‘Ik wil per se dat we 500 km afleggen’

Het is 1951. Het jaar waarin het voor een boel zaken een ‘eerste keer’ is: Coevorden wordt als eerste gemeente aangesloten op het aardgas, Nederland kijkt naar de allereerste tv-uitzending en in een experimentele reactor  in Idaho (Amerika) wordt voor het eerst elektriciteit opgewekt met kernenergie. Aan deze reis komt echter een eind: dit is de laatste aflevering van reisdagboekje 3.

Di 14 aug

Km st 8050

Nadat Michael me gewekt had zijn we opgestaan en zo vlug mogelijk de wagen in orde gemaakt. De dienstmaagd was ook wakker en heeft alles voor ons open gemaakt. Na een klein uurtje zijn we vertrokken, na Therese nog eens hartelijk bedankt te hebben.

Ik wil per se dat we vandaag 500 km afleggen en in Luxemburg terecht komen.

Zo. Mijn moeder is alle pech en het rondhangen in garages zat. Stevige taal. Ze wil naar huis…

Maar nauwelijks zijn we Interlaken voorbij en de wagen moet al rusten. Dat herhaalt zich 3x. Om 12 uur naderen we de Col de Bussang en kijken naar een plekje uit om te eten.

Even voor Bazel heb ik Michael nog wat shokolade mit kühlende vülling afgezet. Eerst dacht ik dat het louter goedigheid van hem was, maar later bleek in Mulhouse dat hij ook nog geld voor wijn had. Na het eten, wat met veel gezwaai van voorbijgangers gepaard ging, kwam Michael ook nog met bananen aanzetten, wat een hele luxe en verrassing was.

Mijn vader doet zijn best, al het pech-leed toch nog wat te verzachten met allerlei onverwachte, luxe, lekkere dingen.

Wat hier verder te zien is mag niets bijzonders genoemd worden. Het kon ook Holland zijn, alleen is het hier veel smeriger.

Om half negen komen we in Luxemburg aan en de 500 km zijn vol. Nu eerst een slaapplaats gezocht. Het is hier vreselijk duur. Het eindigt dan ook in een jeugdherberg, dus onze laatste nacht is niet veel bijzonders, vooral voor mij niet. Ik moet met m’n zere been op de planken vloer slapen zonder matras of zoiets.

M’n arme moeder…

Woe 15 aug

Kmst 8560

Na een koude en zeer pijnlijke nacht sta ik om 6 uur op. Om 7 uur ga ik naar de wagen en Michael is er al en heeft heel goed geslapen, dan is het toch nog ergens goed voor geweest. Zo begint dan onze laatste vacantiedag.

Tja, dat was het dan, het avontuur in de Topolino. Wat zal mijn moeder (en mijn vader vast ook wel) blij zijn geweest dat ze weer in haar eigen bedje lag! Hoe het verder met het been is gegaan, weet ik niet. Het zal ‘vanzelf’ goed zijn gekomen, want hier heb ik haar verder nooit meer over gehoord.

Dit verhaal krijgt nog een vervolg: in het clubblad van de Topolinoclub! ‘Leuk!’ was de reactie van de redactie toen ik vroeg of ze misschien belangstelling hadden voor deze verhalen. En zo worden mijn ouders postuum dan toch nog berucht en beroemd… 😀

21 - Eindhoven_naar_Eindhoven_-_Google_Maps

De route: in een kleine 3 weken ruim 3500 km afgelegd in de Fiat Topolino

Advertenties

‘Zitten naaien aan de uitzet van de dochter’

 

papa en de fiat aug 1951 garage muller goldswil

Monteur Michael sleutelt aan de Topolino in de garage van Herr Müller. ‘Nog een kwartiertje…’

 

Het is 1951. Het jaar waarin het Amerikaanse echtpaar Julius en Ethel Rosenberg door een federale rechtbank wegens spionage ter dood wordt veroordeeld. Mijn vader ‘spioneert’ nog steeds in de garage van Herr Müller, en ook mijn moeder doet een duit in het zakje. Aflevering 20, dagboekje 3.

Ma 13 aug

Half negen werden we wakker en zijn vlug opgestaan, want Michael moest aan de wagen werken, zodat we hopelijk vanavond of anders morgenvroeg kunnen vertrekken. Als Michael aan de wagen niet verder kon, heeft hij in de garage van Herr Müller gearbeitet.

Intussen heb ik me verdienstelijk gemaakt met aardappels schillen en groenten schoonmaken voor Frau Müller.

Intussen was mijn been tot bijna aan de knie opgezwollen en deed het flink pijn. Frau Müller wou er een dokter bij halen, ze dacht dat het een vergiftige steek was. Ze hadden een fijne lui stoel voor me in de zon gezet en daar kon ik heerlijk luieren en een beetje kletsen, dan eens met Frau Müller of haar dochter en ook met de dienstmaagd.

