Ons leven als een bouwput

Op een van m’n lunchwandelingetjes krijg ik onverwacht een inkijkje in het hart van mijn werkgever: de bouwput in het midden van het terrein van het ziekenhuiscomplex. Al in de eerste periode dat ik hier werkte werd hier gesloopt, en voelde ik de doffe bonken als er weer een stuk beton ter aarde stortte. De sloop hier lijkt bijna een parallel met ons leven.

sloop

De bouwput van het ziekenhuis

Toen ik net in dienst kwam, zo’n twaalf jaar geleden, begon de afbraak van de vleugel waar ik enkele jaren eerder was bevallen. Dagelijks kon ik vanaf de afdeling chirurgie waar ik werkte, horen, voelen en – als we naar buiten liepen – ook zien hoe brok voor brok geschiedenis werd weg gehapt. Ziekenhuisgeschiedenis, en een stukje van mijn eigen leven.

Ik verliet de afdeling voordat deze ging verhuizen naar de nieuwe locatie, en verliet uiteindelijk ook het ziekenhuis voor een langer-dan-gedachte sabbatical. In die jaren van ‘stilstand’ gebeurde er veel. We braken ons oude leven net als het verpleeggebouw stukje voor stukje af, en ervoor in de plaats kwam het plan een heel ander leven in Denemarken op te gaan bouwen.

De slopers zijn nu bezig met de laatste loodjes. Ook mijn vorige werkplek – het secretariaat, de operatiekamers – bestaat inmiddels niet meer. In de bouwput is te zien hoe alles minutieus en met beleid gescheiden wordt verzameld en afgevoerd: metaal, beton, asbest en andere bouwmaterialen.

Net zoals wij de afgelopen jaren ons leven onder de loep hebben genomen en stuk voor stuk zaken hebben ‘gesloopt’ en afgevoerd. Jaaps werk. Heel veel spullen die we hebben weggegooid, weggegeven of verkocht. We zijn gaan consuminderen in plaats van consumeren. We drinken geen alcohol meer, eten zo min mogelijk bewerkt voedsel, geen suiker, geen vlees, enzovoort.

Daarvoor in de plaats kwamen experimenten uit de natuur omdat we er in Denemarken letterlijk soms niet omheen konden: de struiken barstensvol oranje duindoornbessen en glanzend rode rozenbottels en niet te vergeten al het lekkers wat in de tuin van ons Gele Huis bleek te staan. Qua werk voor Jaap werd het fotografie in plaats van facilitair. Ik kwam weer voor even terug bij mijn oude collega’s op hun nieuwe werkplek, en wisselde bij een nieuw, eveneens tijdelijk contract de chirurgen als opdrachtgevers in voor huisartsen.

Onze woning in Nederland wordt leger en overzichtelijker. We zijn er nog niet, maar de finishing touch is in zicht. Ook wij zijn bezig met de laatste loodjes. Dan kan het bordje Te Koop in de tuin worden gezet. Het Gele Huis in Denemarken ondergaat ook stap voor stap een metamorfose: van het compleet ingerichte, kant-en-klare vakantiehuis zoals we erin trokken, wordt het steeds meer onze eigen, verbeterde permanente woonstek. De plannen, net als voor het nieuwe centrale deel van het ziekenhuis, zijn er al lang, evenals vele tekeningen – de uitvoering ervan is in volle gang.

Slopen zorgt voor overlast, bouwen ook. Het kost ook veel energie. Soms zit ik even letterlijk in een (bouw)put en vraag ik me af waar we in vredesnaam mee bezig zijn. Wat breken we af, en komt het allemaal wel goed met de ‘nieuwbouw’?

Heel symbolisch is onlangs een loopbrug tussen dat oude, bijna gesloopte gebouw en de plek waar ik tegenwoordig werk ook verdwenen. Geen wankele verbindingen meer tussen dat-wat-was en dat-wat-nog-niet-ontstaan-is, maar slechts ruimte. Ruimte waarin alles mogelijk is.

ussie

(Commentaar overbodig 🙂 )

Advertenties

Het ademende huis

Het doet me ineens denken aan die vrij desastreus verlopen kerstvakantie in Benidorm, toen mijn vader de vloerbedekking van het appartement in de fik stak omdat we geen verwarming hadden. Ik zag die vakantie voor het eerst mijn moeder doodziek in bed, en mijn vader doodsbang de flat uit vluchten.

