Ons leven als een bouwput

Op een van m’n lunchwandelingetjes krijg ik onverwacht een inkijkje in het hart van mijn werkgever: de bouwput in het midden van het terrein van het ziekenhuiscomplex. Al in de eerste periode dat ik hier werkte werd hier gesloopt, en voelde ik de doffe bonken als er weer een stuk beton ter aarde stortte. De sloop hier lijkt bijna een parallel met ons leven.

sloop

De bouwput van het ziekenhuis

Toen ik net in dienst kwam, zo’n twaalf jaar geleden, begon de afbraak van de vleugel waar ik enkele jaren eerder was bevallen. Dagelijks kon ik vanaf de afdeling chirurgie waar ik werkte, horen, voelen en – als we naar buiten liepen – ook zien hoe brok voor brok geschiedenis werd weg gehapt. Ziekenhuisgeschiedenis, en een stukje van mijn eigen leven.

Ik verliet de afdeling voordat deze ging verhuizen naar de nieuwe locatie, en verliet uiteindelijk ook het ziekenhuis voor een langer-dan-gedachte sabbatical. In die jaren van ‘stilstand’ gebeurde er veel. We braken ons oude leven net als het verpleeggebouw stukje voor stukje af, en ervoor in de plaats kwam het plan een heel ander leven in Denemarken op te gaan bouwen.

De slopers zijn nu bezig met de laatste loodjes. Ook mijn vorige werkplek – het secretariaat, de operatiekamers – bestaat inmiddels niet meer. In de bouwput is te zien hoe alles minutieus en met beleid gescheiden wordt verzameld en afgevoerd: metaal, beton, asbest en andere bouwmaterialen.

Net zoals wij de afgelopen jaren ons leven onder de loep hebben genomen en stuk voor stuk zaken hebben ‘gesloopt’ en afgevoerd. Jaaps werk. Heel veel spullen die we hebben weggegooid, weggegeven of verkocht. We zijn gaan consuminderen in plaats van consumeren. We drinken geen alcohol meer, eten zo min mogelijk bewerkt voedsel, geen suiker, geen vlees, enzovoort.

Daarvoor in de plaats kwamen experimenten uit de natuur omdat we er in Denemarken letterlijk soms niet omheen konden: de struiken barstensvol oranje duindoornbessen en glanzend rode rozenbottels en niet te vergeten al het lekkers wat in de tuin van ons Gele Huis bleek te staan. Qua werk voor Jaap werd het fotografie in plaats van facilitair. Ik kwam weer voor even terug bij mijn oude collega’s op hun nieuwe werkplek, en wisselde bij een nieuw, eveneens tijdelijk contract de chirurgen als opdrachtgevers in voor huisartsen.

Onze woning in Nederland wordt leger en overzichtelijker. We zijn er nog niet, maar de finishing touch is in zicht. Ook wij zijn bezig met de laatste loodjes. Dan kan het bordje Te Koop in de tuin worden gezet. Het Gele Huis in Denemarken ondergaat ook stap voor stap een metamorfose: van het compleet ingerichte, kant-en-klare vakantiehuis zoals we erin trokken, wordt het steeds meer onze eigen, verbeterde permanente woonstek. De plannen, net als voor het nieuwe centrale deel van het ziekenhuis, zijn er al lang, evenals vele tekeningen – de uitvoering ervan is in volle gang.

Slopen zorgt voor overlast, bouwen ook. Het kost ook veel energie. Soms zit ik even letterlijk in een (bouw)put en vraag ik me af waar we in vredesnaam mee bezig zijn. Wat breken we af, en komt het allemaal wel goed met de ‘nieuwbouw’?

