMS 32395

Om 9 uur gaan we eerst naar ’n garage. 1 ½ uur duurt het voordat hij opgelapt is (de scooter) en gaan we dus de stad maar in. Ik kan Michael niets afzetten, zelfs geen reep chocola. De onkosten voor de scooter bedragen 1270 Fr (dit heeft mijn vader ingevuld).

In dit geval kan ik mijn vader geen ongelijk geven. Als je weet dat je nog een stevige garagerekening moet betalen, ga je geen frivoliteiten voor je vrouw kopen 😀

Van Châlon nu naar Fontainebleau. Het is voor mij wel ’n mooie weg, vierbaans, maar er valt weinig te zien. We schieten wel goed op. In de jeugdherberg zijn heerlijke warme douches waar ik dankbaar gebruik van maak.

Achterin het boekje nog een aantekening van mijn vader over het garagebezoek: Nieuwe zuigerveer ingezet en schoongemaakt.

Vrijdag 31 augustus

KMS 32689

Nu naar Parijs, ’n korte rit vandaag: 60 km. Er vliegt ook nog iets onder de scooter uit, volgens de baas niet erg belangrijk. Om 11 uur zijn we in Parijs. We hebben ruim 4 uur nodig om het hotel te zoeken waar we eerder geslapen hebben, maar toch lukt het niet om het te vinden.

Intussen giet het van de regen, en het verkeer daar word je helemaal gek van, 5 auto’s naast elkaar is hier heel gewoon. Bij de Arc de Triomphe zijn we gaan schuilen en hebben we een uurtje met een agent staan praten, zover als we ons verstaanbaar konden maken.

Hij vond vooral de Hollandse fietsen erg gek. Volgens hem zat je daar zo stijf en recht op. Terwijl we met hem staan te praten komen er een paar Hollanders en Amerikanen ons vragen of we hulp nodig hebben, die zien natuurlijk dat we zo staan te gebaren.

Dat was vanmorgen ook zo leuk. Toen stonden we even langs de weg omdat er iets aan de scooter was en toen passeerde een Fransman die vroeg of de we Politie nodig hadden. We zeiden ‘nee’ en even later kwam er een wagen met Hollandse RAF-lui om te vragen of we moeilijkheden hadden, die waren gestuurd door die Fransman.

In Parijs zijn we niet naar ’n jeugdherberg gegaan, maar naar ’n hotel, vanwege de regen. Half negen lagen we in bed en hebben dus niets van Parijs gezien.

‘Michael tracteert de meisjes op ’n scooterrit’

Ter herinnering – nog altijd met een big smile – aan levensjutter avant la lettre Michael Maria Bakermans. Omdat hij op zijn geheel eigen wijze de laatste bladzijden van dit reisdagboekje 4 voor zijn rekening neemt. Aflevering 7: mijn vader voorziet de Lambretta van een nieuw buitenbandje en er wordt gedanst.

ospedaletti

Zaterdag 25 augustus

Van 10 uur ’s morgens tot 5 uur aan het strand geweest. Een van de Hollandse meisjes moest naar huis en de andere drie brachten haar naar de trein in Nice.

Zondag 26 augustus

Met de scooter naar San Remo. Het is ’n geweldige stad met grote machtige gebouwen. Ook de binnenstad is erg interessant. Wel oud. Het is er ook erg druk met alle mogelijke mensen. We hebben ’s avonds in Ospedaletti gegeten, we hadden trek in spaghetti.

Doris Day in San Remo 1956

‘Alle mogelijke mensen’ lopen er rond in San Remo, onder wie Doris Day. M’n ouders hadden haar zomaar tegen het lijf kunnen lopen (maar dat is niet gebeurd)

Maandag 27 augustus

Met de meisjes maar weer naar het strand. Michael heeft gelukkig wat te doen. Hij heeft ’n nieuw buitenbandje gekocht en gaat dat nu verwisselen. Later heeft hij de meisjes getracteerd op ’n ijsje en ’n scooterrit.

In de jeugdherberg wordt buiten gedanst bij ’n ouderwetse pickup, die je nog op moet draaien. Er slaapt bij ons een ouwe tante, die ’s morgens ontdekt dat ze d’r gebit kwijt is.

Opnieuw wordt duidelijk dat mijn ouders nu wel samen in één ruimte mochten slapen, maar dat dit niet betekende dat ze privacy hadden.