Het was beestenweer die kerstvakantie. We verbleven op de 13e (!) verdieping van een appartementencomplex. Het regende, het stormde en op zeker moment begon de hanglamp boven de tafel steeds harder te slingeren. Mijn vader, met enige kennis van de ‘Spaanse slag’ oftewel de jaren-zeventig-snel-en-slordig-uit-de-grond-stampen-bouwstijl vertrouwde het niet meer en sommeerde ons de jassen aan te trekken en mee naar beneden te komen.

Het leek zo leuk en luxe toen we er met zonnig weer in trokken: een gezellig appartement met vaste vloerbedekking overal, zelfs op het balkon! Dat was nog eens wat anders dan de kale tegelvloeren die we gewend waren aan de costa’s. Toen het weer omsloeg moesten we onze mening bijstellen. De vaste vloerbedekking op het balkon werd doornat van de aanhoudende regen, en al die nattigheid kroop tergend langzaam steeds verder de woonkamer in.

Het was ook op dat moment dat we ons realiseerden dat er geen verwarming in het appartement was. Over het algemeen in deze streken ook niet nodig, maar nu wel. Mijn vader kwam op het lumineuze idee een paar bakstenen op de bouwplaats naast onze flat te pakken, deze op het gasfornuis warm te maken en zo een soort straalkacheltjes te hebben.

Helaas dacht hij minder helder na over de consequenties van hete bakstenen op nog-net-niet-natte vloerbedekking. Gelukkig was het nylon, en smolt het gewoon aan de bakstenen vast. De volgende dag vond hij op dezelfde bouwplaats nog een paar stukken van dezelfde vloerbedekking. Als je het niet wist kon je niet zien dat er hier en daar een paar rechthoekjes uitgesneden en weer opgevuld waren.

luik-2017-01-04-20-00-06

Het nieuwe, lichte en licht doorlatende luik naar de hems (lage zolder), van onderaf gezien

Herinneringen! En dat allemaal omdat we in het Gele Huis een nieuw luik naar de hems hebben gemaakt. Het vorige luik was loeizwaar, té zwaar voor onze ruggetjes die nu eenmaal niet van een soepele speklaag zijn voorzien – we tilden het ding dus op onze rug als we de trap naar het zoldertje op of af liepen.

Nu hebben we een lichtgewicht (en licht doorlatend) luik. En dit beweegt als het hard waait. Alsof we de onzichtbare longen van het huis zichtbaar hebben gemaakt met een plaat perspex: het zucht mee met de vlagen van de straffe noordwesten wind die ons dunne rieten dak nu geselt.

Bij elke vlaag drukt het luik iets naar beneden, en als de wind even verslapt, ontspant ook het luik zich. Ons huis komt ineens bijna letterlijk tot leven; deint mee met de wind. Maar verder blijft het een noord-Juts, ruim 200 jaar oud, stug boerderijtje dat geen krimp geeft, kreunt noch steunt in welke barre weersomstandigheden dan ook.

luik-2016-12-30-17-59-29

Jaap op de hems bezig met het nieuwe luik 🙂

Ons kerstwonder

geel boerderijtje met rieten dak

De ‘schade’ na de storm: brandhout!

We hebben geslapen als ossen; kerststorm Urd heeft ons niet wakker gehouden. De enige ‘schade’ is een omgewaaide, dode boom achter in de tuin – mooi brandhout! – en een afgewaaid stuk plexiglas voor een keukenraampje dat simpel te vervangen is. Alle vetbollen voor de vogels hangen zowaar nog gewoon in de meidoorn.

We zijn vroeg op, want Konrad komt straks even langs om naar de kraan onder het keukenkastje te kijken. Ik heb hem gisteravond gemaild met de vraag hoe groot hij de kans acht dat we een loodgieter bereid kunnen vinden om ons tussen kerst en oud & nieuw van het pielige straaltje water af te kunnen helpen en hij reageerde met: ‘ik kom wel even kijken’.

En daar is het natuurlijk niet bij gebleven. Na ons verhaal aangehoord te hebben, het straaltje water te hebben gezien en wat geduw en getrek aan de kraan is hij de watermeterput in gedoken om te zien of er misschien een verstopping te vinden zou zijn. Dat was niet het geval. Hij achtte de kans nu ook wel erg groot dat het euvel zich in die kraan onder de keukenkast bevindt.

