Ons leven als een bouwput

Op een van m’n lunchwandelingetjes krijg ik onverwacht een inkijkje in het hart van mijn werkgever: de bouwput in het midden van het terrein van het ziekenhuiscomplex. Al in de eerste periode dat ik hier werkte werd hier gesloopt, en voelde ik de doffe bonken als er weer een stuk beton ter aarde stortte. De sloop hier lijkt bijna een parallel met ons leven.

sloop

De bouwput van het ziekenhuis

Toen ik net in dienst kwam, zo’n twaalf jaar geleden, begon de afbraak van de vleugel waar ik enkele jaren eerder was bevallen. Dagelijks kon ik vanaf de afdeling chirurgie waar ik werkte, horen, voelen en – als we naar buiten liepen – ook zien hoe brok voor brok geschiedenis werd weg gehapt. Ziekenhuisgeschiedenis, en een stukje van mijn eigen leven.

Ik verliet de afdeling voordat deze ging verhuizen naar de nieuwe locatie, en verliet uiteindelijk ook het ziekenhuis voor een langer-dan-gedachte sabbatical. In die jaren van ‘stilstand’ gebeurde er veel. We braken ons oude leven net als het verpleeggebouw stukje voor stukje af, en ervoor in de plaats kwam het plan een heel ander leven in Denemarken op te gaan bouwen.

De slopers zijn nu bezig met de laatste loodjes. Ook mijn vorige werkplek – het secretariaat, de operatiekamers – bestaat inmiddels niet meer. In de bouwput is te zien hoe alles minutieus en met beleid gescheiden wordt verzameld en afgevoerd: metaal, beton, asbest en andere bouwmaterialen.

Net zoals wij de afgelopen jaren ons leven onder de loep hebben genomen en stuk voor stuk zaken hebben ‘gesloopt’ en afgevoerd. Jaaps werk. Heel veel spullen die we hebben weggegooid, weggegeven of verkocht. We zijn gaan consuminderen in plaats van consumeren. We drinken geen alcohol meer, eten zo min mogelijk bewerkt voedsel, geen suiker, geen vlees, enzovoort.

Daarvoor in de plaats kwamen experimenten uit de natuur omdat we er in Denemarken letterlijk soms niet omheen konden: de struiken barstensvol oranje duindoornbessen en glanzend rode rozenbottels en niet te vergeten al het lekkers wat in de tuin van ons Gele Huis bleek te staan. Qua werk voor Jaap werd het fotografie in plaats van facilitair. Ik kwam weer voor even terug bij mijn oude collega’s op hun nieuwe werkplek, en wisselde bij een nieuw, eveneens tijdelijk contract de chirurgen als opdrachtgevers in voor huisartsen.

Onze woning in Nederland wordt leger en overzichtelijker. We zijn er nog niet, maar de finishing touch is in zicht. Ook wij zijn bezig met de laatste loodjes. Dan kan het bordje Te Koop in de tuin worden gezet. Het Gele Huis in Denemarken ondergaat ook stap voor stap een metamorfose: van het compleet ingerichte, kant-en-klare vakantiehuis zoals we erin trokken, wordt het steeds meer onze eigen, verbeterde permanente woonstek. De plannen, net als voor het nieuwe centrale deel van het ziekenhuis, zijn er al lang, evenals vele tekeningen – de uitvoering ervan is in volle gang.

Slopen zorgt voor overlast, bouwen ook. Het kost ook veel energie. Soms zit ik even letterlijk in een (bouw)put en vraag ik me af waar we in vredesnaam mee bezig zijn. Wat breken we af, en komt het allemaal wel goed met de ‘nieuwbouw’?

Heel symbolisch is onlangs een loopbrug tussen dat oude, bijna gesloopte gebouw en de plek waar ik tegenwoordig werk ook verdwenen. Geen wankele verbindingen meer tussen dat-wat-was en dat-wat-nog-niet-ontstaan-is, maar slechts ruimte. Ruimte waarin alles mogelijk is.

ussie

(Commentaar overbodig 🙂 )

Advertenties

Quote op zondag #19

 

Wie tevreden is met tevredenheid, die is altijd tevreden.