Intussen kwam ik te weten dat boven hun Shell installatie een stel Hollanders logeerden. Toen die mevrouw ook naar beneden kwam, zei ik ‘goedemorgen’, dat was al genoeg om een praatje te beginnen. Ze vertelde dat ze uit Scheveningen kwam en dat ze met een autocar gekomen waren. De reis en het verblijf, 14 dagen in dat huisje, kwam hun met z’n beiden op 100 gulden.

Hm… dat geeft enig idee van de kosten die ze tot nu toe al gemaakt hebben aan de Fiat. Zeker goed voor een complete vakantie per touringcar, dus.

Ik moest direct naar boven komen om te kijken hoe ze daar zaten en een kopje koffie drinken. Ook Michael moest ik er één brengen. We hebben samen een uurtje gezellig zitten kletsen tot het tijd was om te eten. We hoefden zelf niet te koken, want Frau Müller wou beslist dat we met hun meeaten.

Eerst kregen we een heerlijk bord groentesoep en daarna aardappels, tomaten en verse worst. Het was erg lekker. Na het eten is Michael weer aan het werk gegaan. Ik heb met Frau Müller boven zitten naaien aan de uitzet van haar dochter.

Om zes uur ben ik naar beneden gegaan en ben ik gaan kijken hoe het met Michael ging. Hij zei ‘nog ’n kwartiertje’. We hebben voor alle zekerheid eerst maar gegeten, wat achteraf goed bleek te zijn, want dat kwartiertje was opgelopen tot 4 uur.

Oh, die kwartiertjes van mijn vader… Heel wat jaren later heeft hij mij als tiener mijn eerste grijze haren bezorgd toen hij op het vliegveld van Malaga, voordat we weer naar huis vlogen, ‘nog even’ naar het toilet wilde, te laat was met boarden en wij dus zonder mijn vader naar Schiphol vertrokken…

Van 6 tot 10 heb ik bij Frau Müller op de divan gelegen met natte zwachtels voor mijn been. Ze wilden per se hebben dat we bij hun bleven slapen en niet in het hooi. Maar Michael vond het vervelend, omdat we ’s morgens om 5 uur zouden vertrekken. Dat gaf allemaal niets, we moesten en zouden daar blijven. Uiteindelijk zijn we toch in het hooi gegaan en hebben niet veel geslapen.

Van de zorgen? Van de pijn? Van de liefde? Ik hou het maar op het laatste… En over laatste gesproken: morgen alweer de laatste aflevering in deze zomerserie ‘Voorbij de horizon’. Dan gaan we weer even terug naar het hier & daar. Ik hier, Jaap daar. Voor het eerst sinds we elkaar kennen, gescheiden door ruim 800 km.

 

‘Ik heb bulten zo groot als een vuist’

garage visitekaartjes

Herinneringen aan een hoop pech… (en zie dat telefoonnummer! 😀 )

Het is 1951. Het jaar waarin de eerste zebrapaden in Groot-Brittannië in gebruik worden genomen en De Spelbrekers doorbreken met Ziede Gij Me Gere. Aflevering 19, Reisdagboekje 3: m’n vader sloopt de Topolino en mijn moeder wordt gebeten.

Z 11 aug

Kmst 7981

Om 7 uur staan we op en beginnen met wassen en eten. Daarna vertrekken we en hopen we dat de wagen het doet tot Innertkirchen. Daar is een garage waar we vorig jaar ook zijn geweest. Gelukkig gaat het goed. De mensen daar vinden het erg aardig dat we nog eens langs gekomen zijn. Na een kwartier gaan we weer verder, Michael wil proberen om zo thuis te komen, zonder garage.

Ik snap dat-ie dat wil, maar is dit niet het toppunt van eigenwijsheid? Nou ja, lees maar verder:

Maar voor Interlaken is het weer mis. We zien nu voor de tweede maal de Brienzersee en het is ook nu weer prachtig. Ik vind het alleen erg vervelend dat de wagen het niet doet, vooral voor Michael. We staan nu al een uur langs de weg en nog steeds wil hij niet. Michael heeft opgebeld naar een garage of ze hem op komen halen.

Hoe en waar hij gebeld heeft, weet ik niet. Hij zal wel naar een huis of misschien benzinestation zijn gelopen, en in zijn beste steenkolenduits hebben uitgelegd dat hij panne had. Mijn vader was technisch, maar ontbeerde alles wat ook maar in de verste verte leek op een talenknobbel. Mijn moeder was het talen-talent. Die sprak na een week met een Deense jeugdherbergvriendin beter Deens dan ik nu…

Na 5 minuten zijn ze er en worden we op sleeptouw genomen. In de garage kijken ze hem na en vertellen dat ze het wel in orde kunnen brengen, maar het duurt tot maandag of dinsdag. Als Michael hem zelf uit elkaar haalt, dan scheelt het haast 70 gulden. Dus die trekt vlot z’n overall aan en begint.