Dinsdag 28 augustus

KMS 31793

Vertrek uit Latte 8 uur. Na Nice, Grasse, Digne-les-Bains komen we over de Alpen. Erg woest en mooi, maar ook met grote verbrande gedeeltes. Met veel pijn en moeite gaat de scooter naar boven.

In La Frante blijven we in een hotel waar we direct na het eten in bed duiken. Ik ben doodop en blij dat we in ’n heerlijk zacht, opgemaakt bed komen.

Dat ‘La Frante’ kan ik op de kaart niet vinden, op welke manier ik het ook schrijf. Hoe dan ook: ik kan me de blijdschap van mijn moeder voorstellen. Na zo’n spannende dag achterop de Lambretta is zo’n luxe bedje een verademing!

‘Michael heeft een naakte vrouw gezien’

Ter herinnering – nog altijd met een big smile – aan levensjutter avant la lettre Michael Maria Bakermans. Omdat hij op zijn geheel eigen wijze de laatste bladzijden van dit reisdagboekje 4 voor zijn rekening neemt. Aflevering 6: er moet een andere herberg worden gezocht, en er wordt even ingekocht in Frankrijk.

ambre-solaire-cosmetics-1956-photo-harry-meerson-hprints-com

Donderdag 23 augustus

Vannacht heeft er een vent op onze kamer geslapen, en Michael heeft een naakte vrouw gezien. Ze was zich lekker aan het wassen volgens hem.

Privacy: ho maar, dat blijkt. Noch voor mijn ouders, noch voor die poedelende blote dame.

Tot onze spijt moeten we de jeugdherberg verlaten. Er komen 25 Engelse meisjes. Maar nog geen 10 km verder kunnen we in een andere terecht. We gaan daarna even de grens over naar Menton om wat inkopen te doen. Het is vreselijk druk aan de grens, maar het valt erg mee met de tijd die je nodig hebt om er over te komen. Een van de douanes vroeg: Ollanda? Toen ik ja zei, antwoordde hij met ‘tot ziens’.

De eerste regenbui hebben we – hoe bestaat het – aan de Rivièra. In de jeugdherberg zijn 4 Hollandse meisjes uit Utrecht. We zijn hier in Latte. Er worden hier veel bloemen gekweekt, vooral anjers.

Vrijdag 24 augustus

Om weer te vertellen dat de zon schijnt is misschien flauw en ongelofelijk, maar het is nu eenmaal zo. We gaan vandaag met die vier meisjes naar het strand. Het is erg gezellig en dus vliegt de dag om.

Ongeveer half zes gaan Michael en ik samen de stad in, Ventemiglia, waar het vrij duur is en ik geloof dat ze overal maar wat vragen. Bij de ene zaak kost een flesje Ambre Solaire b.v. 150 lire en zo loopt het op tot 250. Nog steeds zie je hier ’s avonds laat Vaders en Moeders met hele jonge babies en kindergrut. Je loopt hier ’s avonds om tien uur nog in je zomerjurk, heerlijk.

Het genieten is bijna voelbaar, tussen de blijvende verbazing door over al dat kindergrut zo laat ’s avonds nog op straat. Ach, misschien heeft deze vakantie mijn moeder ook wel wat ‘losser’ gemaakt wat betreft alle door consultatiebureau en samenleving opgelegde regeltjes. Hoogzwanger van mij ging ze gewoon nog lekker achterop de scooter naar Denemarken, en ook als baby ben ik vanaf mijn geboorte gewoon overal mee naar toe genomen – in een hangmat achterin de auto. Maar ja: altijd wel op tijd naar bed. En dat doe ik nog steeds 😉

 

 

‘Met badpakken en brood naar zee’

Ter herinnering – nog altijd met een big smile – aan levensjutter avant la lettre Michael Maria Bakermans. Omdat hij op zijn geheel eigen wijze de laatste bladzijden van dit reisdagboekje 4 voor zijn rekening neemt. Aflevering 5: weinig te beleven, weinig te doen, anders dan heerlijk aan het strand liggen.

varazze

Zaterdag 18 augustus

KMS 31412

We gaan vandaag naar Varazze, waar we om 12 uur aankomen. Het is erg warm, dus gaan we direct naar de zee.