Heel symbolisch is onlangs een loopbrug tussen dat oude, bijna gesloopte gebouw en de plek waar ik tegenwoordig werk ook verdwenen. Geen wankele verbindingen meer tussen dat-wat-was en dat-wat-nog-niet-ontstaan-is, maar slechts ruimte. Ruimte waarin alles mogelijk is.

ussie

(Commentaar overbodig 🙂 )

Advertenties

Feng shui moneybags

Vorige week verscheen het mailtje in mijn postvak: februari zou wel een heel bijzondere maand worden, want elke dag komt 4x voor in deze maand: 4 woensdagen, 4 donderdagen, enzovoort. En dat gebeurt maar één keer in de 823 jaar. ‘Moneybags’ heet dit fenomeen volgens een oude feng shui*-meester en dussss…. ‘Dit bericht delen binnen 11 minuten nadat je het gelezen hebt met 5 mensen of groepen en binnen 4 dagen stroomt het geld binnen… ‘

2017-02_februari

Ik heb het niet gedaan. Natuurlijk. Niet alleen wist ik dat diezelfde dag mijn ‘zak met geld’ oftewel salaris bijgeschreven zou worden, maar ik heb ook een vreselijke hekel aan dit soort kettingbrieven. Gelukkig stond er nog net geen dreigement bij, in de trant van: ‘en als je dit niet doet, zal het geld bij je weg stromen en eindig je in de goot’. Ten slotte vond ik het een raar gegoochel met getallen.

Het is klinkklare onzin natuurlijk. Wie een beetje verstand heeft van feng shui (*feng shui is een meer dan 3000 jaar oude filosofie over hoe je leefomgeving je gevoel en je geluk kan beïnvloeden), weet dat je beter andere dingen kunt doen om ‘rijk’ te worden dan anderen spammen met nonsens.

Hier is de feng shui top tien om rijkdom aan te trekken:

  1. Was je ramen. Ramen zijn de ogen van je huis en wanneer ze vuil zijn, is je visie niet helder. Maak ze schoon en je zult duidelijk je kansen kunnen zien.
  1. Vervang kapotte lampen. Als je kamers donker zijn, zal je financiële toekomst net zo duister zijn. Helder licht geeft een heldere kijk.
  1. Zorg dat klinken en grepen stevig vastzitten op de deuren. Als je handvatten symbolisch ‘los’ zitten, betekent dit dat je geen grip op je geld kunt krijgen.
  1. Vervang dode planten. Dode planten vertegenwoordigen dode energie. Gezonde, levende planten in huis symboliseren groeiende welvaart en voorspoed.
  1. Doe het deksel op je toiletpot dicht. Water staat voor overvloed, en met een openstaand deksel zal je rijkdom symbolisch wegspoelen. Zie ook punt 10.
  1. Geen rommel onder je bed. Onder-het-bed-rommel betekent verloren slaap. Weg met die zooi dus, en je wordt fris wakker en ziet dan eerder nieuwe mogelijkheden.
  1. Houd spiegels schoon. Als spiegels vies zijn, is het beeld dat je van jezelf hebt dat ook en een vertroebeld zelfbeeld trekt nu niet bepaald ‘geluk & voorspoed’ aan…
  1. Zorg dat je voordeur er altijd picobello uitziet. Positieve energie komt via de voordeur binnen, en een onaantrekkelijke deur stoot overvloed af. Een schone voordeur nodigt uit – niet alleen geluk en welvaart, trouwens.
  2. Verwijder spullen achter deuren die ervoor zorgen dat die deuren niet meer volledig open kunnen. Geblokkeerde deuren = geblokkeerde kansen.
  1. Repareer druppende en lekkende kranen. Lekkende water staat voor weglekkende rijkdom.

Zowel hier als in het Gele Huis zijn de onderwerpen 1 en 10 puntjes van aandacht, maar voor de rest… zijn we erg rijk. Hoe zit dat bij jou? Of stuur jij gewoon zo’n kettingbrief door? 😉

5896c2ac-8eb8-49fa-aff8-ae0f258d6f96_size1920x1080

Laat maar binnen al die positieve energie!

Quote op zondag #20

 

Loslaten betekent tijdelijk het houvast verliezen. Niet loslaten betekent voor altijd het houvast verliezen. (Sören Kierkegaard, Deens filosoof, 1813-1855)

Hij was (het zevende) kind van Jutse ouders. Op school was hij beter in Latijn dan in Deens.

In zijn filosofisch werk benadrukt hij het belang van persoonlijke keuzes en betrokkenheid. Veel van zijn filosofische en theologische werken publiceerde hij onder verschillende pseudoniemen en elk van deze ‘auteurs’ schreven vanuit een ander filosofisch standpunt. Deze techniek stelde Kierkegaard in staat om verschillende manieren van denken en leven voor te stellen.

