Solen kiggede lige frem…

Per mail is hij een man van weinig woorden. ‘De zon scheen volop toen ik vandaag bij het huis bezig was’. Vriendelijke groet: Konrad. Bijgevoegd twee foto’s, en daarom was meer tekst ook eigenlijk niet nodig. Dat komt wel weer als we elkaar spreken binnenkort.

grasK2

Veel groen rond het Gele Huis. En bloesem! En zon!

Het Gele Huis ligt er nog mooi bij, evenals het gras. Ik zie nog geen gaten in het dak. Aan de bomen aarzelend groen; het is daar – net als hier – de afgelopen weken te koud geweest voor de tijd van het jaar en dat betekent ruim 800 kilometer noordelijker dat de natuur dan echt een stuk achterloopt.

Maar… ik zie ook volop bloesem. Kersenbloemen links en pruimenbloesem rechts! Dus dat belooft, ondanks dat koude voorjaar, toch weer een mooie oogst. Alle bessenstruiken, die beschut voor de westenwinden onder de kersen- en appelboom de allereerste zonnestralen uit het oosten opvangen, zitten dik in het blad, maar voor bloemen is het nog te vroeg.

Heel erg benieuwd ben ik naar onze moestuinbak, die we de vorige keer hebben aangelegd en waar we als experiment aardappels in hebben gestopt en wortels gezaaid. En zouden alle stekken van boompjes, struiken en ander nieuw haagmateriaal de frisse en natte lente goed hebben doorstaan? Voorlopig hebben we een deel van het allereerste stuk grasveld dat is opgeofferd voor een moestuin, bestemd als kraamkamer voor nieuwe aanplant.

En dan valt me ook, achter de grasmaaier van Konrad, het ieniemienie stukje dekzeil op met-keien-erop-tegen-het-wegwaaien. Toen we tijdens ons laatste verblijf dit stuk afdekten (ook weer zo’n experiment, in het kader van het niet compleet willen en kúnnen ontzoden van de hele tuin) vond ik het een hele lap, en die lap is de laatste maanden in mijn herinnering nogal groter gegroeid. Het beeld op de foto valt dus vies tegen!

De ENORME stukken karton die ik hier in inmiddels heb verzameld – evenals gesnoeid hout is nu ook geen doos meer veilig; op oud-papierdag ben ik net Malle Pietje die met arendsogen langs de containers fietst op zoek naar een bruikbaar stuk – zullen daar postzegels blijken te zijn.

Waar hebben we al dat karton voor nodig? We gaan permaculturen. En de ‘makkelijkste’ manier om van gras af te komen en een begin te maken met een betere bodem is dat gras afdekken met karton, en daar bovenop moet dan weer een dikke laag stro. Dat moet voldoende voorhanden zijn in de buurt van het tussen de grote boerderijen gelegen Gele Huis. En anders hebben we natuurlijk een dak vol, dat toch vervangen moet worden…

Maar ja: die wind. Niet alleen het vinden van voldoende (grote) stukken karton zal een uitdaging worden, ook het vastleggen van de laag stro. En dat moet nog 1 à 2 jaar blijven liggen ook, eer het gras er onder dood genoeg is en voer is geworden voor allerlei bodembeestjes, samen met dat karton en uiteindelijk ook het stro.

Ik voorzie dat we Konrad de komende tijd nog echt wel nodig hebben om gras te maaien.

 

 

 

 

 

 

 

Feng shui moneybags

Vorige week verscheen het mailtje in mijn postvak: februari zou wel een heel bijzondere maand worden, want elke dag komt 4x voor in deze maand: 4 woensdagen, 4 donderdagen, enzovoort. En dat gebeurt maar één keer in de 823 jaar. ‘Moneybags’ heet dit fenomeen volgens een oude feng shui*-meester en dussss…. ‘Dit bericht delen binnen 11 minuten nadat je het gelezen hebt met 5 mensen of groepen en binnen 4 dagen stroomt het geld binnen… ‘

2017-02_februari

Ik heb het niet gedaan. Natuurlijk. Niet alleen wist ik dat diezelfde dag mijn ‘zak met geld’ oftewel salaris bijgeschreven zou worden, maar ik heb ook een vreselijke hekel aan dit soort kettingbrieven. Gelukkig stond er nog net geen dreigement bij, in de trant van: ‘en als je dit niet doet, zal het geld bij je weg stromen en eindig je in de goot’. Ten slotte vond ik het een raar gegoochel met getallen.