Z’n overall??? Je kunt in ieder geval niet zeggen dat mijn vader niet goed voorbereid op reis ging…

We kunnen hier in een prieeltje koken en slapen, dat is erg prettig. Echter, als we het prieeltje bekeken hebben, is het wel fijn voor te koken, maar niet om in te slapen. Het is vlak langs de weg en helemaal open. Om een uur of zeven zijn we een eind gaan wandelen en vonden toen een ideale hooischuur om in te slapen. Ik ging direct vragen of het mocht en het werd goed gevonden. Dus een geluk: hadden we toch een goede slaapplaats die niets kostte.

Zo 12 aug

Om 9 uur zijn we opgestaan na een heerlijke en rustige nacht. Na het ontbijt zijn we in Interlaken naar de kerk geweest. Toen we terugkwamen was het alweer 12 uur en hebben we een boterham gegeten en daarna aan het water gaan liggen.

Ondanks alles: heerlijke zondagsrust. Geen geklus. Bijna een vakantiegevoel!

Het was er niet lang vol te houden vanwege al de beesten die er rondvlogen. Als je een steek van een van die krengen kreeg, kwam er een bult die zo groot was als een vuist. Ik had er wel een stuk of zes, vooral op mijn linkervoet, daar had ik wel last van en het werd steeds maar dikker.

Na het zwemmen zijn we in het prieeltje gaan koken en daarna naar bed. Zoals bijna iedere nacht lag ik fijn dicht bij mijn schat!!

Mooi hoor. Je bent gestrand na een vakantie vol pech, de auto ligt in losse onderdelen uit elkaar, hebt een dikke voet van de insectenbeten, maar het enige dat telt is de liefde. Het jaar hierna zouden ze gaan trouwen. Als je dan al zoveel lief en leed gedeeld hebt, kun je ook uit de grond van je hart èn uit ervaring beloven in ‘goede en kwade dagen’ elkaar te steunen en trouw te blijven. En dat hebben ze ook gedaan tot het einde toe. Ja, die twee die zagen elkaar wel ‘gere’…

pap en mam Gronsveld ZH 28 aug 1948

De tortelduifjes boven op een hooiberg.

 

‘Ik zit in een deken gerold en weet geen raad’

Lugano blank

De kade van het stadspark in Lugano, na de overstromingen van juli 1951. (Foto W. Lüdi – ETB Bibliothek Zurich)

Het is 1951. Zwitserland is vreselijk geteisterd door zware regenvallen. Er zijn bruggen finaal weggeslagen en op sommige plaatsen staat het water nog op de weg als mijn ouders daar met hun Fiat Topolino rijden. Aflevering 18, Reisdagboekje 3: alle pech met de auto wordt nu zelfs mijn vader te veel.

Vrijdag 10 aug

Kmst 7825

Michael heeft goed geslapen. Ik helemaal niet.

Ah. Toch niet zo’n koele kikker als ik dacht.

Om 7 uur staan we op en juist als we alles aan de kant hebben, komen die Zwitsers. Ze helpen ons de weg op en nadat we ze hartelijk bedankt en tot ziens gezegd hebben, gaan we weer vertrekken.

Zwitserland is vreselijk geteisterd door zware regenvallen. Er zijn bruggen finaal weggeslagen en op sommige plaatsen staat het water nog op de weg. Het is verschrikkelijk zoveel als er vernield is. De regen valt nog steeds in stromen neer.

Bern blank

Ook in Bern staan de straten die zomer van 1951 blank (Foto: Walter Nydegger / Staatsarchiv Kanton Bern)

We naderen nu Bellinzona en willen nog eens de garage opzoeken waar we de vorige keer zo goed behandeld zijn.

Sommige mensen gaan tijdens een vakantie nog eens terug naar een museum waar ze eerder zijn geweest, of zoeken in een bekende regio dat fantastische restaurantje weer eens op. Mijn ouders… verzoeken hier de goden, als je het mij vraagt.

Michael wil eerst even proberen om wat bloemen te krijgen en ik zit alleen in de wagen wat te schrijven. Ineens kijk ik op en schrik me dood. Er staat een heel oud vies ventje door het raampje te kijken en allemaal te gebaren. Ik weet niet wat hij hebben wil en vind het maar griezelig. Ik wou maar dat Michael terug kwam. Maar meteen als er een andere man aankomt loopt hij hard weg.