Deze stijl van schrijven stelde wetenschappers voor een probleem wanneer ze Kierkegaards definitieve visie op de dingen wilden achterhalen. Kierkegaard zocht deze dubbelzinnigheid echter bewust op, omdat hij wilde dat zijn lezers zelf keuzes zouden maken in plaats van zich te richten naar universele wetten of voorschriften van religieuze instituten. Hij schreef zijn lezers dus niets voor, en vertrouwde erop dat zij de waarde van zijn ideeën voor hun eigen leven zouden bepalen.

Wat de waarde van de quote van deze zondag voor mij is? Het heeft te maken met een bank, en spit. Maar daarover de komende week meer 🙂

We want more… or less?

Een paar dagen geleden: mail van Berith. Net voordat ik haar wilde vragen hoe het gaat met de verkoop van Jaaps træfoto’s, stuurt ze mij haar julibericht. De verkoop loopt lekker. In het algemeen, in haar winkel Livets Krydderi, maar in het bijzonder ook de foto’s van Jaap. Kijk, dat horen we graag!

Samen 2016-07-08 18.50.00

Alle træfoto’s bij elkaar voordat we ze inpakten en meenamen naar Livets Krydderi vorige maand… (de rozekwarts op de achtergrond is inmiddels ook al weg 🙂 )

In deze periode heb ik vaak het gevoel dat we ‘stilstaan’. Dat we niet ‘op weg’ zijn naar Denemarken. Dat komt door mijn werk, dat komt door het ontbreken van energie om in het Nederlandse huis verder te klussen zodat het te koop kan worden gezet, dat komt door… van alles. Maar na nieuwtjes als dit vanuit Denemarken is dat besef er ineens heel sterk dat we nooit stilstaan.

Ook al is de moestuin dit jaar in Nederland mislukt; Jaap heeft bij het Gele Huis gewoon de eerste vierkante meters graszoden omgespit en als experiment wat venkel, aardappels en uien gepoot. En ik stroop om de paar dagen de stadse omgeving af op zoek naar eetbare wildpluk in plaats van een bakje bramen bij de super te kopen.

K- aanleg moestuin2016-07-18 17.18.33

Jaap maakt een proefstukje moestuin…

K- moestuin plastic2016-07-23 17.17.39

… waar we de eerste dagen vanwege Odin een lap plastic over moesten doen. Hij vrat de mest op.

Regelmatig gaat er nog een boek via Bol de deur uit, wordt de plank met nog te verkopen boeken steeds leger, en nog drie nachtjes slapen en dan hebben we ook geen bankstel in de woonkamer meer. Meer minimaliseren in het kader van ‘eenvoudig leven in een eenvoudig Deens boerderijtje’ kan bijna niet. Waren het aanvankelijk een boel onzichtbare ofwel onnodige spullen die via Marktplaats werden verkocht (verstopt op zolder, achter een gordijn, of ergens in een kast), nu komen langzaam maar zeker de zichtbare en ook-wel-handige dingen aan bod. En daarmee wordt het gevoel dat we gewoon dagelijks doorwerken aan onze droom steeds tastbaarder.

De baan hier is leuk, leerzaam en financieel zeer welkom, maar het is zeer bewust een tussenfase. Onderdeel van het ‘afronden’ hier, maar het biedt geen zicht op een toekomst. We hebben daar nog geen vaste ideeën over; dat hoeft ook niet, dat dient zich vanzelf wel aan, zoveel vertrouwen hebben we wel.

Vandaag opnieuw een mail van Berith. Of we nog meer træfoto’s kunnen leveren, liefst met blauwtinten. Die doen het blijkbaar goed. Of we misschien ook iets hebben van De Sorte Huse – zwarte oude vissershuisjes, die nu dienst doen als streekmuseum – of iets met de signaalmast van Agger erop? Klanten hebben hierom gevraagd…

Werk aan de winkel dus. De Deense winkel ook nog! Met een grijns van oor tot oor zitten we (nu het nog kan) te glimmen op de bank.

Zonder

Stap voor stap en in ons eigen tempo komen we er wel. In dat kleine Gele Huis. Met een geïsoleerd, nieuw rieten dak, dubbele beglazing, een kleine serre op het zuiden om zoveel mogelijk zonnewarmte op te vangen en een houtkacheltje dat alleen gestookt wordt als het nodig is. Met een moestuin voor de eigen groenten, misschien wat kippen in de tuin, fruit in de bomen en een overvloed aan eetbaars in de natuur.