Het is klinkklare onzin natuurlijk. Wie een beetje verstand heeft van feng shui (*feng shui is een meer dan 3000 jaar oude filosofie over hoe je leefomgeving je gevoel en je geluk kan beïnvloeden), weet dat je beter andere dingen kunt doen om ‘rijk’ te worden dan anderen spammen met nonsens.

Hier is de feng shui top tien om rijkdom aan te trekken:

  1. Was je ramen. Ramen zijn de ogen van je huis en wanneer ze vuil zijn, is je visie niet helder. Maak ze schoon en je zult duidelijk je kansen kunnen zien.
  1. Vervang kapotte lampen. Als je kamers donker zijn, zal je financiële toekomst net zo duister zijn. Helder licht geeft een heldere kijk.
  1. Zorg dat klinken en grepen stevig vastzitten op de deuren. Als je handvatten symbolisch ‘los’ zitten, betekent dit dat je geen grip op je geld kunt krijgen.
  1. Vervang dode planten. Dode planten vertegenwoordigen dode energie. Gezonde, levende planten in huis symboliseren groeiende welvaart en voorspoed.
  1. Doe het deksel op je toiletpot dicht. Water staat voor overvloed, en met een openstaand deksel zal je rijkdom symbolisch wegspoelen. Zie ook punt 10.
  1. Geen rommel onder je bed. Onder-het-bed-rommel betekent verloren slaap. Weg met die zooi dus, en je wordt fris wakker en ziet dan eerder nieuwe mogelijkheden.
  1. Houd spiegels schoon. Als spiegels vies zijn, is het beeld dat je van jezelf hebt dat ook en een vertroebeld zelfbeeld trekt nu niet bepaald ‘geluk & voorspoed’ aan…
  1. Zorg dat je voordeur er altijd picobello uitziet. Positieve energie komt via de voordeur binnen, en een onaantrekkelijke deur stoot overvloed af. Een schone voordeur nodigt uit – niet alleen geluk en welvaart, trouwens.
  2. Verwijder spullen achter deuren die ervoor zorgen dat die deuren niet meer volledig open kunnen. Geblokkeerde deuren = geblokkeerde kansen.
  1. Repareer druppende en lekkende kranen. Lekkende water staat voor weglekkende rijkdom.

Zowel hier als in het Gele Huis zijn de onderwerpen 1 en 10 puntjes van aandacht, maar voor de rest… zijn we erg rijk. Hoe zit dat bij jou? Of stuur jij gewoon zo’n kettingbrief door? 😉

5896c2ac-8eb8-49fa-aff8-ae0f258d6f96_size1920x1080

Laat maar binnen al die positieve energie!

You know what is best for you

Soms stel je jezelf in stilte vragen en komt er antwoord uit onverwachte hoek. Nou ja, een soort van antwoord. Altijd als ik twijfel – en ik twijfel altijd – heb ik de neiging een ander om raad, om advies te vragen. Wat moet ik doen? Wat vind jij? En dan komt er een mailtje binnen van een site waarop ik geabonneerd ben, met in het onderwerpveld de tekst:

‘I don’t know what’s best for you’.

De laatste weken van het oude jaar in het Gele Huis waren af en toe gekleurd door twijfel. Niet in de laatste plaats door de verhalen van Konrad, die ons romantische beeld van het plattelandsleven aan de noordwestkust van Jutland soms onbewust bijstelt en ons met een opmerking-tussen-neus-en-lippen-door weer met beide voeten in de zuigende modder van de realiteit zet.

