‘Michael heeft een naakte vrouw gezien’

Ter herinnering – nog altijd met een big smile – aan levensjutter avant la lettre Michael Maria Bakermans. Omdat hij op zijn geheel eigen wijze de laatste bladzijden van dit reisdagboekje 4 voor zijn rekening neemt. Aflevering 6: er moet een andere herberg worden gezocht, en er wordt even ingekocht in Frankrijk.

ambre-solaire-cosmetics-1956-photo-harry-meerson-hprints-com

Donderdag 23 augustus

Vannacht heeft er een vent op onze kamer geslapen, en Michael heeft een naakte vrouw gezien. Ze was zich lekker aan het wassen volgens hem.

Privacy: ho maar, dat blijkt. Noch voor mijn ouders, noch voor die poedelende blote dame.

Tot onze spijt moeten we de jeugdherberg verlaten. Er komen 25 Engelse meisjes. Maar nog geen 10 km verder kunnen we in een andere terecht. We gaan daarna even de grens over naar Menton om wat inkopen te doen. Het is vreselijk druk aan de grens, maar het valt erg mee met de tijd die je nodig hebt om er over te komen. Een van de douanes vroeg: Ollanda? Toen ik ja zei, antwoordde hij met ‘tot ziens’.

De eerste regenbui hebben we – hoe bestaat het – aan de Rivièra. In de jeugdherberg zijn 4 Hollandse meisjes uit Utrecht. We zijn hier in Latte. Er worden hier veel bloemen gekweekt, vooral anjers.

Vrijdag 24 augustus

Om weer te vertellen dat de zon schijnt is misschien flauw en ongelofelijk, maar het is nu eenmaal zo. We gaan vandaag met die vier meisjes naar het strand. Het is erg gezellig en dus vliegt de dag om.

Ongeveer half zes gaan Michael en ik samen de stad in, Ventemiglia, waar het vrij duur is en ik geloof dat ze overal maar wat vragen. Bij de ene zaak kost een flesje Ambre Solaire b.v. 150 lire en zo loopt het op tot 250. Nog steeds zie je hier ’s avonds laat Vaders en Moeders met hele jonge babies en kindergrut. Je loopt hier ’s avonds om tien uur nog in je zomerjurk, heerlijk.

Het genieten is bijna voelbaar, tussen de blijvende verbazing door over al dat kindergrut zo laat ’s avonds nog op straat. Ach, misschien heeft deze vakantie mijn moeder ook wel wat ‘losser’ gemaakt wat betreft alle door consultatiebureau en samenleving opgelegde regeltjes. Hoogzwanger van mij ging ze gewoon nog lekker achterop de scooter naar Denemarken, en ook als baby ben ik vanaf mijn geboorte gewoon overal mee naar toe genomen – in een hangmat achterin de auto. Maar ja: altijd wel op tijd naar bed. En dat doe ik nog steeds 😉

 

 

Advertenties

‘Met badpakken en brood naar zee’

Ter herinnering – nog altijd met een big smile – aan levensjutter avant la lettre Michael Maria Bakermans. Omdat hij op zijn geheel eigen wijze de laatste bladzijden van dit reisdagboekje 4 voor zijn rekening neemt. Aflevering 5: weinig te beleven, weinig te doen, anders dan heerlijk aan het strand liggen.

varazze

Zaterdag 18 augustus

KMS 31412

We gaan vandaag naar Varazze, waar we om 12 uur aankomen. Het is erg warm, dus gaan we direct naar de zee.

Zondag 19 augustus

Vandaag hebben we weer rust en gaan we dus aan zee liggen. Het weer is niet zo zonnig, maar de temperatuur is heerlijk

Maandag 20 augustus

KMS 31440

Vertrek uit Varazze met zeer warm weer. We gaan nu via San Remo naar Ospedaletti, waar we in ’n mooie grote jeugdherberg komen. Vanuit mijn kamer kijk je zo op de zee. Je mist hier wel een heerlijk glas koud water. Veel te beleven is hier niet.