Zou mijn moeder nu echt zo naïef zijn geweest dat ze geen idee had wat een gebarend, vies, oud mannetje van haar – alleen in een auto zittend – wilde? 😉

We gaan nu de Gotthard bestijgen. Er ligt belangrijk meer sneeuw dan vorig jaar. Ook de weg is veel slechter en het regent dat het giet. Van eten komt dus niet veel. We moeten eerst een droog plekje gevonden hebben. Om 4 uur hebben we pas iets gevonden en gaan gauw beginnen om iets warms binnen te krijgen, want overal waar je kijkt ligt de sneeuw meters dik en daarbij sneeuwt het ook nog flink. We zijn bijna bevroren.

Daarna komen de Furka en Grimsel aan de beurt. Het is zoiets machtigs en bovenaards dat je het werkelijk eerst moet zien voor je het gelooft. Alleen is het vreselijk jammer dat het zo’n slecht weer is. Je mist zo ontzettend veel. Op sommige plaatsen zie je geen hand voor ogen. Ik ben tenminste vreselijk bang.

We komen nu langs een enorme massa sneeuw die helemaal blauw-wit gekleurd is, iets schitterends. Opeens doet de wagen het niet meer en zitten we zonder olie midden in de bergen. Michael stapt uit en vraagt aan verschillende automobilisten of ze wat olie hebben. Na drie keer lukt het, een Italiaan heeft wat. Zo gaan we weer verder, maar na een kilometer of vijf doet hij het weer niet en maakt een vreselijk lawaai.

Michael gaat op zoek naar een garage. Hij heeft het erg koud. Het is dan ook een verschrikkelijk hondenweer. Ik zit in de wagen in een deken gerold en weet zo al geen raad, dus die arme schat zal het helemaal wel erg hebben.

Michael komt met nog een man terug. Ze hebben olie bij zich. Maar er schijnt iets met de motor niet goed te zijn, doordat hij zonder olie heeft gereden. Michael voelt zich helemaal niet goed en wil direct gaan slapen. We zijn vlak bij een hotel, dus dat doen we dan maar. Het is er alleen vreselijk duur. We moeten 10 gulden betalen en dan slapen we nog op een grote zaal waar 25 bedden stonden. We hebben wel behoorlijk geslapen, alleen Michael heeft een paar keer gezegd: wat moet ik toch beginnen?

Mijn vader was altijd positief en was bij algemene tegenslag altijd degene die anderen moed inpraatte – ook al was het soms echt tegen beter weten in. Als mijn vader de moed liet zakken, dan was er écht iets heel erg mis.

18 - Gotthardpas_naar_Grimselpas__Obergoms__Zwitserland_-_Google_Maps

Het laatste stukje van de angstige route over de drie passen: de Gotthard, de Furka en de Grimsel

‘De wagen wil niet uit de modder. Wat nu?’

Het is 1951. Het jaar waarin Nederland wordt getroffen door een 10 minuten durende aardbeving van 5,6 op de schaal van Richter, maar mijn ouders geven geen krimp in aflevering 17, Reisdagboekje 3, waarin op een stille, afgelegen weg het noodlot weer toeslaat.

Intussen is het weer donker geworden en passeren we de Zwitserse grens. We komen nu langs het Comomeer, werkelijk fantastisch. Overal waar je kijkt zie je lichtjes, daar is Bevrijdingsdag in Eindhoven niets bij.

Wij hebben het ook gezien, tijdens ons recente verblijf aan het Comomeer. Ik kan me het gevoel van mijn moeder wat ze toen had, best wel voorstellen, maar wij vonden het nu eigenlijk vooral erg benauwend. Zó veel hutje-mutje-bebouwing op al die berghellingen… Geef ons de de duisternis van Noord-Jutland maar, met op een koude winternacht lichtjes boven ons van miljoenen sterren…

Om 11 uur komen we in Lugano aan, het is hier erg druk en gezellig. De mensen zitten buiten op het terras te luisteren naar de verschillende bands, die ook buiten zitten. Het is nu de hoogste tijd om te gaan slapen.

Na een half uur komen we op een stille, afgelegen weg en rijden daar één of ander laantje in, het is vlak langs een water. Michael vraagt of ik even uitstap om te kijken of het een geschikte plaats is en nauwelijks ben ik buiten of ik zak tot m’n enkels in de modder.

Oh jee. Maar ja: beter mijn moeder dan de auto, denk ik dan maar.

Intussen heeft Michael het ook ontdekt en nu moet ik uit alle macht duwen om de wagen, die al een behoorlijk eind in de modder zit, eruit te krijgen. Het lukt niet. Nu moet ik achter het stuur gaan zitten, en de wagen starten, dan zal Michael duwen, maar hij wil er niet uit, wat nu?

Mijn moeder heeft nooit een rijbewijs gehad. Ze heeft vele jaren later wel rijles genomen, maar na drie keer het examen te hebben verknald door hevige examenvrees vond mijn vader het welletjes.