Ik heb het eerder geschreven: natuurlijk weten we echt wel dat het leven hier geen Zwitser(s)leven is. Dat zaken waarmee Denemarken zich zo positief op de kaart weet te zetten, vooral gelden in het oosten, in en rond de grote steden. Dáár worden ook de dingen bedacht, van achter bureaus en tekentafels.

Een dorpsdokter Tinus hebben ze hier al lang niet meer – en misschien maar goed ook als we de horrorverhalen van Konrad mogen geloven. Die dokter runde in z’n eentje (nou ja, volgens hardnekkige geruchten samen met zijn beste vrind Johnny Walker) een heel ziekenhuis voor de streek, had dus altijd dienst, 24 uur per dag, 7 dagen in de week en als je dan met een gebroken middenvoetsbeentje bij hem kwam werd je honend weggestuurd. Gevolg heden ten dage voor Konrad: een nare, nog altijd pijnlijke bult op zijn voet.

Nee, dat soort toestanden zullen we hier niet meer meemaken dus. Maar het ziekenhuis waar we nu op aangewezen zijn bevindt zich 134 kilometer bij ons vandaan, in Aalborg. Ja, dichterbij in Holstebro, op 52 kilometer, is ook een ziekenhuis, maar dat is een andere regio, Midden. En wij zitten in het zuidelijkste puntje van de regio Noord.

Zelfs vanuit het noordelijkste puntje van Denemarken, Skagen, is het ‘slechts’ 105 kilometer naar datzelfde ziekenhuis in Aalborg. Wij hebben dus gewoon pech omdat een ambtenaar in Kopenhagen ergens een lijn heeft getrokken… en we daar niet overheen mogen. Nou ja, voordeel van aan de rand van de regio zitten is dan weer dat er in noodgevallen een helikopter uitrukt. Nu nog uitzoeken wat de grens is van een noodgeval…

Maar goed, ik had het over twijfel en die werd niet alleen gevoed door de omstandigheden van de gezondheidszorg op het platteland van Thy. Soms overvalt het me gewoon, de allesoverheersende vraag ‘doen we hier nu wel goed aan?’ of zelfs ‘waarom zijn we hier in vredesnaam aan begonnen?’ En dan ga ik op zoek naar een waarzegster met een kristallen bol.

‘I don’t know what’s best for you, but I know what is best for me’.

Was dus het antwoord wat ik kreeg. Je weet zelf het beste wat goed voor JOU is. Als je bereid bent naar jezelf te luisteren. Op wat voor manier dan ook. En dat werd voor mij uiteindelijk wel heel letterlijk ‘naar mezelf luisteren’ omdat ik de afgelopen dagen heel wat keer die vraag voorgelegd kreeg.

‘Waarom gaan jullie naar Denemarken?’ Sinds maandag ben ik met een nieuwe tijdelijke baan gestart, en de nieuwe collega’s zijn oprecht belangstellend en nieuwsgierig. En ik hoor het mezelf zeggen, elke keer weer: ‘Vanwege de ruimte. De leegte. De stilte. Je kunt daar nog ademen. Jezelf horen denken, of gewoon: helemaal niets horen. Vanwege de eenvoud van het leven daar.’ En ja: daar heb ik mijn antwoord dus.

ICM photo of gulls above a wild sea

‘Escaping the undertow’ – ook dat is een deel van het antwoord. ( © Jaap Berghoef Photographic Impressionist)

En jydekrog og en lang sort kjole

Een Juthaak en een lange, zwarte jurk

Na een zuidwesterstorm met voorjaarsachtige temperaturen en een stevige noordenwind die het kwik al een eind liet dalen, is de wind nu gedraaid naar het oosten. En daar komt nooit veel goeds vandaan, zegt onze huisbewaarder Konrad altijd, om vervolgens Poetin van alles de schuld te geven. Kou, en sneeuw. Eindelijk! Vanmorgen werden we wakker met ijs op de ramen en sneeuw op de velden. Een dun laagje, maar de wereld was knapperig wit.