In het restaurant, waar we eten met 2 Canadezen, 2 Duitsers en ’n Amerikaan heb je vanaf het terras ’n prachtig gezicht op de zee. De maan schijnt en in de verte zie je allemaal lichtjes, erg mooi. Na nog ’n wandeling gaan we om half elf naar bed.

Dinsdag 21 augustus

Weer ’n rustdag en weer is het stralend weer. Natuurlijk kun je dan niets anders doen als heerlijk aan het strand liggen. Het duurt niet lang of ik ben flink verbrand en zie er uit als ’n Indiaan.

’s Avonds gaan we gezellig de stad in. Eerst eten en daarna een heerlijk ijsje. Nog zo’n zalige wandeling en dan naar bed. Het was ’n heerlijke dag.

Woensdag 22 augustus

Nog steeds gaan we niet op de scooter. Met badpakken en brood naar zee. Veel is hier niet te zien of te beleven. We zouden vanavond naar San Remo, maar het begint zo te stormen en te weerlichten dat we maar besluiten om het niet te doen.

Nou, daar heb ik weinig aan toe te voegen. Zo hoort een vakantie te zijn 🙂

‘Italianen zijn toch wel aardig, maar ook getikt’

Ter herinnering – nog altijd met een big smile – aan levensjutter avant la lettre Michael Maria Bakermans. Omdat hij op zijn geheel eigen wijze de laatste bladzijden van dit reisdagboekje 4 voor zijn rekening neemt. Aflevering 4: het einddoel wordt bereikt, de bloemenrivièra. La dolce far niente kan beginnen!

rapallo

Donderdag 16 augustus

KMS 31197

Nu gaan we naar het beloofde land. De zon schijnt nog niet. Weer zit ik op Michael te wachten. Om 8 uur vertrekken we naar Genua. Het is een lange, saaie weg. Van Genua gaan we naar Rapallo, en zijn om 2 uur aan het strand.

Het beloofde land… dat was in die periode duidelijk de Italiaanse rivièra. Later werd dit ingeruild voor de Spaanse costa’s, en de huidige levensjutters zoeken het beloofde land wat noordelijker (even een terugblik, in een terugblik)

Het is hier erg mondain en duur, maar ook prachtig. De Italianen zijn toch wel aardig, maar als je ze soms bezig ziet, dan denk je toch ook wel dat ze ’n beetje getikt zijn. Zo zie je ’s avonds laat pa en ma netjes opgedoft in de stad met de baby van hoogstens ‘n ½ jaar op de arm.

En bang zijn ze ook niet, wat het motorrijden betreft. Waar wij met 20 km per uur naar beneden gaan doen hun het met minstens 60.

Die scootertjes (en ook de Lambretta) zijn natuurlijk uitgevonden in Italië, dus niet gek dat ze daar op die dingen rijden alsof ze nooit anders hebben gedaan… want dat hebben ze waarschijnlijk dus niet. Dat gebruik van ‘hun’ in deze zin (net als eerder het ‘klaar is de kous’) verbaast me eigenlijk wel, van mijn taalgevoelige moeder. Ben ik niet van haar gewend…

We blijven hier in Rapallo ’n paar dagen in de jeugdherberg, waar het ook vrij duur is. We zijn ’s avonds de stad in geweest, het was er allemaal erg chic. En in elke kroeg zat het tjokvol met mensen die naar de televisie zaten te kijken, zelfs ’n hele straat hadden ze geblokkeerd. Om 11 uur zijn we naar bed gegaan.

Vrijdag 17 augustus

Om 9 uur liggen we heerlijk aan de zee. Michael is nog steeds niet erg weg van het keienstrand…

Nee, mijn vader had liever zacht, warm zand, dat zich vormde naar de contouren van je lijf

… en dan is hier iets wat nog erger is: als je uit het water komt zitten je voeten vol splinters, en om ze eruit te krijgen valt niet mee en is erg pijnlijk. Eerst hebben we het met het schaartje gedaan, maar later kregen we een stilo van een Italiaan.

Tot 6 uur aan het strand gebleven, gegeten en gewandeld en toen om 11 uur naar bed. ’s Avonds heb je hier ’n beeldig gezicht op de stad.

Ik vraag me af wat die ‘splinters’ geweest kunnen zijn. Zee-egels? Zijn er kenners van deze kust onder de lezers?