Hij is er aan gaan draaien, stukje naar rechts, stukje naar links, stukje verder naar rechts, stukje verder naar links. En oh wonder: uit de keukenkraan die open stond kwam langzaam maar zeker een steeds steviger straal…

Al die tijd dat we het Gele Huis bewonen hebben we de minimale waterdruk voor lief genomen. Ik heb zelfs even getwijfeld of een wasmachine het wel zou redden hier – maar die doet gewoon z’n ding. Misschien wel langzamer dan normaal, maar zo is ons hele leven hier en daar streven we juist naar… 😉 En nu ziet het er naar uit dat we over normale waterdruk kunnen beschikken als we een goed werkende afsluitkraan hebben… Whoohoo!

Konrad heeft meteen het plaatselijke loodgietersbedrijf gebeld. Deze week komen ze niet meer om die kraan te vervangen, maar in het nieuwe jaar komt er een mannetje langs. En zo heeft ons geklus aan de keukenvloer dan toch nog een onverwachte meevaller opgeleverd. Morgen maar eens uitgebreid douchen… 😉

Een serene kerst?

storm in Agger Tange

Vandaag maar geen strandwandeling… vanuit de tuin ziet het er al woest genoeg uit…

’t Piepkleine kribbetje met Jezus, dat ik zolang in een hoekje van de kast had verstopt, heb ik zojuist tussen Jozef en Maria in gezet. Het Praagse kerststalletje is compleet. Alle kaarsen zijn aan, de kachel brandt warm. Als we na ons kerstontbijt de tafel afruimen vraagt Jaap: ‘En, gaan we vandaag sereen kerst vieren, of gaan we een vloer slopen?’ ’t Is een retorische vraag, Jaap weet het antwoord al.

De keuken in het Gele Huis heeft, net als het deel waar wij de ‘woon- en werkkamer’ hebben, een verhoogde vloer. Beide vloeren zouden we heel graag op gelijke hoogte met het middendeel van het huis hebben, en vandaag, Eerste Kerstdag, gaan we dus kijken of dat mogelijk is. Eerder al hebben we de vloerbedekking verwijderd die over het vieze en deels kapotte linoleum was gelegd, hebben we een deel van dat linoleum weg gebikt.

Ik vind het eng, dit soort werkzaamheden. Bij zo’n oud huis weet je zeker dat je verrassingen gaat tegenkomen. En in hoeverre zijn wij als vergevorderde klussers in staat mogelijke problemen op te lossen? Of los je het ene mankement op, en creëer je daarmee een volgend.

Tussen keuken- en middendeel, waar de eettafel en twee stoelen bij de kachel staan, bleek onder dat linoleum een stuk houten vloer te liggen. De rest van de keukenvloer is cement/beton, en Jaap vermoedt dat hier leidingen doorheen lopen. Als het houten vloerstuk weg is, zien we inderdaad een elektriciteitsleiding. Dat valt tegen. Het feit dat er geen schimmel of vocht onder die houten ‘doos’ zit is dan weer een meevaller.

Deze vloer verlagen – daar gaan we ons niet aan wagen, zo besluiten we al snel. Wel moet al het linoleum van de vloer af, zodat we vanaf schoon en droog cement iets nieuws kunnen gaan leggen. Het is een pokkeklus. Tijdens het beitelen onder de keukenkastjes komen we verrassing nummer 1 tegen: de plek waar de waterleiding het huis binnenkomt is de plek waar ik in mijn dromen de nieuwe koelkast van de nieuwe keuken had bedacht. Helaas: dat gaat niet lukken.

Vlak daarna zit een kraan: hier kun je de waterleiding afsluiten om bevroren leidingen te voorkomen. Deze gebruiken we nooit: we sluiten het water buiten, in de waterput bij de meter, af. Nu hebben wij een heel erg lage waterdruk hier. In eerste instantie komt het vrij enthousiast de kraan uit, maar dan zakt het terug tot een gemiddeld straaltje. Niet erg, maar vooral onder de douche zou ik wel eens willen dat er iets meer kracht achter zat.

Nu we dit kraantje onder het keukenkastje zien, dringt het vermoeden zich op: zou deze misschien half dicht staan? Zit hier de reden van de lage druk? Jaap draait aan de knop en kan hem maar een kwart slag in beweging krijgen. Als ik de keukenkraan open draai om het wonder te zien voltrekken, hebben we verrassing 2: in plaats van dat de druk is toegenomen, is er nu bijna helemaal geen druk meer. Ook de kraan onder de kast weer in de oorspronkelijke positie terugzetten levert nu geen verschil meer op. Er blijft een minimaal straaltje uit de kraan komen.