2017-01-05-08-19-21

Een witte achtertuin bij opkomende zon (en hyggelige lichtjes binnen)

Het plan was vandaag naar de Grote Stad te gaan (Aalborg – 2 uur rijden heen, ook weer 2 uur terug), ook al omdat we toch al halverwege zouden zijn vanwege een bezoek aan Hans, onze huisbaas. De doorgaande wegen waren echter nog zo besneeuwd – en hoe noordelijker we kwamen, hoe meer sneeuw er lag – dat we van het plan Aalborg hebben afgezien.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De doorgaande weg richting noord. Er wordt gestrooid, er wordt geschoven, maar schoon wordt de weg er niet van

In plaats daarvan hebben we heerlijk allerlei genbrugs afgesnuffeld, tweedehandswinkeltjes. Soms van het Rode Kruis, soms van het Blauwe Kruis, soms van de kerk of de missie en soms naast de stortplaats of particulier. Volgens mij is het iets typisch Juts, al die rommelwinkeltjes.

Net als aanhangwagens – die heb je natuurlijk nodig om óf je oude zooi weg te brengen, óf je tweedehands schatten in mee naar huis te kunnen nemen. Rond Kopenhagen noemt men een trekhaak ook wel een (vrij vertaald) ‘Juthaak’ zo vertelde Hans ons: omdat iedere Jutlander een ‘bakkie’ heeft en DUS een auto met trekhaak. Wij hebben nu nog geen van beide, maar als we Hans mogen geloven horen we er straks pas echt bij als we zowel een juthaak als een aanhangwagen hebben…

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Onderweg naar Hans. De zon kondigt zich aan

Beide hadden we niet nodig vandaag, want onze buit was bescheiden: twee mooie (werk)jeans voor Jaap à 3 euro ’t stuk, een mooie leren riem voor nog geen 2 euro en een lange, zwarte, wollen jurk voor mij voor ruim 5 euro. Na een zeer frisse wandeling-bij-zonsondergang in de Tange heb ik thuis m’n zwarte wolletje meteen aangetrokken. Inclusief lange thermo onderbroek annex legging en voor het kleurige accent een roze wollen pashmina. Gesprokkeld hout knettert in de kachel. Eigenlijk wil ik gewoon niks anders meer.

2017-01-05-20-21-07

Kacheltje aan, hondje in de mand, ventje naast me op de bank, zwart wolletje en ander lekker warms aan… wat wil een mens nog meer?

 

Het ademende huis

Het doet me ineens denken aan die vrij desastreus verlopen kerstvakantie in Benidorm, toen mijn vader de vloerbedekking van het appartement in de fik stak omdat we geen verwarming hadden. Ik zag die vakantie voor het eerst mijn moeder doodziek in bed, en mijn vader doodsbang de flat uit vluchten.

Het was beestenweer die kerstvakantie. We verbleven op de 13e (!) verdieping van een appartementencomplex. Het regende, het stormde en op zeker moment begon de hanglamp boven de tafel steeds harder te slingeren. Mijn vader, met enige kennis van de ‘Spaanse slag’ oftewel de jaren-zeventig-snel-en-slordig-uit-de-grond-stampen-bouwstijl vertrouwde het niet meer en sommeerde ons de jassen aan te trekken en mee naar beneden te komen.

Het leek zo leuk en luxe toen we er met zonnig weer in trokken: een gezellig appartement met vaste vloerbedekking overal, zelfs op het balkon! Dat was nog eens wat anders dan de kale tegelvloeren die we gewend waren aan de costa’s. Toen het weer omsloeg moesten we onze mening bijstellen. De vaste vloerbedekking op het balkon werd doornat van de aanhoudende regen, en al die nattigheid kroop tergend langzaam steeds verder de woonkamer in.