Er is veel veranderd het afgelopen jaar. Soms lijkt het of we ‘stilstaan’ met betrekking tot onze plannen richting Denemarken. Er wordt niet meer gewerkt aan de verkoop van ons huis hier. De studie Deens ligt stil. Ik ben weer terug op mijn oude werkplek. Maar stiekemweg zetten we toch bijna dagelijks stappen in de richting van het leven wat we willen: simpel, zuinig, veel zelf doen, weinig tot niets verspillend, zo zelfvoorzienend mogelijk. Met een zo klein mogelijke ecologische voetafdruk.

Om dat te kunnen realiseren was verandering in onze levensstijl nodig. Andere prioriteiten stellen. Vandaag hebben we een duidelijk mijlpaaltje in het kader van onze gezondheid en waar-geven-we-nu-eigenlijk-ons-geld-aan-uit: we zijn een jaar rookvrij. Niet alleen hebben we grofweg 2000 euro aan gezondere zaken kunnen besteden, het gevoel geen slaaf van een nare gewoonte meer te zijn voelt ook heel plezierig. En er zijn meer dingen waar we tegenwoordig ‘zonder’ doen, of ieder geval fors minder, en daar voelen we ons steeds beter bij.

Gestopt met roken, een jaar zonder roken

Een jaar-en-nog-wat zonder sigaret! 🙂

We zijn zonder nachtschades (en zonder jeuk), zonder vlees én vis, zonder koeienzuivel en tot voor kort ook zonder ei, maar dat hebben we toch besloten heel af en toe weer te eten. Een biologisch eitje van een kippetje die op z’n minst een ‘beter leven’ heeft gehad. Om een eiwittekort te voorkomen zijn we meer noten & zaden gaan eten, en meer bonen.

Die zijn niet alleen goed voor je lijf, maar ook goed voor het milieu. Bonen zijn een duurzame keuze, aangezien hun productie een relatief lage klimaatbelasting heeft, vergeleken met andere bronnen van eiwit. En verder eten we granen, groenten en fruit.

Behalve koffie en thee drinken we over het algemeen eigenlijk alleen kraanwater. Soms met een blaadje munt erin, een schijfje citroen of een stukje komkommer. Heb je toch af en toe een ander smaakje, want ja: dag in dag uit kraanwater gaat toch echt ook wel een keer vervelen.

We zijn ook vrijwel zonder pakjes, zakjes, blikjes en potjes, maar eten zo puur en vers mogelijk. Op af en toe een pot kapucijners of doperwtjes na – of een pak of zak gedroogde bonen dus. Van erwten kocht ik ooit liever de diepvriesvariant, maar we zijn inmiddels ook diepvrieskast-loos. Afwasmachineloos. En wasdrogerloos: zon en/of wind doen het veel beter en laten bovendien een veel lekkerder luchtje in je was achter dan de droger.

We hebben nog een auto, maar doen bijna alles zonder – alleen naar en in Denemarken is hij nog onmisbaar, maar in de Nederlandse stad doen we steeds meer te voet, per fiets of als het echt geen fijn weer is met openbaar vervoer. Met longen-zonder-nicotine fietst Jaap fluitend de grens over om boodschappen te doen in Kranenburg.

We zijn zonder televisie. Zonder stress.

Zonder radio. Zonder lawaai.

Sinds kort helemaal zonder muziek, maar daar wordt weer aan gewerkt 🙂

 

 

Kijkkastloos

35550699Voor het eerst in mijn leven – geloof ik – ben ik teeveeloos. Lang geleden hadden we ons digitale abonnement al opgezegd, en gebruikten we het scherm vooral nog om films te kijken. Sinds deze week is het enorme zwarte beeldscherm de woonkamer uit: verkocht via Marktplaats. ’s Avonds om half tien ging mijn telefoon. Ene Jamie: ‘Heeft u de televisie nog? Want we zitten al een paar uur zonder en… ‘

Ik moet oppassen dat de slappe lach niet in de telefoon doorklinkt. Ik heb om half tien ’s avonds iemand aan de telefoon die blijkbaar zo verslingerd & verslaafd aan televisie is dat er NU een vervangend kijkkastje moet komen. Ze (want Jamie klinkt als een jonge meid) vraagt of we hem kunnen komen brengen, want komen halen is wat lastig. Voor meer dan de vraagprijs. Dat klinkt te mooi om waar te zijn en dat houd ik dan ook af.