Ik ben al een eind de weg op gelopen om te zien of er niemand kan helpen, maar zoals gewoonlijk: als je iemand nodig hebt, komt er geen mens. Drie minuten van de plaats des onheils hebben we een tentenkamp gezien en daar gaan we het nu maar eens proberen.

Na een paar maal hallo geroepen te hebben, worden ze wakker en zijn ze bereid ons te helpen. Ze zullen het niet erg leuk gevonden hebben, zo ‘s nachts in de modder te kruipen.

Na 5 minuten zijn we gered en volgens die Zwitsers kunnen we rustig tot morgenvroeg blijven staan, ze zullen nog terugkomen om te kijken of we goed weg kunnen komen. Dus gaan we slapen.

Als ik dit nu lees, is er een goede reporter aan mijn moeder verloren gegaan. Zonder enig besef van die dingen doet ze hier wat elke journalist-in-spe op de opleiding leert: schrijf in de tegenwoordige tijd, dat leest alsof je erbij bent. Als ik dit nu lees, ben ik er gewoon bij: in het holst van de nacht, op een afgelegen laantje, steeds dieper wegzakkend in de modder. En dan die laatste zin als een soort onderkoelde anti-climax. DUS gaan we slapen… Mijn adrenaline is door het lezen alleen al op een peil dat van slapen geen sprake zou kunnen zijn. Wat een ‘coole’ moeder had ik!

17 - Milaan__Italië_naar_Lugano__Zwitserland_-_Google_Maps

Van Milaan via het Comomeer naar Lugano

 

 

Als Grace Kelly op de mooiste weg van de wereld

Het is 1951. Het jaar waarin de laatste koningin van Portugal, Amélie, sterft en Louis Armstrong de hitladders beklimt met La Vie en Rose. Aflevering 16, Reisdagboekje 3: mijn ouders proeven en genieten ‘vet’ van dat rooskleurige leven.

 

W.8 aug

Kmst 7330

Na een nacht van veel heen en weer gesjouw staan we allebei zeer moe en gammel op. We beginnen een ontbijt met gebraden speklappen en een heerlijk kopje thee.

verraste-smiley-37845151

Daarna helpt Michael mij met m’n haren wassen. Intussen is het 12 uur geworden, dus hoog tijd om te vertrekken. We gaan nu via Le Grand Corniche naar Menton. Dit is de mooiste weg van de wereld. Het is werkelijk fantastisch.

Le Grand Corniche is een zeer bochtige weg van 31 km langs steile hellingen, met spectaculaire uitzichten op Rivièra en Middellandse Zee. Vaak het decor voor films: zo zie je bijvoorbeeld in de openingsscène van Golden Eye dat Famke Janssen op deze smalle kustweg achterna wordt gezeten door James Bond. En hier zetten Grace Kelly en Cary Grant hun Rover P5 aan de kant in Hitchcock ‘s film To Catch a Thief. Tragisch genoeg verongelukte Grace Kelly, toen inmiddels prinses Gracia van Monaco, hier later ook. Dat wist mijn moeder toen nog niet, want dat moest allemaal nog gebeuren, maar ik kan me voorstellen dat ze zich voelde zoals Grace Kelly later op bijgaande foto uit de film. Al zat Grace niet met gebraden speklappen te picknicken…

Om 7 uur passeren we de Italiaanse grens. Het is al flink donker als we al een eind in Italië zijn en alles doen om een slaapplaats te vinden. Na 2 ½ uur rijden eindelijk iets gevonden langs de Middellandse Zee. Het waait verschrikkelijk. We vinden het in Italië maar griezelig, maar desondanks slapen we toch maar buiten in de wagen.

D.9 aug

Kmst 7480

Zo goed als niet geslapen. Begonnen met, zoals iedere morgen, de lakens en dekens op te vouwen, daarna wassen en eten.

Behalve een zak aardappels, geweckte groenten en wat verschoning (neem ik aan) hadden ze dus ook lakens en dekens (let ook op het meervoud) bij zich. En dat allemaal in dat kleine Topolinootje. Geen wonder dat ze door de veren zakten!

We gaan nu eerst naar Genua. Michael wil onderweg nog een keer de zee in. Genua is zoals iedere havenplaats groot, druk en rommelig. Daarna komen we in Milaan. Het valt mij tegen, alleen de Dom is schitterend.

Was Milaan in die tijd nog niet de modehoofdstad van Europa? Of heeft mijn vader dat heel kien voor mijn moeder verborgen gehouden? Niet shoppen? Geen leuke schoenen proberen te scoren? Nou ja: het geld zal ook onderhand op geweest zijn na alle garagebezoeken. Maar, for the record, ze zijn nog steeds pechvrij!

16 - Cannes__Frankrijk_naar_Milaan__Italië_-_Google_Maps

Van het mondaine Cannes naar Milaan.