Het was ook op dat moment dat we ons realiseerden dat er geen verwarming in het appartement was. Over het algemeen in deze streken ook niet nodig, maar nu wel. Mijn vader kwam op het lumineuze idee een paar bakstenen op de bouwplaats naast onze flat te pakken, deze op het gasfornuis warm te maken en zo een soort straalkacheltjes te hebben.

Helaas dacht hij minder helder na over de consequenties van hete bakstenen op nog-net-niet-natte vloerbedekking. Gelukkig was het nylon, en smolt het gewoon aan de bakstenen vast. De volgende dag vond hij op dezelfde bouwplaats nog een paar stukken van dezelfde vloerbedekking. Als je het niet wist kon je niet zien dat er hier en daar een paar rechthoekjes uitgesneden en weer opgevuld waren.

luik-2017-01-04-20-00-06

Het nieuwe, lichte en licht doorlatende luik naar de hems (lage zolder), van onderaf gezien

Herinneringen! En dat allemaal omdat we in het Gele Huis een nieuw luik naar de hems hebben gemaakt. Het vorige luik was loeizwaar, té zwaar voor onze ruggetjes die nu eenmaal niet van een soepele speklaag zijn voorzien – we tilden het ding dus op onze rug als we de trap naar het zoldertje op of af liepen.

Nu hebben we een lichtgewicht (en licht doorlatend) luik. En dit beweegt als het hard waait. Alsof we de onzichtbare longen van het huis zichtbaar hebben gemaakt met een plaat perspex: het zucht mee met de vlagen van de straffe noordwesten wind die ons dunne rieten dak nu geselt.

Bij elke vlaag drukt het luik iets naar beneden, en als de wind even verslapt, ontspant ook het luik zich. Ons huis komt ineens bijna letterlijk tot leven; deint mee met de wind. Maar verder blijft het een noord-Juts, ruim 200 jaar oud, stug boerderijtje dat geen krimp geeft, kreunt noch steunt in welke barre weersomstandigheden dan ook.

luik-2016-12-30-17-59-29

Jaap op de hems bezig met het nieuwe luik 🙂

De verdomhoek van Denemarken

 

’t Is de laatste dag van het jaar. Heel af en toe horen we een knal in de verte, maar dat kan net zo goed een jager zijn. Verder is het stil. Wolken, lucht en water gaan grijs, groen, blauw en vuilwit bijna naadloos in elkaar over. De storm is voorbij, het strand schoongespoeld, maar de golven zijn nog steeds hoog.

Het dorre gras wuift geel met de wind mee, roestbruine twijgen van verdorde rozenbottels steken er boven uit. Af en toe een bleekoranje veeg over het mosgroen waar nog duindoorns staan te wachten om geplukt te worden. Meeuwen werken zich tegen de wind op en laten zich vervolgens jubelend meedrijven, alsof ze echt plezier hebben in hun zweefvluchten.

Hier waaien alle zorgen van ons af. Of we wel de juiste keuzes maken, op de juiste momenten. Hoeveel twijfel we allebei op sommige momenten ook hebben over van alles en nog wat, we zijn hier niet zomaar toevallig beland. Hier is grijs nooit saai, maar heeft het door het steeds veranderende licht altijd wel een twist: geelgrijs, groengrijs, blauwgrijs, rozegrijs. De duinen vervelen nooit, evenmin als de zee, of het uitzicht tot aan de horizon.

grijzen-2016-12-31-12-45-19

Krik Vig vanaf Agger Tange: groen, geel, bruin, groengrijs, blauwgrijs, lichtgrijs…

Natuurlijk zien we heus ook wel de ‘andere kant’: het leven is hard hier. En niet alleen door de altijd waaiende westenwind. Maar om deze regio nu de wachtkamer van de dood te noemen, de rotte banaan, de plek waar niets gebeurt en waar al het leven uit verdwenen is en waar slechts onmacht, sociale problemen en lege huizen resteren? Nee. Zo omschrijven de meeste Deense media deze regio echter wel.