Om een lang verhaal kort te maken: een half uur later staat Jamie – knul van een jaar of tien, petje achterstevoren op zijn hoofd – samen met zijn moeder bij ons in de gang. Terwijl Jamie de tv én de doos waar hij in zit, keurt, betaalt zijn moeder me (‘maar kijkt u dan hélemaal geen tv meer?’) en zo snel als ze kwamen zijn ze ook weer vertrokken, zij verbouwereerd en wij ook wel.

Slechts heel even is het ‘weer een lege plek’, na het verdwijnen van de amethist in diezelfde hoek van de woonkamer. Maar na wat herschikken hebben we nu een zooiloze tv-kast met daarop nog slechts onze herrezen pachira, de rozenkwarts en een lampje. Wat een rust! Het feit dat de tv definitief niet meer aan is geweest sinds ons lange decemberverblijf in het Gele Huis gaf al een zekere ontspanning, maar het geheel ontbreken ervan geeft de kamer meteen een heel andere uitstraling.

Zo lang ik me kan heugen is er een televisie in mijn huis geweest. Mijn vader werkte bij Philips en kon via de personeelswinkel natuurlijk allerlei apparaten voor personeelsprijzen kopen – en een tv was daar één van. Als Jaap en ik in onze herinnering gaan graven komen we beiden uit bij 22 november 1963 als HET moment waarop onze ouders voor het eerst een tv aanschaften: na de moord op Kennedy.

Sindsdien is er heel wat wereldschokkend nieuws via de tv onze huiskamers binnengedrongen, maar vanaf nu: niet meer! Niet in onze Nederlandse huiskamer althans, want we hebben nog een (kleine) tv in het Gele Huis. Met het idee deze te gebruiken als ondersteuning van de Deense taallessen, maar ik moet het nog zien.

We hebben nog maar één keer televisie gekeken in het Gele Huis en dat was op oudejaarsavond. Even snel gezapt. Om te zien of er veel verschil zou zijn tussen een Hollandse en Deense tv-avond met oud en nieuw, en dat was er niet echt. Op de ene zender slappe-lach-cabaret (op NPO1 Herman Finkers), op de tweede muziek (op NPO3 De Toppers en Queen) en op een derde Monty Python Live (op Veronica The Blues Brothers). Wat er in NL allemaal te zien was heb ik trouwens even gegoogeld hoor 🙂

Tegenwoordig staat hier ’s avonds een fijn muziekje op, of we maken zelf muziek. Beeldschermloos zijn we nog niet: we lezen, schrijven, of zoeken foto’s uit achter de laptops. Of spelen wat met de hond. Of klussen nog wat. Ruimen nog wat op. Nu het langer licht wordt: rommelen in de tuin. Zat te doen. En zeeën van tijd zonder die nare, eindeloze stroom aan voornamelijk onzinnige informatie en geestdodend, maar o zo verslavend entertainment. Wat een vrijheid!

 

Lege plek

Odin is helemaal verbaasd. Op dit tijdstip uit? Ja, op dit tijdstip uit, want er komt zo iemand naar de amethist kijken en daar ben jij het vast niet mee eens. Dus gaan wij even een blokje om.

Gisteren had de man al gebeld, en vandaag weer. Hij wil de steen eerst zien voordat hij een bod doet. Vlak voor vertrek vanuit zijn huis belt hij dat hij eraan komt. Maar na blokje 1 heeft zich nog niemand gemeld, en ook na blokje 2 niet. Dan gaat de telefoon opnieuw.

‘Ja hallo, met mij weer. Ik ben helemaal verkeerd, geloof ik’.

‘Enig idee waar je nu bent dan?’

Hij noemt een straat en dat is weliswaar aan de goede kant van het kanaal, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Sinds we grote emigratie-uitverkoop houden via Marktplaats hebben bezoekers die blind varen op TomTom hier heel wat rondgedwaald in de buurt, maar deze meneer (of zijn TomTom) maakt het wel heel bont. Hij toetst nog een keer de postcode in, en roept: ‘Over 9 minuten ben ik er!’