‘In een mum van tijd was hij 200 gulden kwijt’

Het is 1951. Het jaar waarin de eerste zebrapaden in Groot-Brittannië in gebruik worden genomen en Les Paul en Mary Ford een hit hebben met How High The Moon (muziekje!). Aflevering 15, Reisdagboekje 3: we verlaten Marseille en volgen kilometer na kilometer de prachtige Franse Rivièra, waar natuurlijk ook het casino in Monte Carlo wordt bezocht.

Nu gaan we weer langs de zee.. De weg is zeer heuvelachtig, maar fantastisch mooi, met enorme rotsblokken. Michael vind het nog mooier dan Zwitserland.

Als er maar zon, zee en zand was, dan had mijn vader een goede vakantie.

De bedoeling is dat we nu een eind buiten Marseille komen om een slaapplaats te zoeken, maar volgens mij is dat wat we nu berijden niet de hoofdweg. Michael zegt van wel. Ik denk dat de weg hier doodloopt, en dat we straks terug naar Marseille moeten en dat blijkt ook het geval te zijn.

‘The wife is always right.

The man is always wrong.

So: what is the man when he says the wife is right?’

Mijn moeder had altijd gelijk 😀

We hoeven er echter geen spijt van te hebben, want het was schitterend. Alleen moeten we nu het donker wordt de bergen in. Dat vind ik niet zo leuk. De weg is een zigzaglijn vol S-bochten. Even buiten Cassis zetten we de wagen aan de kant en gaan slapen.

M.6 aug

Kmst 7015

We gaan nu weer verder langs de Middellandse Zee. Het is hier verrukkelijk, maar zeer warm. Op het ogenblik zitten we te ontbijten aan zee. Kilometers en kilometers rijden we langs de Rivièra. Om een uur of elf stoppen we weer en gaan een heerlijk zeebad nemen.

Nu weer verder richting Nice. De ene badplaats is nog drukker dan de andere. Even buiten Cannes zetten we de wagen aan de kant en gaan slapen.

Het lijkt erop dat de Topolino nu officieel in gebruik genomen als camper. Er wordt niet meer gezocht naar een slaapplaats, ze zetten de auto aan de kant en gaan slapen…

D.7 aug

Kmst 7228

Nog steeds rijden we langs de Rivièra. Het is overal even mooi. We gaan nu eerst zorgen voor brood en sla, dan kunnen we naar het strand. Om een uur of vijf gaan we eens naar het casino in Monte Carlo, naar de speeltafels kijken. Dat was wel interessant om te zien. Er stond een man naast ons die zomaar 200 gulden inzette en in een tijd van 3 minuten was hij ze allemaal kwijt. Geslapen buiten.

Buiten? Het moet niet gekker worden zeg. En wie heeft meegeteld weet net als ik dat mijn ouders inmiddels zeker zo’n bedrag kwijt moeten zijn geweest aan alle reparaties tot nu toe: een lekke band, een defecte stuurinrichting, een gebroken schijf, een oververhitte kokende motor, een verstopte carburateur, een toeter die het niet meer doet, gebroken veren en een verstopte uitlaatpijp… maar ja: dat voelt natuurlijk anders dan het in een casino zomaar over de balk smijten… En laten we wel wezen: de ‘investeringen’ die mijn ouders deze reis al in de Topolino hebben gestopt, werpen kennelijk hun vruchten af. Dit is het eerste stukje zonder pech!

15 - Marseille__Frankrijk_naar_Cannes__Frankrijk_-_Google_Maps

Van Cassis naar Cannes

 

 

 

 

‘Het is hier doodeng met al die negers’

marseille 1950

De haven van Marseille in de jaren 50

Het is 1951. In de 513e Staatsloterij is de honderdduizend gevallen, en zo voelt het voor mijn ouders ook – even. Aflevering 14, Reisdagboekje 3: door de Pyreneeën richting de ‘verontrustende’ stad Marseille.

Vrijdag 3 augustus

Weer ontwaken we met stramme leden, maar gaan desondanks aan het werk om in een garage te komen. Na tien minuten hebben we er een gevonden. Er zal in ieder geval een dag mee gemoeid zijn. De mensen zijn hier erg aardig. We mogen even boven komen om koffie te drinken.

Ze drinken hier pikzwarte koffie met rum, waar we allebei een beetje tipsy van worden. Om 7 uur kunnen we weer vertrekken. Het kost ons 70 gulden en dan is het op z’n voordeligst. We hebben een adreskaartje gekregen en moeten schrijven zo gauw we in Holland zijn.

Z.4 aug (geen zin meer om voluit te schrijven, denk ik 😉 )

Kmst 6370

En weer hebben we in de auto geslapen. Het wordt er niet beter op. De wagen echter is er op vooruitgegaan. Het lijkt wel of we in een Rolls Royce zitten.