Ons toch al zo langzame koken wordt nu superslow cooking. Eer we een pan water vol hebben voor ons kerstdiner… En datzelfde geldt voor wassen, afwassen, plassen (niet doortrekken als er nog geen water in het koffiezetapparaat zit!). Maar ach, we kunnen wat hebben, en aan het eind van de dag hebben we een kale keukenvloer, een nieuw inrichtingsplan voor een nieuwe keuken, hebben we en passant ook maar dat ene bovenkastje van de muur gehaald, heeft Jaap een idee hoe de (waarschijnlijk kapotte) waterleidingkraan te repareren is – na Kerst – en een heerlijk kerstdiner van spaghetti met de laatste overheerlijke olijfolie met truffel uit Kroatië. En morgen zeer waarschijnlijk overal spierpijn.

Dan piept mijn telefoon. Het Deens Meteorologisch Instituut met een stormwaarschuwing. Morgen, Tweede Kerstdag, rond deze tijd gaat het stormen met orkaankracht. En dat is nu dus. Vanmiddag ging de meeste windmolens in de omgeving al in stormstand: stil. De noorderbuurman heeft zijn caravan die altijd buiten op het erf staan, binnen gezet. De fiere vlaggenmast-kerstboom van de westerburen is gedegradeerd tot een zielig hoopje lampjes op de grond. Odin z’n oren waaien zowat van z’n kop als we buiten komen – en dat hebben we vandaag dus maar minimaal gedaan.

Lekker binnen gebleven. Kaarsjes aan. Kachel aan. Is het zowaar toch nog een beetje serene kerst hier in het Gele Huis.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Help! Ik word verliefd!

Ik heb moeite met de logistiek van een klus. Daarom is het me vaker dan één keer overkomen dat ik er pas ná het behangen achter kwam dat het toch handiger geweest zou zijn als ik eerst de plint had geschilderd. Die daarvoor natuurlijk in de grondverf gezet had moeten worden, nadat ik ‘m eerst geschuurd en geplamuurd had. Gevolg 1: we hebben hier veel slecht- of onbeschilderde plinten – of besmeurd behang ter hoogte van de plint.

Gevolg 2: ik probeer vanaf het gewenste resultaat in omgekeerde volgorde terug te denken. Dan kan het gebeuren dat als ik iets op zolder wil gaan doen, ik in de garage beland en die ga uitmesten, omdat net dat ene stuk gereedschap wat ik nodig heb, zoek is. Gevolg 3: ik heb een – voor even – opgeruimde garage, ik vind weken later het kwijte gereedschap onder mijn bed terug, maar ik begin niet meer aan die oorspronkelijke klus. Of ik maak me er met een Jantje van Leiden van af. Ik ben namelijk een perfectionist. En als blijkt dat het me niet perfect lukt, geef ik er vaak de brui aan.

Deze dagen komen al die Jantjes als treiterende lijkjes uit allerlei kasten tevoorschijn. Ik pluk nu zelf de wrange vruchten van mijn ongeorganiseerde, onaandachtige en ongeduldige manier van klussen zoals ik dat in mijn ‘oude leven’ deed. We zijn, zoals ik de vorige keer schreef, druk bezig met concrete stappen richting Denemarken en het allereerste (en ook wel het belangrijkste) is natuurlijk ons huis hier verkopen. En willen we dat een beetje leuk en liefst ook nog een beetje snel doen, dan moet het er Fundaproof uitzien.

Nu ga ik echt mijn appelgroene behangetje op zolder niet meer van het schuine plafond weken (nu ik erover nadenk is het eigenlijk wel gek: behang op het plafond), of onze paarse vloer vervangen door Frans eiken, want er zijn nog veel te veel onaffe zaken die echt een hogere prioriteit hebben. Maar ik werk inmiddels volgens Het Nieuwe Klussen en dat is niet alleen samen met Jaap (dus de logistiek klopt nu gewoon), maar ook aandachtig, geduldig en zonder nog perfect te willen zijn. Goed is genoeg.