Spijt, oh zo’n spijt dat ik had. Dat ik al die dikke, weliswaar nog groene pruimen in de boom had laten hangen toen we eenmaal weer vertrokken waren uit het Gele Huis. De bessenoogst was overvloedig geweest, maar ik wilde alles wat onze tuin daar te bieden had. Desnoods onrijp.

Trossen met pruimen...

Trossen met pruimen…

Een paar pruimen met een zeer voorzichtig blosje losgeplukt uit de dikke trossen, en meegenomen naar Nederland. En wat blijkt? Ze rijpen na. In de kamer. Op de fruitschaal. In de zon. Zo’n spijt dat ik ze niet allemaal had geplukt…

Maar dan blijkt, na een wandeling met Odin door de wijk en een mini-natuurgebiedje daarachter, dat hier in de directe omgeving ook genoeg lekkers te plukken valt. Morellen. Bramen. Blauwe bessen. Waarom meer willen als genoeg genoeg is?

De quote van vandaag komt uit tekst 46 van de Tao Te Tjing, en die hele tekst gaat als volgt:

Als we de voorkeur geven aan de Tao,

kunnen we galopperende paarden gebruiken

voor het bemesten van onze akkers.

Als de Tao niet wordt gevolgd, dan gedijen er oorlogspaarden.

Er bestaat geen groter ongeluk dan onbegrensde verlangens.

Er bestaat geen groter kwaad dan ontevredenheid.

Er bestaat geen groter drama dan hebzucht.

Wie tevreden is met tevredenheid,

die is altijd tevreden.

Vier inmiddels rode Deense pruimen, buurtbramen en blauwe bessen uit de tuin...

Vier inmiddels rode Deense pruimen, buurtbramen en blauwe bessen uit de tuin…

 

Na de kikker: wespen!

Figuurlijk kúnnen we er niet omheen, letterlijk móeten we er omheen: een tak aan de pruimenboom die zo zwaar is van de vruchten dat hij bijna het gras raakt. Het is duidelijk een beter voorjaar geweest dan vorig jaar. Onderweg vielen ons ook de weelderige velden met gerst en haver al op, mais op normale hoogte en stijve tarwestengels vol met koren. In onze tuin is de overvloed niet anders en de pruim spant wel de kroon.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

De bessenstruiken die tijdens ons verblijf in juni al een mooie oogst beloofden, maken die belofte waar. En tussen de kruisbes en de rode bes ontdekken we nu nóg een soort: de zwarte. De kersen zijn vooral voor de vogels en de insecten – ze hangen te hoog om geplukt te worden, en de laaghangende waar we wél bij kunnen zijn vaak al aangetast. En dit jaar ook weer – niet veel – appels in de boom. En dat allemaal dankzij het wegsnoeien van één, alles-overwoekerende roos.

eerste oogst 2016-07-17 12.05.29

De eerste oogst!

Het rondje door de tuin levert nog een verrassing op: een wespenkoningin, die we eerder vermoedden in de composthoop toen we die omspitten, heeft besloten het hogerop te zoeken en heeft een nest aan het plafond van de schuur gemaakt, waar ijverige werksters nu in en uit vliegen. We zijn – voor zover we weten – niet allergisch voor wespengif, maar staan nu ook niet bepaald te juichen.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Onze boeddhistische kant wint het uiteindelijk van de hints die de vorige (Duitse) bewoners hebben achtergelaten in diezelfde schuur: verdelgingsmiddelen voor van alles dat meer dan vier pootjes en/of vleugels en/of enge sprieten heeft We besluiten ons paradijs met de wespen te delen. Want een paradijs is het voor hen natuurlijk ook, met al dat zoete fruit..

Bovendien zijn het nuttige beestjes: ze ruimen allerlei ander gespuis als muggen en vliegen op en zolang je een wesp niet in het nauw brengt steekt-ie niet. Dus de dagen dat we regelmatig in de schuur moeten zijn voor het pakken en wegzetten van tuingereedschap, gedragen we ons als zijn sluipende soortgenoten.