‘Hoe kan het anders: ik moet lopen’

Ter herinnering – nog altijd met een big smile – aan levensjutter avant la lettre Michael Maria Bakermans. Omdat hij op zijn geheel eigen wijze de laatste bladzijden van dit reisdagboekje 4 voor zijn rekening neemt. Aflevering 3: amper over de grens worden de eerste Italiaanse ijsjes alweer genuttigd. ‘Een páár’ nog wel!

martigny-orsieres-chemin-de-fer

Woensdag 15 augustus

Vertrek Cossonnay 8.00 uur

KMS 30998

Na ’n heerlijk ontbijt vertrekken we om 8 uur richting Lausanne. Het is prachtig weer en de omgeving fantastisch. Aan onze rechterhand ligt het Meer van Genève. We komen nu door Montreux, waar we even een paar kaarten versturen. Nu verder naar Martigny. Nu gaat de sport beginnen. De bergen, en wel de Grote St. Bernhardpas.

’t Is hier schitterend mooi, maar ook erg angstig. En hoe kan het anders: ik moet lopen, maar niet zo lang, want ik kan met ‘n stel Oostenrijkers meeliften. Op de top staat de scooterheld me op te wachten en heeft intussen 4 foto’s gemaakt.

En elke keer als ik dit soort opmerkingen lees moet ik onwillekeurig nog steeds knarsetanden dat al deze foto’s er niet meer zijn. Plus in dit geval over het feit dat mijn vader dus doodleuk tegen mijn moeder zegt: hup, van de scooter af, ik zie je zo boven wel… 😮

Hier boven kun je de St Bernardhonden zien. We komen nu weer aan de grens en zijn dan in Italië. Voordat we naar Turijn gaan, nemen we eerst een paar heerlijke ijsjes. Het is intussen 5 uur en we moeten nog 127 km rijden. We komen in het donker in Turijn aan en het valt niet mee om de jeugdherberg te vinden, ondanks de behulpzaamheid van de Italianen. Ze kunnen dan niet eerlijk zijn, maar vriendelijk en behulpzaam zijn ze zeker.

Waar m’n moeder dat vandaan heeft, dat Italianen niet eerlijk zijn, ik heb geen idee. Volgens mij is het een vooroordeel; ik ken geen enkel verhaal waaruit blijkt dat ze ooit oneerlijk door een Italiaan zijn behandeld…

Het wordt 10 uur voordat we naar bed gaan na een vermoeiende dag en ’n flink verbrand gezicht.

Ja, dat wil wel, met prachtig weer in de Alpen. Dat is dan weer een voordeel van op een scooter zitten, lekker in de buitenlucht… De ‘bodem’ is gelegd, op naar de kust nu!

‘De monteur kijkt ernaar en klaar is de kous’

Ter herinnering – nog altijd met een big smile – aan Michael Maria Bakermans, die vandaag 94 jaar geleden het levenslicht zag in Geldrop. Omdat hij op zijn geheel eigen wijze de laatste bladzijden van dit reisdagboekje 4 voor zijn rekening neemt. Aflevering 2: de eerste pech dient zich aan, maar dit wordt weer gecompenseerd door ‘hoi hoi hoi’ een verblijf in een hotel.

Laussane

Dinsdag 14 augustus

Vertrek Belfort 9.00 uur

KMS 30703

Weer is het 9 uur voordat we vertrekken. En eindelijk, de derde dag, hebben we de eerste pech. De koppeling werkt niet meer. 1 ½ uur zwoegen zonder resultaat. Leve de vacantie. Michel snipverkouden, mijn bult oververmoeid en de scooter in de garage.

Het valt erg mee. De monteur kijkt er even naar en klaar is de kous.

Die bult waar mijn moeder over schrijft is één van de overblijfselen van diverse scooter- en motorongelukken: (vermoedelijk) een verkalkte bloeduitstorting op de zijkant van haar dijbeen. Bij sommige weersomstandigheden, of als ze veel had gelopen, dan werd deze plek erg pijnlijk en ‘moe’ dus.