Al zo lang ik hier woon zijn de aluminium kozijnen op de eerste verdieping mij een doorn in het oog. Hoe ze ooit waren voordat ik hier kwam wonen weet ik niet meer, maar de afgelopen zestien jaar heb ik ze er niet fraaier op gemaakt. Uitgeschoten met muurverf, uitgeschoten met lak van een deur, en ten einde raad op één van de kozijnen een keer Hammerite uitgeprobeerd om al die zondevlekken te verbergen. Maar ja: dat was ook weer zo’n niet perfect en dus half af werkje. Ik kom mezelf letterlijk en figuurlijk tegen, deze dagen.

Wat te doen met die rotkozijnen? Houten kozijnen schuren, gronden en lakken is al niet mijn favoriete schilderklusje, laat staan een lastig materiaal als aluminium. Dat moet tussen het schuren en gronden ook nog eens een keer in de primer gezet worden! Vier keer dezelfde gang langs vijf deurkozijnen maal drie (binnenkant, zijkant, buitenkant) – dat is 60 keer repeterende bewegingen maken. Dat is gegarandeerd rsi.

In de afgelopen zestien jaar heb ik natuurlijk best wel eens een doekje over die gevlekte kozijnen gehaald in een poging ze er wat minder shabby te laten uitzien, maar echt resultaat had dit dus niet. Totdat ik eerder deze week eens googelde op ‘aluminium kozijnen schoonmaken’. Een druppeltje Dreft op een schuursponsje. ‘En-gij-geleuft-da?’ zou mijn moeder gezegd hebben. ‘Dat gaat toch krassen?’, riep het praktische Maagdstemmetje in mij. Nee, dat schijnt niet te gaan krassen want er zit (meestal) een coating op dit soort aluminium, las ik.

Godzegenedegreep en Geronimo!* ben ik met een emmertje afwassop en een schuursponsje los gegaan op de kozijnen. Het is niet te geloven. Ze worden weer als nieuw. We hebben nu parelgrijze, matglanzende, satijnzachte kozijnen. Elke keer als ik er langs kom, aai ik er even verliefd overheen. Straks wil ik hier echt niet meer weg!

 

*Geronimo was een indianenleider (Chiricahua-Apachen) die een nogal legendarische status als ‘held’ of ‘dappere’ heeft bereikt, met name door meerdere keren aan de blanken te ontsnappen en de enorme weerstand die hij in diverse gevechten heeft geleverd. Een dappere man dus. Zijn naam (zijn Apachenaam luidde ‘Goyaałé’ – hij die geeuwt) wordt dan ook gebruikt – in overdrachtelijke zin of als strijdkreet – voor hele dappere hoewel soms wat onbezonnen daden.

 

 

 

 

Jaaps plankjes & een give-away!

We zijn een goed team. Dat weten we natuurlijk al zo’n zeventien jaar, maar het wordt deze dagen gewoon weer eens bevestigd. Het enthousiasme van Berith, de Deense winkelierster in Agger die in principe de foto’s wil verkopen, werkt aanstekelijk.

En dan kan het maar zo gebeuren dat op een normaliter duffige-door-de-weekse-ochtend aan het ontbijt het één-tweetje uit de brainstorm meteen wordt omgezet in daden: Jaaps ‘plankjes’, zoals de werktitel voorlopig nog luidt, hebben nu ook steuntjes, zodat ze niet alleen kunnen hangen, maar ook kunnen staan. En dat geheel volgens onze Levensjutters-leefstijl: simpel, natuurlijk en niets-verspillend – want gemaakt van de stukjes resthout die overblijven na het zagen van de plankjes.

Overigens: als iemand een briljant idee heeft voor een pakkende naam voor deze impressionistische ‘schilderijtjes’ op ruw hout – laat maar horen :-). De beste krijgt er één! 🙂  

Maar ik ga even terug naar het begin. Toen Jaaps foto’s meer en meer een eigen stijl en gezicht kregen, ontstond ook het vage idee er iets méér mee te doen dan ze alleen te delen op fotosite Flickr en op Facebook. Ik zag de hele serie Tenderness al op zijde gedrukt, en daar vervolgens tunieken of kimono’s van gemaakt. Internet afgestroopt op zoek naar iemand die op zijde print, gevonden, om vervolgens tot de ontdekking te komen dat dit eenvrouwsbedrijfje inmiddels ook weer was opgeheven.