Ik maak blokje 3 met Odin en laat hem bij terugkomst maar even in de garage wachten, want onze bezoeker is er, en ik heb echt geen zin in blokje 4. In de kamer staat een man die even breed als hoog als… ja, hoe zeg je dat… diep? is. Type Frans Duijts, in een Roy Donderspak. Hij zoekt een eye-catcher voor zijn nieuwe bedrijf. Nou, dan ben je hier aan het goede adres.

Hij heeft geen verstand van mineralen en dus ook niet of onze vraagprijs een reële prijs is. Maar, zo heeft hij door de telefoon en ook nu weer laten weten, ‘zoiets als dit heb ik nog nergens gevonden’. Nee, inderdaad, dit is een heel bijzonder stuk. En bij dit soort stukken is het dan vaak ‘wat-de-gek-er-voor-geeft’. Zo zeggen we het niet, maar we bedoelen het wel en zijn benieuwd hoe gek deze Frans is.

’t Is een gezellige man. Hij ziet het al helemaal voor zich hoe hij het met deze blikvanger gaat doen in zijn zaak. Maar ja: die vraagprijs hè. Er ontstaat een koehandel rond de ruim 100 kilo zware steen. Van te voren hebben Jaap en ik onze bodemprijs afgesproken, én: we nemen geen contant geld aan. Maar ik zie de bui al hangen: dit is het type dat zo meteen een rolletje bankbiljetten ergens uit de fleecebroek vandaan tovert. En ja hoor. Hij doet een laatste bod met de mededeling: ‘Ik heb het geld bij me, en het is nu of nooit, want ik ben een impulsief mens en ik kom er niet meer op terug’. Jaap en ik kijken elkaar aan en houden voet bij stuk.

Net als ik denk ‘dit wordt dus niks’ doet de man er nog één schep boven op. Hij wil ‘m echt heel graag. Wij willen ‘m niet echt kwijt, maar kúnnen dit brok in ons Gele Huis gewoon niet kwijt, straks. Eén blik van verstandhouding is voldoende om de man te laten weten dat we akkoord gaan. Volgens mij was het liefde op het eerste gezicht – hij mag de amethist meenemen.

Ik heb het nog niet gezegd of hij buigt zich voorover en omarmt de steen. Even denk ik dat hij ‘m echt gaat optillen, maar nee. Toch net iets te zwaar. Hij komt morgen samen met iemand terug. En laat ons in verbijstering, met een hoop contanten – ‘ik vertrouw jullie wel hoor’ – en de amethist achter.

Vandaag heeft-ie ‘m opgehaald. En liep ik alsnog blokje 4. Alle contanten hebben we in een soort omgekeerde pinautomaat gestopt – ik wist niet dat die bestonden! En nou zit ik tegen een donkere, lege plek aan te kijken. Alle ruimte die sinds de grote opruiming her en der in huis is ontstaan, is werkelijk ruimte. Maar dit? Dit is voor het eerst een lege plek.

330255_368946849789543_1371342852_o

Januari 2012: m’n eerste harp, en ja, daar achter dat geweldige brok amethist… 

 

Lappen voor later

Verdieping voor verdieping, kamer voor kamer, klus voor klus maken we nu af waar we ooit aan zijn begonnen. Opdat ons huis straks netjes de verkoop in kan. Niet perfect, want we zijn geen professionele schilders, timmermensen, loodgieters of elektriciëns; we blijven gewoon enthousiaste klussers.

Maar wat was dat nou toch, dat we zo vaak ergens aan begonnen en het dan vervolgens niet afmaakten? Lag dat nu echt aan onze perfectionistische inslag? Hadden we een te hoogdravend beeld van iets, waarvan gaandeweg ons geklus duidelijk werd dat het nooit zo perfect zou worden als in onze gedachten?