De reis is nu naar Lausanne. De omgeving is hier wunderbar. We hebben tot nu toe erg gezwijnd met het weer. Het zag er steeds dreigend uit en we zijn ook door plaatsen gekomen waar het erg geregend had, maar zelf hebben we geen regen gezien.

Het is vandaag geen goede dag voor ons Michael, want de kilometerteller is niet erg vooruit gegaan. Om half zeven gaan we slaapplaatsen zoeken en hoi hoi hoi in een hotel.

We gaan heel uitgebreid eten, het is werkelijk fantastisch (van m’n eigen centen), schweinefleisch mit pomfriet und salade. Daarna een potje biljarten en dan naar bed. Dit gebeurt allemaal in Cossonay. Zo zaaaalig.

Na hun huwelijk heeft mijn moeder blijkbaar de beschikking gekregen over haar eigen deel ‘huishoudgeld’. Mijn moeder heeft nooit ‘de bewilliging van haar man bekomen’ (aldus artikel 164 uit het toenmalige burgerlijk wetboek) om haar eigen kostje te verdienen. Of mijn vader nam artikel 160 nogal letterlijk en kort door de bocht: ‘De man is het hoofd van de echtvereniging’. Punt.

Ons Michael haalde weer ’n mooie stunt uit. De bazin van het hotel vroeg namelijk ‘Frühstücken Sie hier?’. Michael zei ‘Ja’. De bazin: ‘Wieviel Uhr?’ Michael: ‘Drei Schnitten’.

Vreemde talen en mijn vader, dat was geen succesvolle combinatie. Maar: hij probeerde het altijd wel gewoon, en het kon hem geen fluit schelen of het allemaal wel correct uit zijn mond kwam. Hier steekt mijn moeder nog een beetje de gek met hem. Jaren later had ze oprecht meelij met hem toen hij in Amerika een ‘strawberry cheesecake’ wilde bestellen, hij niet uit dat woord kwam en de man achter de balie hem resoluut oversloeg met de woorden: ‘Next one please?’ Ja, daar kan ik nu ook nog boos om worden hoor… Maar ‘life in the fast lane’ was ook niks voor mijn vader, en ik ben blij dat ik dat van hem geërfd heb 😉

‘Ik heb ’n uur op de baas moeten wachten’

Ter herinnering – nog altijd met een big smile – aan levensjutter avant la lettre Michael Maria Bakermans. Omdat hij op zijn geheel eigen wijze de laatste bladzijden van dit reisdagboekje 4 voor zijn rekening neemt. Aflevering 1: de aanloop naar waar het eigenlijk allemaal om draait.

MichelMoto

🙂

Zondag 12 augustus

Vertrek Eindhoven 8.30

KMS 30041

Het weer is onstabiel. We gaan via Weert-Roermond naar Heerlen. Ondanks herhaalde waarschuwingen vertikt Boerkamp benzine te tanken, dus zitten we midden in de stad zonder. Hij moet er met een blikje op uit om wat te halen.

Boerkamp? Nou, dat begint lekker. Ik hoor mijn moeder achterop zitten foeteren… maar je kunt altijd nog beter midden in de stad zonder benzine zitten dan midden in het niets.

Het is maar koud. We gaan nu naar Aken, na een kopje koffie aan de grens. Het weer wordt steeds beter. We zijn nu in Monschau, het is hier ook erg mooi. Vandaar naar Trier. Van de weg af links zien we een prachtige basiliek.

Ik geloof dat we heel wat km’s omrijden, want overal staat umleitung. In Dreisbach hebben we een jeugdherberg gevonden. We mogen niet met onze schoenen naar boven, ze vroegen of we pantoffels hadden.

Gezien het gebruik van ‘we’ in combinatie met ‘naar boven’ vermoed ik dat ze, nu ze een boterbriefje hebben, samen mogen slapen in jeugdherbergen. Dat waren dan nog steeds wel slaapzalen… en geen tweepersoons kamers.

Om half tien gaan we dan naar bed. De scooter mag je hier eigenlijk ook niet meebrengen.