Tenderness (3)_a

‘Tenderness 3’ op hout: óók mooi! Dit is overigens een close-up van een kamperfoelie

Uiteindelijk werd het eerste experiment op hout geboren, en dat viel niet tegen. Maar dat we nou enthousiast waren: nee. Tot we tegen het juiste hout aan liepen en via Middelste Zoon in contact kwamen met de vader van een vriend die over de gewenste apparatuur beschikt. Nieuwe plankjes werden geprint en hier werden we wél blij van!

Jaap fotografeert, ik schrijf er soms een stukje bij – of óver. Ik reik ideeën aan, Jaap voert ze uit. Jaap zaagt, ik vertaal. We voeden elkaar. En gaan volgende week vol vertrouwen naar Livets Krydderi. En als het linksom niet lukt… juist: dan vinden we rechtsom wel.

Whispers of eternity_p

‘Whispers of eternity’ hangend aan de muur. Een typisch Agger Tange-landschap

_Steuntje achterkant

De achterkant: zowel simpel als doeltreffend.

Sankthansaften en een rieten dak in lichterlaaie

Het vuur op sommige stranden in Thy zal iets minder hoog oplaaien dit jaar als Sint Jansavond wordt gevierd. En dat ligt dan niet alleen aan de regen die er nu rijkelijk valt… We voelen ons een beetje beschaamd, achteraf. Maar op het moment dat we her en der bijeengeveegd juthout vonden, tijdens ons laatste bezoek aan het Gele Huis, dachten we maar aan één ding: compost.

Nou ja, twee dingen eigenlijk. Want met de vondst van een paar stevige balken krijgt ook een tuinhuis van gejut hout al enige vorm. Maar waar het ons vooral om ging deze keer waren pallets. We hadden het plan opgevat van een paar pallets compostbakken te maken, waar de komende tijd vooral het vele gras dat we van onze veldjes af maaien mag slinken.

Ik had er weinig fiducie in: in de zomer stormt het niet zo op de Westerzee, spoelt er weinig aan, en valt er dus weinig te jutten. Groot was onze verbazing toen we op diverse plekken aan het strand enorme stapels zeer divers juthout aantroffen: planken, balken, boomstronken, pallets – van half vergaan tot nog in heel mooie conditie. Het vermoeden rees dat hier verzameld werd voor een midzomerfeestje.

Het idee dat alles in de fik zou gaan voedde de gedachte dat per brandstapel 1 goede balk of 1 stevige pallet niet echt gemist zou worden. En zo stroopten we – eerder blij dan bezwaard want al het hout was bijeen geveegd op zeer toegankelijke plekken zodat we geen kilometers hoefden te sjouwen – enkele brandstapels af. Twee van de gewenste drie compostbakken af, en het tuinhuis in gedachten ook al. Wauw!

Compostbakken maken van oude pallets

Twee compostbakken-in-wording van pallets

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

En de contouren van het tuinhuis krijgen ook vorm!

Eenmaal weer terug in Nederland lees ik over de viering van Sankt Hans, zoals Johannes de Doper in Denemarken heet. Want hoewel oorspronkelijk een heidens zonnewendefeest (net als de winterwende) is het verchristelijkt tot feestdag ter ere van de geboorte van Johannes – zoals de winterwende Kerst werd vanwege de geboortedag van Christus. En net zoals de Denen vooral kerstavond vieren in plaats van Kerst, vieren ze ook sankthansaften – Sint Jansavond.

Met vuur, veel vuur. Vanwege het moment – lange, lichte nachten en een aangename temperatuur – en omdat vuur van oudsher wordt beschouwd als afweer- en verdelgingsmiddel voor boze geesten, die vooral ’s avonds en ’s nachts actief zijn. Daarom worden de vuren ook op de avond voor de 24e juni aangestoken en niet overdag op 24 juni zelf.

Sankthansaften is het meest populaire feest voor de Denen. In het met tomeloze energie (en tractors) bijeengeveegde hout hebben wij schaamteloos staan graaien. Als dat maar goed komt. Vanavond toch nog maar even wat Sint Janskruid plukken ergens. Immers: ‘Het zou behoeden tegen branden en allerlei kwalen, geplukt voor zonsopgang beschermde het tegen de bliksem, welke je rieten dak in lichterlaaie zou kunnen zetten.’ En net als in Nederland bliksemt het nu ook volop boven ons rietgedekte Gele Huis… Of misschien helpt het als we nu uit volle borst meezingen…

Morgen, op de geboortedag van Johannes, meer over tradities, hekserij en bijgeloof rond dit feest.