Ik lees een verhaal in Ekstrabladet, over Morten en zijn gezin die vanuit Kopenhagen zijn verhuisd naar Klitmøller, een kustplaatsje 40 kilometer ten noorden van ons. Ooit een welvarend vissersplaatsje en de belangrijkste handelsplaats van noord-Jutland. Sinds 1980, toen een Duitser hier de rollende golven ontdekte, een zelfuitgeroepen surfersparadijs – Cold Hawaii werd al snel de bijnaam.

Behalve surfers trekt het tegenwoordig echter ook allerlei ander nieuw volk: in zes jaar is de bevolking gegroeid van 807 naar 878 inwoners, terwijl omliggende plaatsen nog steeds een krimp laten zien. Stedelingen op zoek naar frisse wind, letterlijk, of figuurlijk. Op zoek naar een ander leven, zoals wij.

Het verdomhoekje van Denemarken wordt ontdekt. Door muzikanten, kunstenaars, zelfstandigen die hun eigen ‘werk’ meenemen of mensen als Morten en zijn gezin, die een goede baan en luxe achterlieten in Kopenhagen om in Hanstholm een nieuw avontuur te beginnen: ze hebben hier een restaurant geopend. Zijn aanvankelijke scepsis over het wonen in dit achterland verdween op slag na een bezoek aan Thy.

Morten voelt zich thuis hier, en ik citeer Ekstrabladet: ‘waar de Noordzee zowel de zinnen als de horizon vult. Waar het uitzicht over groene heide en duintoppen alle gedachten aan de stress van het stadsleven wegblaast met een frisse zeewind’. Morten constateert, zoals ook wij jaren geleden al deden, dat ‘de natuur hier waanzinnig mooi is. Als sommige scenes uit Lord of the Rings’.

Wat er in Klitmøller gebeurt is voor mij tekenend voor de streek hier, en voor de energie die hier zo voelbaar is. Het is geen plek voor watjes, maar voor aanpakkers. Voor mensen die bereid zijn in te zien dat oude tijden voorbij zijn, en dat er kansen liggen als je ze maar wilt zien. Het is een plek waar het beste in jezelf bloot komt te liggen als laag voor laag het stof van de stress van moeten en begeren van je af geschuurd wordt door de altijd waaiende westenwind.

De Levensjutters wensen je veel frisse wind in 2017 en het beste van jezelf!

Ons kerstwonder

geel boerderijtje met rieten dak

De ‘schade’ na de storm: brandhout!

We hebben geslapen als ossen; kerststorm Urd heeft ons niet wakker gehouden. De enige ‘schade’ is een omgewaaide, dode boom achter in de tuin – mooi brandhout! – en een afgewaaid stuk plexiglas voor een keukenraampje dat simpel te vervangen is. Alle vetbollen voor de vogels hangen zowaar nog gewoon in de meidoorn.

We zijn vroeg op, want Konrad komt straks even langs om naar de kraan onder het keukenkastje te kijken. Ik heb hem gisteravond gemaild met de vraag hoe groot hij de kans acht dat we een loodgieter bereid kunnen vinden om ons tussen kerst en oud & nieuw van het pielige straaltje water af te kunnen helpen en hij reageerde met: ‘ik kom wel even kijken’.

En daar is het natuurlijk niet bij gebleven. Na ons verhaal aangehoord te hebben, het straaltje water te hebben gezien en wat geduw en getrek aan de kraan is hij de watermeterput in gedoken om te zien of er misschien een verstopping te vinden zou zijn. Dat was niet het geval. Hij achtte de kans nu ook wel erg groot dat het euvel zich in die kraan onder de keukenkast bevindt.