Maandag 13 augustus

Vertrek Dreisbach 9.00 uur

KMS 30392

Vertrek met mist. Ik was om 7 uur present, maar heb minstens ’n uur op de baas moeten wachten. We gaan nu naar Saarbrücken. Dat is een echte lelijke fabrieksstad. Vandaar naar Strassbourg, daar drinken we een kop koffie. Vandaar naar Colmar. Het is prachtig zonnig weer. Als lunch gebruiken we ijs en cake.

Op de Lambretta konden ze natuurlijk geen kooktoestelletje meenemen om aardappels, groente en vlees te gaan kokkerellen onderweg. Dus dan moet je wat hè?

In Belfort hebben we een jeugdherberg. Er zijn hier meer nationaliteiten dan gisteren. ’s Avonds nog even de stad in.

Dat wachten op mijn vader – ik weet eigenlijk niet beter dan dat we altijd op hem moesten wachten. Soms leek het wel of hij het erom deed. Kijken waar onze tolerantiegrens lag…

route Lambretta

Geen routekaartjes deze keer (want de route naar het zonnige zuiden kennen we nu wel), maar een keurig lijstje in het strakke, technische handschrift van mijn vader

Met de Lambretta naar de Rivièra dei Fiori

Als mijn vader nog geleefd had, was hij komende dinsdag 94 geworden. Met 80 was het echter op, mooi geweest, genoeg geleefd & intens genoten. Van grote, maar vooral ook van de kleine dingen des levens. Hij was een levensjutter avant la lettre. Ging altijd zijn eigen weg (=dreef zijn eigen zin door), schuwde het avontuur niet (=was soms levensgevaarlijk bezig), gaf voorkeur aan het eenvoudige boven het luxe – indertijd was dat over het algemeen niet de prioriteit van mijn moeder of mij. Met mijn vader was het nooit saai.

Ter ere van hem vanaf morgen weer even een duik voorbij de horizon in het verleden. Naar 1956 om precies te zijn. Ze zijn inmiddels vier jaar getrouwd, de Topolino is niet meer, maar de zucht naar zon, zee en zand is onveranderd. Dus opnieuw zakken ze af naar het zonnige zuiden, opnieuw naar de Italiaanse bloemenrivièra, maar deze keer op een grijze Lambretta, een inmiddels iconisch scootermerk.

1950lam125LC

Lambretta is het merk dat Innocenti, opgericht door Luigi Innocenti, voerde voor de voertuigdivisie van het bedrijf. Voor de Tweede Wereldoorlog was Innocenti een fabrikant van steigerpijpen en getrokken buis. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de productie voornamelijk voor oorlogsdoeleinden ingezet, zoals bij alle fabrieken die werden genationaliseerd.

Al tijdens de laatste jaren van de oorlog zag Innocenti mogelijkheden voor een nieuwe markt: motorscooters. Goedkoop en betrouwbaar vervoer, zonder de nadelen die motoren toen hadden. Mobiliteit moest bereikbaar worden voor de grote massa. Deze mobiliteit werd in de vorm van een scooter gegoten, en samen met de Vespa leidde dit tot de ongekende populariteit van de scooter in de jaren vijftig. De naam Lambretta komt van de rivier de Lambro die langs de Innocentifabriek stroomde.

De greep naar kleine goedkope vervoermiddelen bleek een gouden greep. De producten van Innocenti bleken uitermate betrouwbaar en daarnaast erg concurrerend geprijsd. De prijsstelling was op een niveau dat het voertuig voor iedereen bereikbaar was. De successen bleven daarom niet uit. Er zijn door de jaren heen verschillende modelseries op de markt verschenen, de wellicht meest bekende modelseries zijn: D en LD serie, met motoren van 125 en 150 cc. (bron: Wikipedia)

Voor mijn ouders gold die betrouwbaarheid zeker. Dit zou namelijk gewoon een heerlijk relaxte zonvakantie worden, zonder al te veel pech. In krap drie weken legden ze weer ruim 3000 kilometer af, op dit scootertje dat – voorzien van drie versnellingen – een maximale snelheid kon halen van 65 tot 70 km per uur. Het verbruik van zo’n Lambretta was 1 op 50. Met een tankinhoud van 6 liter konden ze dus zo’n 300 kilometer verder komen – als mijn vader op tijd tankte.