De goden schijnen niet met ons te zijn, want na nauwelijks een half uur rijden is er weer iets mis. Michael zegt dat hij niet goed trekt. Het ligt aan de uitlaatpijp en is zo opgelost.

We gaan nu de Pyreneeën in. Het is hier prachtig. We bestijgen de Col des Ares, 796 m hoog. We maken ook ons potje klaar in de Pyreneeën, het smaakt weer heerlijk. Het weer is niet zo erg best, ook nu weer een bui. We gaan even het bos in om te schuilen.

Even voor Pamiers komen we door een (van alles doorgestreept, ik kan het helaas niet meer ontcijferen) geweldige grot. Prachtig maar doodeng, ongeveer 500 m lang.

Dat moet de Grotte du Mas d’Azil geweest zijn. De enige grot in Europa waar je met de auto doorheen kunt rijden!

In Lézignan hebben we een slaapplaats gevonden. Goed geslapen.

Z.5 aug

Kmst 6670

Goed uitgeslapen gaan we weer verder via Narbonne-Beziers naar Sète, waar we aan de Middellandse Zee zitten. Het is hier heerlijk en mooi. Je ziet hier niemand die niet bruin is.

Zeer warm is het vandaag. We komen nu in Marseille aan, wat een indrukwekkende stad is. Je ziet hier een prachtige kathedraal met vlak daarnaast flats. Het is hier doodeng met al die negers. De vrouwen zijn hier overal erg opgemaakt en de ene ziet er nog gekker uit als de ander.

Dat n-woord mocht je toen nog gewoon zeggen. Ik kan me zo voorstellen dat mijn ouders in deze grote havenstad, waar al decennia lang zoveel inwoners vanuit de voormalige (Afrikaanse) koloniën Frankrijk binnenkwamen en nooit meer weggingen, voor het eerst van hun leven in zulke groten getale donker gekleurde en uitbundig uitgedoste medemensen hebben gezien. Bovendien: Marseille. Dan heb je het ook wel over een bijzondere stad: ‘Marseille… Altijd ietwat verontrustend, maar bescheidener dan men vaak denkt, achter alle grappen en grollen. Sommigen beweren dat Marseille onbegrijpelijk is, zoals dichter Alexandre – Axel – Toursky: ‘Je begrijpt Marseille niet, je negeert haar of houdt van haar, en wie eenmaal van haar houdt is verloren.’ (Bron citaten: Chronologie de Marseille).

14 - Lourdes__Frankrijk_naar_Marseille__Frankrijk_-_Google_Maps

De route van Lourdes door de Pyreneeën naar de tweede stad van Frankrijk: Marseille

‘Nauwelijks buiten Lourdes breken de veren’

Lourdes

Het is 1951. Het aantal auto’s in ons land wordt door de KNAC geraamd op 160.000. Eentje daarvan is de Fiat Topolino waarmee mijn ouders naar het zonnige zuiden reizen. Aflevering 13, reisdagboekje 3: op zoek naar de zegen van de Heilige Maagd.

Woensdag 1 augustus, Mont de Marsan

Km stand 6067

Met stramme knieën en gebroken ruggen ontwaken we. De zon schijnt weer. Nu moeten we eerst tanken. Je ziet hier overal bomen waar bakjes aan hangen en daar loopt een soort witte, kleverige brij in. Dat is rubber.

We komen in Bayonne en bezoeken daar de markt. Het gaat er echt Spaans aan toe. Overal hoor je tango’s en rumba’s en de mensen zijn hier pikzwart. Het is er gezellig druk. Ze hebben hier allemaal schoenen aan met tot aan de enkels riempjes of koordjes, erg leuk. Het lukt me niet om Michael er een paar af te zetten. Wel heb ik gekocht een lippenstift, een broche, brillantine en ieder ’n strohoed.

M’n moeder en schoenen… wéér niet gelukt m’n vader zo ver te krijgen dat hij hiervoor de portemonnee trok… Een kleine kanttekening bij de ‘pikzwarte’ mensen: mijn moeder bedoelde hier diep-zon-gebruind. Later zal ze ‘echte’ zwarte mensen zien en dat wordt een stuk minder als ‘gezellig’ ervaren…

We gaan nu weer verder naar Biarritz, het is er prachtig en behoorlijk warm. We zoeken een plaatsje op langs de Atlantische kust om te gaan eten. Terwijl we ons middagmaal beginnen, begint het te waaien en het weer betrekt helemaal. Nu is het behoorlijk fris. Het blijft regenen, dus gaan we de bergen niet meer in en overnachten in Biarritz. Goed geslapen.

