Als Neo in The Matrix

Ik heb oordopjes op maat uitgezocht, plastic glazen die de sterkte van mijn bril benaderen en mijn bh uitgedaan. Geheel ijzerloos word ik voor de tweede keer in korte tijd, maar nu head first de claustrofobische tunnelbuis van de mri-scanner in geschoven. Mijn hoofd ligt onbeweeglijk vastgeklemd met een kussen in een soort U én nog eens extra vastgeplakt met schilderstape.

In mijn handen twee buttonboxes: letterlijk doosjes met knoppen erop. Vier knoppen op elk doosje. Op mijn buik de panic button mocht ik flippen en eruit willen. Onder mijn armen comfortabele steuntjes, onder mijn knieën een kussen. Ik moet het immers twee uur volhouden. Dat gaat op deze manier wel lukken.

Kort daarvoor heb ik even op de computer mogen oefenen: zie ik een pijl naar links, dan moet ik op de bovenste knop van de linker buttonbox drukken, zie ik een pijl naar rechts hetzelfde aan de rechter kant. De pijlen schieten in hoog tempo over het scherm, dus ik moet snel reageren, maar het is te doen. Al iets lastiger wordt het met de plaatjes. Ik krijg een reeks voorwerpen te zien, en na elk voorwerp moet ik een button indrukken: links als het een nieuw plaatje is, rechts als ik het twee plaatjes eerder al eens heb gezien. Onlogisch, vind ik.

In de scanner komt er een dimensie bij: de herrie. Maar: de plastic bril werkt, ik kan het met spiegels boven mij geprojecteerde beeldscherm goed zien, dus kom maar op met die pijlen en die plaatjes. Het eerste half uur gaat het prima. Af en toe hoor ik de stem van de onderzoekster in één van mijn oordopjes.

Ik krijg nieuwe instructies: ik moet nu ook gaan letten op de gekleurde kaders rond de plaatjes. Als die rood zijn, moet ik eerst de tweede button links indrukken en daarna pas de knop voor nieuw (eerste knop rechts) of bekend plaatje (eerste knop links).(Of was het nou andersom?). Ik krijg het warm. En nog warmer het komende halfuur, waarin ik alle buttons in hoog tempo door elkaar haal.

Huis. Rechts. Kameel. Rechts. Bos. Rechts. Kameel. ROOD KADER. Links. Oh sh**. Eerst rechts. Pen. Rechts. ROOD KADER. LINKS! Te laat. Ballon. Rechts. Pen. Links. Pijl. Links.Pijl-pijl-pijl. Links-links-rechts. Jas. Rechts. Mes. Rechts. Jas. ROOD KADER. Linksonder. Linksboven. YES!

Af en toe heb ik heel even pauze. En vraag ik me af welke gebieden in mijn hersenen ongetwijfeld knalrood kleuren als ik gefrustreerd sh** denk. Of wat ze überhaupt eigenlijk zien terwijl mijn brein zich uit de naad werkt en de rest van mijn lijf doodstil ligt.

MRI hersens

Een mri-plaatje van iemands hersens tijdens vergelijkbaar onderzoek

Het laatste uur hoef ik alleen maar stil te liggen, terwijl mijn hersens in kaart worden gebracht. Tijd om na te denken. En te fantaseren. Ik voel me een beetje Neo in The Matrix: ingeplugd in een simulatiewereld word ik in bedwang gehouden. Als ze m’n geheugen maar niet wissen. Weet ik nog wie ik ben? Waar ik woon? Het eerste adres wat me te binnen schiet op dat moment is van mijn ouderlijk huis. Zie je wel! Ze hersenspoelen me!

Mijn ijzerrijke lunch roert zich in mijn maag. Niet handig; ik had beter iets anders kunnen eten. ‘You’re my best friend’ van Queen blijft in mijn hoofd hangen omdat de eerste tonen een treffende gelijkenis hebben met het geluid van de mri. Ik raak het besef van tijd kwijt.

 

Ik doe mee aan wetenschappelijk onderzoek naar ‘Het effect van leeftijd op het prospectief geheugen’. Vroeger, heel lang geleden, wilde ik hersenchirurg worden. Of stewardess. Of toneelspeelster. ’t Is geen van allen geworden. Wat later – wat korter geleden – had ik met enige regelmaat last van depressies tot ik deelnam aan een wetenschappelijk onderzoek bij mijn werkgever, over het effect van mindfulness op chronische depressiviteit.

De ‘beloning’ voor mijn bijdrage aan de wetenschap (elke maand ellenlange vragenlijsten invullen) was ruim een jaar lang aandachttraining krijgen. Wat alle therapieën en pillen niet hadden kunnen bewerkstelligen, lukte met mindfulness wel. Sindsdien kijk ik chronisch anders tegen het leven en mijn gedachten daarover aan, én doe ik vaker mee aan wetenschappelijk onderzoek.

Het is een (minimale, maar toch – wie het kleine niet eert…) inkomstenbron, naast de verkoop van overtollige spullen, sinds wij allebei onze vaste banen met vaste inkomens hebben opgezegd in het kader van onze Deense plannen. Het mes snijdt zo aan twee kanten: ik help mee aan meer kennis over vul-maar-in, de wetenschappers zijn blij met proefkonijnen als ik en voor de tijd die het mij ‘kost’ krijg ik een kleine vergoeding. Meedoen aan onderzoeken naar nieuwe medicijnen levert meer op, en je nieren op de zwarte markt verkopen ook, maar dáár begin ik toch maar niet aan…

 

Advertenties