Vanwege het uiterlijk van het nest weten we dat we Duitse papierwespen (jawohl) als medebewoners hebben:

Een afgebouwd nest heeft gemiddeld een doorsnede van 20–35 cm en een wanddikte van 2 cm, maar er komen ook grotere nesten voor. Vaak zijn er meerdere nestingangen. De nesten worden gemaakt van plantenvezels of droog hout. Dikwijls ziet men wespen aan droog hout knagen. Door de plantenvezels of het hout fijn te kauwen ontstaat er een papierachtige stof. De raten worden gemaakt van deze grijze of bruingele stof.

De zeshoekige raten zijn altijd omgeven door één of meer ballonvormige omhulsels, uit hetzelfde materiaal. In de cellen van de raat legt de koningin een van haar eieren. De Duitse wesp gebruikt alleen droog, verweerd hout, waardoor het nest er grijzig uitziet. De nesten van de gewone wesp en de hoornaar zien er roodbruin uit. Vanaf augustus-september begint het nest te vervallen en worden de werksters lastig voor de mens.

Nou, in die periode zullen we niet hier zijn, en bovendien:

Een volk leeft maar één jaar en sterft aan het begin van de winter zodra het gaat vriezen. Aan het eind van de zomer, in augustus of september, worden er uit enkele tientallen bevruchte eitjes koninginnen en uit onbevruchte eitjes mannetjes geboren. De koninginnelarven krijgen speciaal hormoonrijk voedsel waardoor uit gewoon bevruchte eitjes koninginnen ontstaan. Dit hormoon wordt door speciale klieren in de kop van de werksters gemaakt.

De mannetjes zijn 15 mm lang en hebben langere antennes dan de werksters. Ze sterven vrijwel direct na de paring. Na paring met meerdere mannetjes overwinteren de jonge koninginnen in scheuren, vermolmd hout, onder de schors van een boom, onder mos of op andere beschutte plaatsen, zoals in schuren, muurholten, spouwmuren of onder een dak. De koningin kan in haar winterslaap probleemloos bevriezen en ontwaakt pas als zij boven een bepaalde temperatuur komt, die pas in het voorjaar wordt bereikt. In het voorjaar bouwt de jonge koningin een nieuw nest.

Prachtig! Hoe meer ik er over lees, hoe fascinerender ik het vind. Volgend voorjaar zien we wel weer verder. Alhoewel ik me, na de kikker in de put, toch wel afvraag wat dit wespennest me nu te vertellen heeft…

 

 

Quote op zondag #14

Een bewolkte zondag in juli rond het Gele Huis. In de loop van de dag waait de bewolking steeds meer open en laat de zon zich steeds meer zien. Perfect weer voor de tuin.

In de verte glinstert het water van de Krik Vig en daarachter de zee. We eten vruchten direct van de bomen en struiken af. We voelen ons rijk en gezegend, en genieten met volle teugen van dit leven. Dit moment pakt niemand ons meer af.

Dat inspireert tot de volgende quote deze dag:

De schoonheid der aarde is niet te koop; zij behoort aan wie haar ontdekt, haar begrijpt, en haar proeft en weet te genieten. (Henry Bordeaux, 1870-1963)

Gentle summer breeze © Jaap Berghoef Fotografie

Gentle summer breeze © Jaap Berghoef Fotografie

(Origineel: La beauté de la terre ne s’achète pas; elle appartient à qui la découvre, la comprend et la goûte. Bron: La peur de vivre

Henry Bordeaux was een Frans schrijver en advocaat. Hij werd geboren in de Haute-Savoie en verhuisde later voor zijn studie naar Parijs. De spanning tussen het leven in de provincie en het leven in de stad zou later van grote invloed blijken in zijn boeken.

Dit komt onder meer terug in het boek waar de quote van vandaag uit komt: Le peur de vivre, vertaald: De angst voor het leven. Henry Bordeaux verweet dit de Franse bourgoisie. Hij wilde dat deze roman een spiegel zou zijn, waarin de Franse (stadse) samenleving van toen, zichzelf zou zien. In de ogen van Bordeaux vond het Leven, het Volle Leven, slechts plaats op het platteland.

Nou zijn we het met het dit laatste niet zomaar eens (er valt immers ook heus wel een boel te genieten in de stad), maar wij zijn erg blij dit stukje aarde waar ons Gele Huis staat, ontdekt te hebben, en proeven en genieten daar steeds meer van. En dat begrijpen, dat komt ook nog wel. 😉