Zondag 19 augustus

Vandaag hebben we weer rust en gaan we dus aan zee liggen. Het weer is niet zo zonnig, maar de temperatuur is heerlijk

Maandag 20 augustus

KMS 31440

Vertrek uit Varazze met zeer warm weer. We gaan nu via San Remo naar Ospedaletti, waar we in ’n mooie grote jeugdherberg komen. Vanuit mijn kamer kijk je zo op de zee. Je mist hier wel een heerlijk glas koud water. Veel te beleven is hier niet.

In het restaurant, waar we eten met 2 Canadezen, 2 Duitsers en ’n Amerikaan heb je vanaf het terras ’n prachtig gezicht op de zee. De maan schijnt en in de verte zie je allemaal lichtjes, erg mooi. Na nog ’n wandeling gaan we om half elf naar bed.

Dinsdag 21 augustus

Weer ’n rustdag en weer is het stralend weer. Natuurlijk kun je dan niets anders doen als heerlijk aan het strand liggen. Het duurt niet lang of ik ben flink verbrand en zie er uit als ’n Indiaan.

’s Avonds gaan we gezellig de stad in. Eerst eten en daarna een heerlijk ijsje. Nog zo’n zalige wandeling en dan naar bed. Het was ’n heerlijke dag.

Woensdag 22 augustus

Nog steeds gaan we niet op de scooter. Met badpakken en brood naar zee. Veel is hier niet te zien of te beleven. We zouden vanavond naar San Remo, maar het begint zo te stormen en te weerlichten dat we maar besluiten om het niet te doen.

Nou, daar heb ik weinig aan toe te voegen. Zo hoort een vakantie te zijn 🙂

‘Italianen zijn toch wel aardig, maar ook getikt’

Ter herinnering – nog altijd met een big smile – aan levensjutter avant la lettre Michael Maria Bakermans. Omdat hij op zijn geheel eigen wijze de laatste bladzijden van dit reisdagboekje 4 voor zijn rekening neemt. Aflevering 4: het einddoel wordt bereikt, de bloemenrivièra. La dolce far niente kan beginnen!

rapallo

Donderdag 16 augustus

KMS 31197

Nu gaan we naar het beloofde land. De zon schijnt nog niet. Weer zit ik op Michael te wachten. Om 8 uur vertrekken we naar Genua. Het is een lange, saaie weg. Van Genua gaan we naar Rapallo, en zijn om 2 uur aan het strand.

Het beloofde land… dat was in die periode duidelijk de Italiaanse rivièra. Later werd dit ingeruild voor de Spaanse costa’s, en de huidige levensjutters zoeken het beloofde land wat noordelijker (even een terugblik, in een terugblik)

Het is hier erg mondain en duur, maar ook prachtig. De Italianen zijn toch wel aardig, maar als je ze soms bezig ziet, dan denk je toch ook wel dat ze ’n beetje getikt zijn. Zo zie je ’s avonds laat pa en ma netjes opgedoft in de stad met de baby van hoogstens ‘n ½ jaar op de arm.

En bang zijn ze ook niet, wat het motorrijden betreft. Waar wij met 20 km per uur naar beneden gaan doen hun het met minstens 60.

Die scootertjes (en ook de Lambretta) zijn natuurlijk uitgevonden in Italië, dus niet gek dat ze daar op die dingen rijden alsof ze nooit anders hebben gedaan… want dat hebben ze waarschijnlijk dus niet. Dat gebruik van ‘hun’ in deze zin (net als eerder het ‘klaar is de kous’) verbaast me eigenlijk wel, van mijn taalgevoelige moeder. Ben ik niet van haar gewend…

We blijven hier in Rapallo ’n paar dagen in de jeugdherberg, waar het ook vrij duur is. We zijn ’s avonds de stad in geweest, het was er allemaal erg chic. En in elke kroeg zat het tjokvol met mensen die naar de televisie zaten te kijken, zelfs ’n hele straat hadden ze geblokkeerd. Om 11 uur zijn we naar bed gegaan.

Vrijdag 17 augustus

Om 9 uur liggen we heerlijk aan de zee. Michael is nog steeds niet erg weg van het keienstrand…

Nee, mijn vader had liever zacht, warm zand, dat zich vormde naar de contouren van je lijf

… en dan is hier iets wat nog erger is: als je uit het water komt zitten je voeten vol splinters, en om ze eruit te krijgen valt niet mee en is erg pijnlijk. Eerst hebben we het met het schaartje gedaan, maar later kregen we een stilo van een Italiaan.