Dit dagboekje is het meest bescheiden boekje qua formaat, en dat geldt ook wel voor de avonturen. Het venijn, én de verrassing, zit ‘m deze keer vooral in de staart. De laatste bladzijden van dit reisdagboekje worden gevuld door mijn vader, met volzinnen waarbij je vergeet adem te halen. Maar eer het zover is stappen we morgen eerst lekker bij hem achterop de Lambretta.

 

riviera di fiori

‘Een half uur later lagen we tegen de vlakte’

Vanaf de jaren vlak na de oorlog reisden mijn ouders per scooter, motorfiets of Fiat door Europa. In kleine notitieboekjes noteerden ze met potlood hun belevenissen. Aflevering 10: de laatste etappe, naar huis. Het is ruim 3000 km goed gegaan, dus die laatste 300 moet ook nog wel lukken. Toch?

Woensdag 31 augustus

Km stand: 24285

Half tien passeren we de Duitse grens en gaan we nu naar Friedrichshafen-Ludwigshafen. We komen hier langs hele hoge struiken. Het lijken net druiven, maar het schijnt hop te zijn.

Je kunt merken dat we niet meer zo heel ver van huis zijn, want we krijgen steeds meer regen. Van Ludwigshafen naar Rottweil-Freudenstadt-Baden Baden-Karlsruhe. De omgeving, het Zwarte Woud, is hier ook erg mooi.

In Karlsruhe zijn we in een jeugdherberg. Duitsland is toch wel af in dergelijk dingen. Het is hier groot, schoon, gezellig, allerhande spelen en ook het eten is fantastisch en niet te duur. Na ’n heerlijke warme douche zijn we naar bed gegaan.

Het woord ‘warme’ is hier nadrukkelijk onderstreept. Geen idee hoe het verder met de persoonlijke hygiëne ging: koud douchen? Alleen wassen bij een kraan? Eerder al wasten ze hun haar in het Meer van Genève… De Duitse grundlichkeit èn gemutlichkeit (‘allerhande spelen’) werd in ieder geval erg gewaardeerd…

Donderdag 1 september

Km stand: 24564

Vertrokken om 9 uur naar Mannheim-Mainz-Frankenthal-Koblenz. Rudelsheim ben ik nog vergeten. Daar zijn we met een pont over het water gegaan. In Koblenz was de jeugdherberg niet te bereiken met de scooter, toen zijn we 6 km terug gegaan en daar gebleven.

Vrijdag 2 september

Km stand: 24819

We gaan nu huiswaarts. Hier in de jeugdherberg wenste een Duitser ons goede vaart toe en ik zei: dat is drie weken goed gegaan, dus die ene dag zal ook nog wel lukken, maar dat was niet waar, want een half uur later lagen we tegen de vlakte. Het hele scherm naar de bliksem en mijn knie kapot.

In mijn vaders handschrift staat hier nog onder:

Eindstand: 25064 km. Totaal 3650 km.

10 Bregenz__Oostenrijk_naar_Eindhoven_-_Google_Maps

De laatste – zware – etappe naar huis

Hier houdt het boekje – net als het vorige – ook weer heel abrupt op. Wat ik mij herinner uit de verhalen was ook mijn vaders knie kapot. Bijna thuis, dacht hij, ‘geen vreemde dokter aan mijn lijf’, en ze zijn gewond en wel, zonder scherm, de nog resterende 270 km naar Eindhoven terug gereden. De wonden aan de knieën zijn altijd nare littekens gebleven. Er zouden in de jaren daarna ook nog heel wat nieuwe littekens gemaakt worden; evenals mooie herinneringen.

Het volgende boekje is uit 1951. Dan hebben ze inmiddels de Fiat. Of er in 1950 niet gereisd is, weet ik niet. Misschien hebben ze dat jaar wel gespaard om dit autootje te kunnen kopen. Het wordt een heel ander soort reis dan eerder per motor of scooter: ze koken nu zelf, slapen (samen) in de auto en wat niet anders is: ze brengen weer heel wat uurtjes in garages door, wat mijn vader op zeker moment doet verzuchten: ‘Wat moet ik toch beginnen?’…

10a Eindhoven_naar_Eindhoven_-_Google_Maps

In drie weken hebben mijn ouders ruim 3600 kilometer afgelegd.