 

 

 

Oranje handschoenen en Onkruidsoep

Ik verga al een paar dagen van de jeuk en wat doe je dan dus op Koningsdag? Dan duik je de brandnetels in. Heel voorzichtig, en met handschoenen aan, dat wel. Zo werkt immers de homeopathie of de natuurgeneeskunst in zijn algemeenheid: in de ‘aard’ van de plant schuilt het geheim voor genezing van je kwaal. Dat wist men in de oudheid reeds, en sinds wij proberen wat natuurlijker te leven, herontdek ik het 😉

Sinds het jeuken begon zijn we samen alle hoeken en gaten van het internet aan het afspeuren naar mogelijke oorzaken en mogelijke remedies. Waren het de doppinda’s die ik ineens weer (veel) had opgepeuzeld? Was het misschien het andere wasmiddel waarmee Jaap een aantal wasjes had gedraaid, en wat ik al enige tijd niet meer gebruik? Was het misschien de stress van het weer werken, de onbalans in energie en daardoor vermoeidheid waardoor ik vatbaarder ben? Of waren het de nachtschades die we de afgelopen dagen veelvuldig gegeten hebben? Hooikoorts XL?

Waarschijnlijk is het een combinatie van alles. Nu kan ik natuurlijk een test laten doen a raison van 500 euro; dan weet ik exact waar ik allergisch voor ben en waar ik kruisreacties op heb en dan kan ik de rest van mijn leven aan de hand van dat lijstje gaan (her)inrichten. Klinkt allebei niet erg aanlokkelijk: zowel die 500 euro als dat lijstje…

Dus hebben we besloten gewoon ons boerenverstand in te zetten en dat betekent: voorlopig geen pinda’s meer (nummer 1 op de lijst van dingen die allergische reacties kunnen veroorzaken) en nu we weten wat voor klachten kunnen ontstaan door het eten van nachtschades laten we die de komende maanden ook even uit ons menu weg.

Nachtschades? Dat is een plantenfamilie waarvan aardappels, tomaten, aubergines, paprika’s en pepers de bekendste zijn. Maar ook de tabaksplant is een neefje. Heel kort om de bocht gezegd zijn stengels en blad van deze planten giftig; de vruchten niet, maar daar zitten dan wel weer op nicotine lijkende stofjes in die rare dingen kunnen veroorzaken in het menselijk lichaam. En vanwege mijn allergie voor graspollen zou het zomaar kunnen dat ik ook gevoelig ben voor pinda’s en nachtschades. Kruisreactiviteit heet dat dan.

Maar om nu eerst eens van die jeuk af te komen is zuiveren of ontgiften zinvol en waar doe je dat mee? Juist: met de plant die als beste jeuk veroorzaakt. Brandnetels. Gelukkig staan die hier in de omgeving volop. Dus gewapend met tuinhandschoenen, snoeischaar en rugtas heb ik vanmiddag buurt en bos afgestroopt. Voorzien van bij deze dag passende oranje huishoudhandschoenen heb ik voor het eerst van mijn leven onkruidsoep gemaakt én gegeten. En het was nog lekker ook. Dankzij de jeuk wordt nu onderhand het oermens pas echt in mij wakker.

2016-04-27 16.45.23

Doodeng: met van die rubber handschoenen en zo’n groot mes de brandnetels fijnhakken… 

2016-04-27 17.16.57

… maar dit is dan het resultaat: gepureerd met de staafmixer (die het hierna niet meer deed en waarvan we later in de soep onderdelen terugvonden… )

Griep

Toch maar goed dat we die vervelende groene bank nog niet hadden ingeruild voor dat o zo leuke beukenhouten Danish-Design-tweezittertje dat we vorige week in de Blauwe Kruiswinkel voor slechts 325 kronen zagen staan. Drie-en-veertig euro! Goed, de kussens waren roze, maar daar is makkelijk wat aan te doen. De afgelopen dagen heeft de groene bank toch nog fijn dienst gedaan als ligbank, hangbank en slaapbank. We hadden de griep. Vermoed ik.