Tot 6 uur aan het strand gebleven, gegeten en gewandeld en toen om 11 uur naar bed. ’s Avonds heb je hier ’n beeldig gezicht op de stad.

Ik vraag me af wat die ‘splinters’ geweest kunnen zijn. Zee-egels? Zijn er kenners van deze kust onder de lezers?

‘Hoe kan het anders: ik moet lopen’

Ter herinnering – nog altijd met een big smile – aan levensjutter avant la lettre Michael Maria Bakermans. Omdat hij op zijn geheel eigen wijze de laatste bladzijden van dit reisdagboekje 4 voor zijn rekening neemt. Aflevering 3: amper over de grens worden de eerste Italiaanse ijsjes alweer genuttigd. ‘Een páár’ nog wel!

martigny-orsieres-chemin-de-fer

Woensdag 15 augustus

Vertrek Cossonnay 8.00 uur

KMS 30998

Na ’n heerlijk ontbijt vertrekken we om 8 uur richting Lausanne. Het is prachtig weer en de omgeving fantastisch. Aan onze rechterhand ligt het Meer van Genève. We komen nu door Montreux, waar we even een paar kaarten versturen. Nu verder naar Martigny. Nu gaat de sport beginnen. De bergen, en wel de Grote St. Bernhardpas.

’t Is hier schitterend mooi, maar ook erg angstig. En hoe kan het anders: ik moet lopen, maar niet zo lang, want ik kan met ‘n stel Oostenrijkers meeliften. Op de top staat de scooterheld me op te wachten en heeft intussen 4 foto’s gemaakt.

En elke keer als ik dit soort opmerkingen lees moet ik onwillekeurig nog steeds knarsetanden dat al deze foto’s er niet meer zijn. Plus in dit geval over het feit dat mijn vader dus doodleuk tegen mijn moeder zegt: hup, van de scooter af, ik zie je zo boven wel… 😮

Hier boven kun je de St Bernardhonden zien. We komen nu weer aan de grens en zijn dan in Italië. Voordat we naar Turijn gaan, nemen we eerst een paar heerlijke ijsjes. Het is intussen 5 uur en we moeten nog 127 km rijden. We komen in het donker in Turijn aan en het valt niet mee om de jeugdherberg te vinden, ondanks de behulpzaamheid van de Italianen. Ze kunnen dan niet eerlijk zijn, maar vriendelijk en behulpzaam zijn ze zeker.

Waar m’n moeder dat vandaan heeft, dat Italianen niet eerlijk zijn, ik heb geen idee. Volgens mij is het een vooroordeel; ik ken geen enkel verhaal waaruit blijkt dat ze ooit oneerlijk door een Italiaan zijn behandeld…

Het wordt 10 uur voordat we naar bed gaan na een vermoeiende dag en ’n flink verbrand gezicht.

Ja, dat wil wel, met prachtig weer in de Alpen. Dat is dan weer een voordeel van op een scooter zitten, lekker in de buitenlucht… De ‘bodem’ is gelegd, op naar de kust nu!

‘De monteur kijkt ernaar en klaar is de kous’

Ter herinnering – nog altijd met een big smile – aan Michael Maria Bakermans, die vandaag 94 jaar geleden het levenslicht zag in Geldrop. Omdat hij op zijn geheel eigen wijze de laatste bladzijden van dit reisdagboekje 4 voor zijn rekening neemt. Aflevering 2: de eerste pech dient zich aan, maar dit wordt weer gecompenseerd door ‘hoi hoi hoi’ een verblijf in een hotel.

Laussane

Dinsdag 14 augustus

Vertrek Belfort 9.00 uur

KMS 30703

Weer is het 9 uur voordat we vertrekken. En eindelijk, de derde dag, hebben we de eerste pech. De koppeling werkt niet meer. 1 ½ uur zwoegen zonder resultaat. Leve de vacantie. Michel snipverkouden, mijn bult oververmoeid en de scooter in de garage.

Het valt erg mee. De monteur kijkt er even naar en klaar is de kous.

Die bult waar mijn moeder over schrijft is één van de overblijfselen van diverse scooter- en motorongelukken: (vermoedelijk) een verkalkte bloeduitstorting op de zijkant van haar dijbeen. Bij sommige weersomstandigheden, of als ze veel had gelopen, dan werd deze plek erg pijnlijk en ‘moe’ dus.