 

 

‘De Julierpas: dat zal zonder mij moeten’

silvaplana

Silvaplana zoals het er in de jaren vijftig van de vorige eeuw uitzag (Foto van de veilingsite Ricardo.ch)

Vanaf de jaren vlak na de oorlog reisden mijn ouders per scooter, motorfiets of Fiat door Europa. In kleine notitieboekjes noteerden ze met potlood hun belevenissen. Aflevering 9: we pakken de draad op bovenop de Malojapas, waar mijn moeder wacht tot mijn vader (met weigerende, bepakte scooter) ook boven is.

 Ik wacht nu al een half uur, maar nog steeds geen Michael. Het is hier prachtig. Bergen met groen en bergen met sneeuw en de zon die er op schijnt… werkelijk fantastisch. Ik ben blij dat we weer in Zwitserland zijn. Dat trekt mij vooral heel erg.

We komen (blijkbaar is mijn vader inmiddels ook gearriveerd) nu langs grote stenen met gaten en daar zitten een soort kleine marmotten in. Silvaplana heet het hier.

Grappig. Na ons recente verblijf aan het Comomeer namen wij een andere pas richting Zwitserland, de Splugenpas. Ook spectaculair, ook fantastische uitzichten op bergen, meren en eeuwige sneeuw, én ook wij zagen tot onze grote verrassing deze alpenmarmotten. Alleen liepen wij niet, wij zaten comfortabel in onze auto…

In Pontresina zijn we in een jeugdherberg gekomen. We moeten daar veel betalen omdat we boven de 25 zijn: 660 fr. We zijn met een Zwitsers echtpaar een oud kerkje gaan bekijken. Veel hebben we er niet van gezien, want het was al donker.

Dinsdag 30 augustus

Km stand: 24412

We verlaten Pontresina samen met het Zwitserse echtpaar. Die rijden met ons mee tot Silvaplana. Daar begint de Julierpas. Die is 2284 m hoog, dus dat zal zonder mij moeten. Ik kan echter met een Zwitserse wagen mee naar boven, dus dat is boffen.

Het is hier erg mooi. Nu moet ik op Michael wachten, maar dat duurt niet langer dan een kwartier.

Blijkbaar was het gewicht van mijn moeder net teveel van het goede voor het scootertje en lukte het wel met alleen mijn vader als bestuurder en de bagage naar boven te komen. En nu maar hopen dat de remmen bij het afdalen niet oververhit raken…

We gaan nu verder naar Chür, Feldkirch en dan naar Bregenz. Bij Feldkirch passeren we de grens en komen we in Oostenrijk. Het is hier ook overal prachtig. We hebben nu voor de eerste keer regen van betekenis gehad.

In Bregenz gaan we in een jeugdherberg slapen. Na het eten hebben we een wandeling gemaakt langs het Bodenmeer. Het was erg romantisch.

Dat zijn de mooie momenten: de scooter blijkbaar veilig bij de herberg gestald, dus alle tijd en aandacht voor elkaar…

9 -Malojapas__7516_Bregaglia__Zwitserland_naar_Bregenz__Oostenrijk_-_Google_Maps

De afdaling: van 2284 meter op de Julierpas naar 395 meter aan het Bodenmeer

 

‘Halverwege de berg doet de scooter het niet meer’

ma venetie 1955

Mijn moeder, op oude schoenen – 😉 – in het helemaal niet zo romantische Venetië

Vanaf de jaren vlak na de oorlog reisden mijn ouders per scooter, motorfiets of Fiat door Europa. In kleine notitieboekjes noteerden ze met potlood hun belevenissen. Aflevering 8: mijn vader wordt uitgescholden.

Zaterdag 27 augustus

Km stand: 23615

We gaan eerst nog even een gondeltochtje maken en een wandeling door de stad. Het is hier erg leuk om te winkelen en ik heb mijn schat dus wel het een en ander afgezet. Alleen schoenen, dat lukt me niet erg en die zou ik juist zo erg graag hebben.