Dinsdag 2 augustus, Biarritz

Km stand 6180

We staan om 7 uur op en zoeken eerst een postkantoor en posten de kaarten. Michael moet eerst de toeter die het niet meer doet, repareren. En zo gaan we dan weer terug via Bayonne en Pau naar Lourdes.

In de verte zien we de Pyreneeën, dat is wel een mooi gezicht. Om 4 uur komen we in Lourdes aan. Het is hier erg druk. Je ziet overal waar je kijkt souvenirs. We gaan eerst naar de kerk en de grot kijken. Je mag er niet binnen zonder hoofddeksel.

En dan heb je toch meer aan strohoeden dan aan schoenen met koordjes…

Het is zeer indrukwekkend. Er is een groot plein. Daar wordt het Lof opgedragen. Je ziet er honderden brancards met alle mogelijke ongelukkigen die worden gezegend. Vooral het zingen is erg mooi.

Het is ondertussen weer tijd om een slaapplaats te zoeken. Maar nauwelijks buiten Lourdes breken de veren en zijn we genoodzaakt in de auto te blijven slapen. Ongeveer voor 100 gulden onkosten.

Volgens mij hadden ze de Topolino tussen al die brancards moeten zetten. 🙂

13 - Mont-de-Marsan__Frankrijk_naar_Lourdes__Frankrijk_-_Google_Maps

Met een slingertje via de Atlantische kust naar bedevaartsplaats Lourdes

‘Het dondert en bliksemt van alle kanten’

interieur Topolino

Het interieur van een Topolino

Het is 1951. Het wettelijk verbod op hekserij (the Witchcraft Acts) wordt opgeheven in Groot-Brittannië en het zuiden van dat land zucht onder de zwaarste storm van dat jaar. Een vleug daarvan lijken ook mijn ouders in Frankrijk mee te krijgen. Aflevering 12, reisdagboekje 3: het houdt maar niet op met de pech.

Eén of andere schijf is gebroken, dus weer op zoek naar een garage. Na een kwartier rijden horen we een gefluit en blijkt het water te koken. Wat nu? Terwijl ik op de wagen pas, gaat Michael op zoek naar een garage.

Na 1 ½ uur nog niets gevonden. Allemaal gesloten. Wel een slaapplaats in Parijs. Michael heeft een vreselijke galaanval gehad en is ’s morgens dus helemaal niet fit.

Het gaat ‘m blijkbaar niet in de kouwe kleren zitten, al die tegenslag met ’t Fiatje… of zou het gewoon door het vorstelijke middagmaal zijn gekomen?

Maandag 30 juli, Parijs

Km stand: 5317

We staan pas om 10 uur op en gaan eerst naar een garage. Alles bij elkaar zijn we 15 gulden kwijt.

We rijden nu richting Orleans, waar we een foto gemaakt hebben van Jeanne d’Arc. Verder naar Tendu, waar we goed geslapen hebben. Het was zeer warm vandaag. 317 km afgelegd zonder eten.

317 km zonder eten zou mij heden ten dage misschien net lukken, als we met een gemiddelde van ruim 100 km per uur naar Denemarken zoeven. Wij doen daar nu zo’n drie uur over, ik schat in dat het gemiddelde van de Topolino in die dagen fors lager lag…

Dinsdag 31 juli, Tendu

Km stand: 5632

We vertrekken ook nu weer zonder regen. Vandaag zijn we van plan 400 km af te leggen. Via Limoges en nog vele kleine plaatsjes gaan we richting Biarritz. Veel is hier niet te zien en om 1 uur zoeken we weer een plaatsje om te eten. Het bekomt Michael niet zo goed, omdat hij gisteren niets heeft gehad.

 

En mijn moeder dus ook niet, denk ik, gezien haar opmerking ‘317 km zonder eten’… Gedeelde smart?

We komen nu langs een prachtige brug in Marmande. Intussen is het weer 8 uur geworden en er komt een vreselijk noodweer opzetten. Midden op een eenzame, bosrijke weg doet de fiat het niet meer en staan we in een stromende regen en het dondert en bliksemt van alle kanten.

Michael zegt dat de carburateur verstopt is, dus dat is niet zo erg. We moeten alleen wachten tot de bui voorbij is. Na een uurtje is het zo goed als droog en wordt de wagen vlug in orde gemaakt. Hij gaat weer.

In Mont de Marsan zijn alle jeugdherbergen en hotels bezet. Na 21 uur zoeken we niet meer en verblijven in de fiat. Alle comfort. 435 km afgelegd.

Het streefgetal is ruim gehaald, en na deze eerste keer noodgedwongen overnachten zal de Topolino vaker als camper ingezet worden. Maar of ik dat ‘alle comfort’ moet geloven? Weet je hoe het interieur van een Topolino eruit ziet?

12 Parijs__Frankrijk_naar_Mont-de-Marsan__Frankrijk_-_Google_Maps

Bijna in Biarritz!