De reis is nu naar Lausanne. De omgeving is hier wunderbar. We hebben tot nu toe erg gezwijnd met het weer. Het zag er steeds dreigend uit en we zijn ook door plaatsen gekomen waar het erg geregend had, maar zelf hebben we geen regen gezien.

Het is vandaag geen goede dag voor ons Michael, want de kilometerteller is niet erg vooruit gegaan. Om half zeven gaan we slaapplaatsen zoeken en hoi hoi hoi in een hotel.

We gaan heel uitgebreid eten, het is werkelijk fantastisch (van m’n eigen centen), schweinefleisch mit pomfriet und salade. Daarna een potje biljarten en dan naar bed. Dit gebeurt allemaal in Cossonay. Zo zaaaalig.

Na hun huwelijk heeft mijn moeder blijkbaar de beschikking gekregen over haar eigen deel ‘huishoudgeld’. Mijn moeder heeft nooit ‘de bewilliging van haar man bekomen’ (aldus artikel 164 uit het toenmalige burgerlijk wetboek) om haar eigen kostje te verdienen. Of mijn vader nam artikel 160 nogal letterlijk en kort door de bocht: ‘De man is het hoofd van de echtvereniging’. Punt.

Ons Michael haalde weer ’n mooie stunt uit. De bazin van het hotel vroeg namelijk ‘Frühstücken Sie hier?’. Michael zei ‘Ja’. De bazin: ‘Wieviel Uhr?’ Michael: ‘Drei Schnitten’.

Vreemde talen en mijn vader, dat was geen succesvolle combinatie. Maar: hij probeerde het altijd wel gewoon, en het kon hem geen fluit schelen of het allemaal wel correct uit zijn mond kwam. Hier steekt mijn moeder nog een beetje de gek met hem. Jaren later had ze oprecht meelij met hem toen hij in Amerika een ‘strawberry cheesecake’ wilde bestellen, hij niet uit dat woord kwam en de man achter de balie hem resoluut oversloeg met de woorden: ‘Next one please?’ Ja, daar kan ik nu ook nog boos om worden hoor… Maar ‘life in the fast lane’ was ook niks voor mijn vader, en ik ben blij dat ik dat van hem geërfd heb 😉

‘Ik heb ’n uur op de baas moeten wachten’

Ter herinnering – nog altijd met een big smile – aan levensjutter avant la lettre Michael Maria Bakermans. Omdat hij op zijn geheel eigen wijze de laatste bladzijden van dit reisdagboekje 4 voor zijn rekening neemt. Aflevering 1: de aanloop naar waar het eigenlijk allemaal om draait.

MichelMoto

🙂

Zondag 12 augustus

Vertrek Eindhoven 8.30

KMS 30041

Het weer is onstabiel. We gaan via Weert-Roermond naar Heerlen. Ondanks herhaalde waarschuwingen vertikt Boerkamp benzine te tanken, dus zitten we midden in de stad zonder. Hij moet er met een blikje op uit om wat te halen.

Boerkamp? Nou, dat begint lekker. Ik hoor mijn moeder achterop zitten foeteren… maar je kunt altijd nog beter midden in de stad zonder benzine zitten dan midden in het niets.

Het is maar koud. We gaan nu naar Aken, na een kopje koffie aan de grens. Het weer wordt steeds beter. We zijn nu in Monschau, het is hier ook erg mooi. Vandaar naar Trier. Van de weg af links zien we een prachtige basiliek.

Ik geloof dat we heel wat km’s omrijden, want overal staat umleitung. In Dreisbach hebben we een jeugdherberg gevonden. We mogen niet met onze schoenen naar boven, ze vroegen of we pantoffels hadden.

Gezien het gebruik van ‘we’ in combinatie met ‘naar boven’ vermoed ik dat ze, nu ze een boterbriefje hebben, samen mogen slapen in jeugdherbergen. Dat waren dan nog steeds wel slaapzalen… en geen tweepersoons kamers.

Om half tien gaan we dan naar bed. De scooter mag je hier eigenlijk ook niet meebrengen.

Maandag 13 augustus

Vertrek Dreisbach 9.00 uur

KMS 30392

Vertrek met mist. Ik was om 7 uur present, maar heb minstens ’n uur op de baas moeten wachten. We gaan nu naar Saarbrücken. Dat is een echte lelijke fabrieksstad. Vandaar naar Strassbourg, daar drinken we een kop koffie. Vandaar naar Colmar. Het is prachtig zonnig weer. Als lunch gebruiken we ijs en cake.