Om 12 uur verlaten we Venetië en gaan terug naar Padua, vandaar naar Vicenza-Verona-Brescia. Om half vijf doet de scooter het niet erg best, dus Michael aan het repareren terwijl ik mijn tenen lak.

 

Ja, wat moet je ook anders? Als je geen nieuwe schoenen hebt om je voeten mee op te leuken… 😉

Na een half uur gaan we verder, op zoek naar een jeugdherberg. Die slome wist er twee en nu hebben we 50 km heen en terug gereden en hebben nog niets, want er zijn er helemaal geen. Dus wordt het een hotel in Verona, 1200 lire.

Dat ‘slome’ is op dat moment waarschijnlijk het ergste scheldwoord dat mijn moeder durft op te schrijven. Voor die 1200 lire onnodig gespendeerd aan een hotel had zij waarschijnlijk nog wel een paar mooie Venetiaanse zomerschoentjes geweten…

Zondag 28 augustus

Km stand: 23808

Vertrokken om 8 uur uit Verona. Eerst tanken, want er zat niets meer in. Ook de scooter nog even nagekeken, die wil niet erg best. Bij de benzinepomp was ook nog een Duitser uit Keulen. Zijn vader woonde in Verona. Daar hebben we een praatje mee gemaakt. Hij heeft Michael nog enige tips gegeven.

Na nog 3 uur aan de scooter geprutst te hebben gaan we verder naar Bergamo en dan naar Lecco. Het valt hier op dat de Italiaansen veel meer kousen dragen dan bij ons. Je ziet er trouwens ook veel met lange haren op hun benen. In Lecco zijn we in een jeugdherberg, maar ik moet in het dagverblijf op de grond liggen. Het is hier wel erg mooi gelegen en erg proper.

Als je muizen en andere viezigheid hebt meegemaakt, maal je natuurlijk niet om een harde, maar propere vloer. Maar: mijn ouders zijn dus ook aan het Comomeer geweest, in Lecco. Achterin het boekje staat dat hier 2 foto’s zijn genomen. Ik heb ze helaas niet meer. Jaren geleden heeft mijn moeder in een vlaag van verstandsverbijstering (vind ik) alle oude, gekartelde zwart wit prentjes uit deze periode in de vuilnisbak gegooid. Zo zonde! ‘Ach kind, wat moet jij daar later mee’, was haar reactie. Mag ik in retrospectief nog even heel stilletjes denken: slome!

Maandag 29 augustus

Km stand: 23970

Eindelijk zijn we dan in een garage. Hoe zouden we ook ’n vacantie gehad hebben zonder garage? Ik geloof dat ze hier niet duur zijn met de reparatie, want juist waren er een paar Zwitsers die een nieuwe band moesten hebben en ze moesten alleen de band maar betalen en geen arbeidsloon.

Anderhalf uur in de garage geweest en de kosten zijn 16 gulden. Het is zonde, maar nu gaat hij dan ook weer prima.

Van Lecco gaan we naar de Malojapas. Dat betekent: bergen, en ondanks de goede zorgen in de garage moet ik toch grotendeels lopen. Halverwege de berg doet de scooter het niet meer en loop ik naar de top.

De Malojapas. Nooit van gehoord. Als ik het nu google lees ik het volgende: ‘De Malojapas heeft een bijzondere eigenschap: hij heeft maar één steile ‘kant’, aan de westzijde. Vanuit het Italiaanse Chiavenna klimt hij in 32 km 1482 meter. Het is een van de meest spectaculaire wegen om te rijden’. Aan de andere kant blijf je vrij lang op een plateau.

Nadat ik eerder in dit stukje mijn moeder stilletjes heb uitgescholden, maak ik nu een diepe kniebuiging voor haar. Wandelen (en in marstempo ook nog) kon ze tot op hoge leeftijd als de beste, maar klimmen was altijd een hele opgave. Maar voor mijn vader moet dit ook een hele toer zijn geweest: hij moest de (bepakte) scooter aan de hand mee omhoog zeulen…

8 - Venetië__Italië_naar_Malojapas__Bregaglia__Zwitserland_-_Google_Maps

De route van Venetië langs het Comomeer naar de Malojapas