Ik schrijf met opzet in de verleden tijd, want ik merk dat de insteek aan het veranderen is. Tuurlijk: we hebben nu een duidelijk doel voor ogen. En op dit moment alle tijd van de wereld. En die twee dingen ontbraken nogal, vroeger… Dan werd gewoon begonnen met het behangen van een muur, en kwam ik later tot de conclusie dat ik beter eerst de plinten had kunnen schuren en schilderen en ja… dáár had ik na het behangen dan niet zo’n zin meer in. Of gewoon geen (priori)tijd meer voor. Het schuldgevoel over wéér een klus niet afgemaakt, bleef. Immers: iets niet afmaken = falen. En dan legde ik de lat meestal ook nog veel te hoog – voor alles, ook voor allerlei leuke cursussen bijvoorbeeld. Die maakte ik ook niet af. Maar da’s een ander verhaal. Tegenwoordig is ‘goed’ gewoon goed genoeg. Niet alleen qua spullen ben ik aan het minimaliseren, ook wat betreft perfectionisme. Dat te ontdekken voelt goed!

Het alsnog aanbrengen van latjes (hoog, tegen het plafond), plintjes (laag, op de vloer) en allerlei afwerkrandjes daartussen in geeft eindelijk een voldaan gevoel. Alles nadert zijn voltooiing. Behalve mijn dozen vol lappen, stofjes en een half-af gebreide trui.

Nog voor mijn eerste huwelijk – dus dat moet ruim dertig jaar geleden zijn – kocht ik ooit in een luxe stoffenwinkel die ermee stopte heel veel mooie lappen om kleding van te maken. Ik had in die tijd naailes, en een deel van de lappen werd direct omgetoverd tot iets draagbaars. Maar het grootste deel verdween in een doos ‘voor later’. Voor als ik echt veel tijd zou hebben, en misschien niet meer zoveel geld. De doos overleefde verhuizing na verhuizing. Ik kreeg meer tijd, had minder geld. Maar de lappen bleven opgevouwen in de doos liggen. Tot vandaag.

Ik heb het Wereldvrouwenhuis benaderd; ik weet dat de vrouwen die daar worden opgevangen dingen maken en die ruilen of verkopen. Poppetjes, tassen, schorten. Het is tegelijk bezigheidstherapie en het verschaft ze – hoe minimaal ook – inkomen en zelfrespect. Na ruim dertig jaar lukt het mij eindelijk afstand te doen van mijn lappen-voor-later. Ook een fijne manier van afronden: weten dat anderen er iets moois van gaan maken!

12030349_973997652653920_2187506084177961458_o

 

De vele kanten van de amethist

Het project trap vordert gestaag. Nou ja, zeg maar: langzaam. Tussen het klussen door zijn er nog allerlei andere zaken die tijd en aandacht vragen. Solliciteren. Spullen sorteren & te koop zetten. Het lijkt tegenstrijdig, en zo voelt het soms ook. Of dat we proberen veel te veel bordjes tegelijk in de lucht te houden…

Maar we zijn dus allebei weer aan het solliciteren. Hier. Tenzij de droombaan dáár ineens voorbij komt. Dan wordt alles ook weer anders. Maar het is hoe dan ook nog een beetje te vroeg om nu al te gaan rentenieren… En ook al voelt dat soms een beetje als ‘terug naar af’, tussendoor wordt gewoon doorgewerkt aan ons nieuwe leven. Door het schuren en plamuren van de zoldertrap, door het opruimen en nu alvast met veel minder toe kunnen. Wíllen.

Omdat inmiddels al heel veel ‘klein grut’ een nieuwe eigenaar heeft gevonden, zijn we nu toe aan het verkopen van wat grotere objecten. Dat zijn ook dingen die niet al jaren achter een gordijntje stonden te verstoffen, maar zichtbare zaken als de televisie, de bank, een grote ladekast en zelfs de amethist.

DSC06114

De amethist? Ja, de amethist mag ook weg. Hier, in een leger wordende grote woonkamer is het nog steeds dé blikvanger, maar in de toekomst zou deze prachtige steen geen recht worden gedaan, in het kleine gele boerderijtje waar we – willen we de boel daar niet volproppen – alle ruimte die er is, nodig hebben. De amethist staat dus ook op Marktplaats en daar kregen we vandaag een onverwachte reactie op.

‘Wat is het verhaal achter deze steen? Hoe komt u eraan? Waarom heeft u hem ooit gekocht? Wat is er zo bijzonder aan? Waarom wilt u het verkopen? Wat weet u van de krachten? Wat heeft u daar zelf van ervaren?’ Een journaliste van De Gelderlander was de advertentie opgevallen. Zij schrijft elke week een stukje voor de rubriek Vraag en Aanbod.