Op de Lambretta konden ze natuurlijk geen kooktoestelletje meenemen om aardappels, groente en vlees te gaan kokkerellen onderweg. Dus dan moet je wat hè?

In Belfort hebben we een jeugdherberg. Er zijn hier meer nationaliteiten dan gisteren. ’s Avonds nog even de stad in.

Dat wachten op mijn vader – ik weet eigenlijk niet beter dan dat we altijd op hem moesten wachten. Soms leek het wel of hij het erom deed. Kijken waar onze tolerantiegrens lag…

route Lambretta

Geen routekaartjes deze keer (want de route naar het zonnige zuiden kennen we nu wel), maar een keurig lijstje in het strakke, technische handschrift van mijn vader

Met de Lambretta naar de Rivièra dei Fiori

Als mijn vader nog geleefd had, was hij komende dinsdag 94 geworden. Met 80 was het echter op, mooi geweest, genoeg geleefd & intens genoten. Van grote, maar vooral ook van de kleine dingen des levens. Hij was een levensjutter avant la lettre. Ging altijd zijn eigen weg (=dreef zijn eigen zin door), schuwde het avontuur niet (=was soms levensgevaarlijk bezig), gaf voorkeur aan het eenvoudige boven het luxe – indertijd was dat over het algemeen niet de prioriteit van mijn moeder of mij. Met mijn vader was het nooit saai.

Ter ere van hem vanaf morgen weer even een duik voorbij de horizon in het verleden. Naar 1956 om precies te zijn. Ze zijn inmiddels vier jaar getrouwd, de Topolino is niet meer, maar de zucht naar zon, zee en zand is onveranderd. Dus opnieuw zakken ze af naar het zonnige zuiden, opnieuw naar de Italiaanse bloemenrivièra, maar deze keer op een grijze Lambretta, een inmiddels iconisch scootermerk.

1950lam125LC

Lambretta is het merk dat Innocenti, opgericht door Luigi Innocenti, voerde voor de voertuigdivisie van het bedrijf. Voor de Tweede Wereldoorlog was Innocenti een fabrikant van steigerpijpen en getrokken buis. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de productie voornamelijk voor oorlogsdoeleinden ingezet, zoals bij alle fabrieken die werden genationaliseerd.

Al tijdens de laatste jaren van de oorlog zag Innocenti mogelijkheden voor een nieuwe markt: motorscooters. Goedkoop en betrouwbaar vervoer, zonder de nadelen die motoren toen hadden. Mobiliteit moest bereikbaar worden voor de grote massa. Deze mobiliteit werd in de vorm van een scooter gegoten, en samen met de Vespa leidde dit tot de ongekende populariteit van de scooter in de jaren vijftig. De naam Lambretta komt van de rivier de Lambro die langs de Innocentifabriek stroomde.

De greep naar kleine goedkope vervoermiddelen bleek een gouden greep. De producten van Innocenti bleken uitermate betrouwbaar en daarnaast erg concurrerend geprijsd. De prijsstelling was op een niveau dat het voertuig voor iedereen bereikbaar was. De successen bleven daarom niet uit. Er zijn door de jaren heen verschillende modelseries op de markt verschenen, de wellicht meest bekende modelseries zijn: D en LD serie, met motoren van 125 en 150 cc. (bron: Wikipedia)

Voor mijn ouders gold die betrouwbaarheid zeker. Dit zou namelijk gewoon een heerlijk relaxte zonvakantie worden, zonder al te veel pech. In krap drie weken legden ze weer ruim 3000 kilometer af, op dit scootertje dat – voorzien van drie versnellingen – een maximale snelheid kon halen van 65 tot 70 km per uur. Het verbruik van zo’n Lambretta was 1 op 50. Met een tankinhoud van 6 liter konden ze dus zo’n 300 kilometer verder komen – als mijn vader op tijd tankte.

Dit dagboekje is het meest bescheiden boekje qua formaat, en dat geldt ook wel voor de avonturen. Het venijn, én de verrassing, zit ‘m deze keer vooral in de staart. De laatste bladzijden van dit reisdagboekje worden gevuld door mijn vader, met volzinnen waarbij je vergeet adem te halen. Maar eer het zover is stappen we morgen eerst lekker bij hem achterop de Lambretta.

 

riviera di fiori