Eerst viel ik om. Bijna letterlijk. Zomaar, uit het niets, tijdens het ontbijt, ging het licht uit. En heb ik vooral geslapen. Heerlijk, op twee schapenvachten en onder een wollen dekentje, terwijl Jaap het vuurtje in de kachel lekker opstookte, voor mij zorgde en voor Odin zorgde. Hoewel die het liefst ook in z’n mand bleef liggen. Kunnen honden ook griep krijgen? Of kwam dat omdat zijn mand naast de groene bank staat?

Twee dagen later was Jaap aan de beurt. Ik krabbelde weer een beetje overeind, overal spierpijn alsof ik aan een triatlon had meegedaan en slap op de benen omdat ik amper gegeten had – en toen stortte Jaap in, ’s avonds. Zelfde idee: pap in de benen en geen pap meer kunnen zeggen. Meteen het bed in, en de volgende dag mijn plek tussen de wolletjes op die toch-niet-zo-vervelende groene bank ingenomen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Hè gezellig, samen snurken! (Nee, eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat Odin en ik de enigen hier in huis zijn die snurken…)

Raar hoor. Geen gehoest of gesnotter of andere aanloop-perikelen. Alsof iemand de stekker eruit trok. En net zo plotseling was er (bij mij althans) ook ineens weer ‘stroom’. Teveel, zo leek het wel. Ik was als eerste op – voor het eerst in de zestien jaar dat we samen zijn geloof ik. Jaap van bed naar de bank geloodst. Vuurtje gemaakt. Hondje gevoerd & uitgelaten. Ontbijtje gemaakt en samen gegeten. Jaap weer terug naar de bank. Was bij elkaar gezocht, maar wasmachine nog niet aangezet want: eerst douchen. (De waterdruk is hier zo laag dat ik dan kans loop of te verbranden of te bevriezen onder de douche als de wasmachine water vraagt, en dat probeer ik gewoon liever niet uit).

Ontbijtspullen afgewassen. Wasmachine aan. Vuurtje oppoken. Met hondje naar buiten: wat hapklare brokken hout zagen, en wat ballen met Odin. Hout gehakt. Lukte niet. Dan maar weer zagen. Naar binnen. Manlief over de bol aaien, vuurtje opporren, koffie zetten & drinken. Was buiten in zon en wind ophangen, en nog wat zagen. Vuur in de gaten houden.

Klein lunchhapje maken & eten. Hondje voeren. Dik blok hout in de kachel, want: even eindje wandelen met Odin. Lekker weer, even naar de fjord. Sneeuwklokjes geplukt voor manlief. Hond in de mand gestopt, vuur gevoerd, stuk karton gezocht dat als verduisteringsgordijn dienst kan doen voor de lichtgevoelige oogjes van manlief, en weer naar buiten (waar de zon inderdaad volop schijnt). Sprokkelhout uit de auto gehaald (lag er nog in van een paar dagen geleden). Schuur opgeruimd. Zooi voor de stort in de auto gegooid. Naar de zojuist gearriveerde westerbuurvrouw gezwaaid – hee, waar is de buurman?

Sh**, vuur bijna vergeten. Kachel opgestookt. Kopje thee gezet en gedronken met mijn lief. Weer naar buiten. Hondje mee. Takkenzooi naast het huis opruimen en af en toe een bal weggooien. Nog een kopje thee, met een crackertje. Was van buiten naar binnen halen (want: nog niet helemaal droog). Hapklare houtjes in de kachel. Na de vloerbedekking nu ook stukken linoleum van de keukenvloer afbeitelen. Glaasje water met een cracker. Zooi uit de keuken in de auto leggen voor de stort. Nog een keer een rondje (nou ja: linkerberm heen, rechterberm terug) met het hondje. Hondje voeren.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Eerder al het idiote stuk vloerbedekking dat half over het linoleum heen geschroefd was, verwijderd, nu ook het linoleum

Eten voor ons maken (makkelijk: restje rijst) en lekker samen opeten. Nog een paar houtjes op het vuur. Afwassen. Vuurtje gaande houden. Toch te weinig hout gezaagd, dus: naar de schuur in het donker om nog wat extra te halen. Blogje schrijven.

Een oud-collega van me heeft wel eens gevraagd, toen ik vertelde over onze Deense plannen om hier rustig & simpel te gaan leven: ‘Maar wat DOE je daar dan de hele dag?’ Nou, zoiets als hierboven, maar dan samen. En tussendoor ook nog wat wandelen en jutten op het strand natuurlijk. 😀