Ik ken dat. Hadden wij vroeger ook, toen ik nog journalist bij de regionale krant was. Marktplaats bestond toen nog niet, dus gingen we de prikborden bij de supermarkten langs. Voor bijzondere advertenties waar een verhaal in zat. Veel mensen vonden het leuk in de krant te komen, maar even zo veel zagen een verhaal helemaal niet zitten. Indertijd baalde ik van die mensen, snapte ik hen niet. Nu wel.

Ik kan natuurlijk heel simpel antwoorden op alle vragen behalve de eerste. Hoe we er aan kwamen? Via een mailtje. Waarom we hem kochten? Omdat we hem mooi vonden. Wat er zo bijzonder aan is? De grootte, de kleur, de uitstraling. Waarom verkopen? Omdat we er in de toekomst geen goede plek meer voor hebben, en omdat we tegenwoordig tegen veel dingen anders aankijken dan toen. Wat ik van de krachten weet? Veel. Wat ik er zelf van ervaren heb? Ook veel. Maar op dit soort antwoorden zit een verslaggever niet te wachten. Die wil een smeuïg verhaal. Drama, als het even kan. Ik mag dat zeggen, want ik ben er zelf zo één geweest.

Het verhaal achter deze steen is een verhaal met net zoveel facetten als de amethist zelf. Net zoveel facetten als ons leven op dit moment heeft. We hebben er lang over nagedacht: willen we met onze amethist, ons verhaal, in de krant? Nee. Ik schrijf liever zelf over al die verschillende kanten van ons bestaan die het gevolg zijn van de keuzes die we gemaakt hebben.

Ik bedank de journaliste voor haar belangstelling. Ze mailt terug: ‘Jammer. 100 kilo… jeetje’.

 

Ruimte! Rust!

Voordat we in december naar Denemarken vertrokken was ik behoorlijk fanatiek aan het opruimen, verkopen, weggooien en weggeven geweest. En in één van de grootste rommelplekken in huis, de garage-met-zoldertje, hadden we samen zodanig flink huisgehouden dat we een paar keer met een volle auto naar de stortplaats konden. Oké, leeg is de garage nog lang niet, maar dat zal waarschijnlijk ook pas het geval zijn als we hier voor de allerlaatste keer de deur achter ons dichttrekken.

Tijdens ons verblijf in het Gele Huis is in gedachten het resultaat van mijn opruimwoede nog wat gegroeid. En zoals dat gaat met dingen die alleen in je fantasie bestaan: het werkelijke beeld viel tegen toen we weer terug waren. Niet alleen de garage, maar ook enkele kamers boven. Overal staan dozen (alsof we nu al aan het verhuizen zijn), overal ligt gereedschap en overal staan potten verf.

Natuurlijk zijn wij zelf de veroorzakers, maar ik geef ook graag de grootte van het huis de schuld. In een huis waar je ongebruikte kamers hebt, laat je makkelijk van alles rondslingeren. Je trekt de deur achter je dicht en vergeten is het. In het Gele Huis kán dit gewoon niet, want elke ruimte gebruiken we intensief. Dus daar ruimen we alles altijd netjes op na gebruik…

Na een aantal dagen waarin we vooral erg druk zijn geweest met het zoeken naar (en vinden van) onze draai, pakken we hier de draad weer op. Het eerste boek via Bol is alweer verkocht, het eerste bod op onze televisie via Marktplaats is binnen, een nieuwe ronde door mijn kledingkast heeft weer een zak vol voor het Leger des Heils opgeleverd én door wat reorganiseren heb ik ineens een ladekast in de slaapkamer ‘over’! Dat maakt het laatste klusje in de vernieuwde slaapkamer extra leuk.

De vensterbank moet nog geschilderd worden; dat lukte net niet meer in december. Alle planten en frutsels weg dus, evenals de gordijnen. Wat een ruimte en rust ontstaat er ineens! In de tijd die de verf nodig heeft om te drogen raak ik gewend en gehecht aan deze leegte. De planten komen niet meer terug. De frutsels ook niet. De gordijnen wel. Want de achterburen lijken ineens erg dichtbij…

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Nog twee luikjes maken, gordijnen terughangen en de slaapkamer is KLAAR 🙂