Hij is er aan gaan draaien, stukje naar rechts, stukje naar links, stukje verder naar rechts, stukje verder naar links. En oh wonder: uit de keukenkraan die open stond kwam langzaam maar zeker een steeds steviger straal…

Al die tijd dat we het Gele Huis bewonen hebben we de minimale waterdruk voor lief genomen. Ik heb zelfs even getwijfeld of een wasmachine het wel zou redden hier – maar die doet gewoon z’n ding. Misschien wel langzamer dan normaal, maar zo is ons hele leven hier en daar streven we juist naar… 😉 En nu ziet het er naar uit dat we over normale waterdruk kunnen beschikken als we een goed werkende afsluitkraan hebben… Whoohoo!

Konrad heeft meteen het plaatselijke loodgietersbedrijf gebeld. Deze week komen ze niet meer om die kraan te vervangen, maar in het nieuwe jaar komt er een mannetje langs. En zo heeft ons geklus aan de keukenvloer dan toch nog een onverwachte meevaller opgeleverd. Morgen maar eens uitgebreid douchen… 😉

Een serene kerst?

storm in Agger Tange

Vandaag maar geen strandwandeling… vanuit de tuin ziet het er al woest genoeg uit…

’t Piepkleine kribbetje met Jezus, dat ik zolang in een hoekje van de kast had verstopt, heb ik zojuist tussen Jozef en Maria in gezet. Het Praagse kerststalletje is compleet. Alle kaarsen zijn aan, de kachel brandt warm. Als we na ons kerstontbijt de tafel afruimen vraagt Jaap: ‘En, gaan we vandaag sereen kerst vieren, of gaan we een vloer slopen?’ ’t Is een retorische vraag, Jaap weet het antwoord al.

De keuken in het Gele Huis heeft, net als het deel waar wij de ‘woon- en werkkamer’ hebben, een verhoogde vloer. Beide vloeren zouden we heel graag op gelijke hoogte met het middendeel van het huis hebben, en vandaag, Eerste Kerstdag, gaan we dus kijken of dat mogelijk is. Eerder al hebben we de vloerbedekking verwijderd die over het vieze en deels kapotte linoleum was gelegd, hebben we een deel van dat linoleum weg gebikt.

Ik vind het eng, dit soort werkzaamheden. Bij zo’n oud huis weet je zeker dat je verrassingen gaat tegenkomen. En in hoeverre zijn wij als vergevorderde klussers in staat mogelijke problemen op te lossen? Of los je het ene mankement op, en creëer je daarmee een volgend.

Tussen keuken- en middendeel, waar de eettafel en twee stoelen bij de kachel staan, bleek onder dat linoleum een stuk houten vloer te liggen. De rest van de keukenvloer is cement/beton, en Jaap vermoedt dat hier leidingen doorheen lopen. Als het houten vloerstuk weg is, zien we inderdaad een elektriciteitsleiding. Dat valt tegen. Het feit dat er geen schimmel of vocht onder die houten ‘doos’ zit is dan weer een meevaller.

Deze vloer verlagen – daar gaan we ons niet aan wagen, zo besluiten we al snel. Wel moet al het linoleum van de vloer af, zodat we vanaf schoon en droog cement iets nieuws kunnen gaan leggen. Het is een pokkeklus. Tijdens het beitelen onder de keukenkastjes komen we verrassing nummer 1 tegen: de plek waar de waterleiding het huis binnenkomt is de plek waar ik in mijn dromen de nieuwe koelkast van de nieuwe keuken had bedacht. Helaas: dat gaat niet lukken.

Vlak daarna zit een kraan: hier kun je de waterleiding afsluiten om bevroren leidingen te voorkomen. Deze gebruiken we nooit: we sluiten het water buiten, in de waterput bij de meter, af. Nu hebben wij een heel erg lage waterdruk hier. In eerste instantie komt het vrij enthousiast de kraan uit, maar dan zakt het terug tot een gemiddeld straaltje. Niet erg, maar vooral onder de douche zou ik wel eens willen dat er iets meer kracht achter zat.

Nu we dit kraantje onder het keukenkastje zien, dringt het vermoeden zich op: zou deze misschien half dicht staan? Zit hier de reden van de lage druk? Jaap draait aan de knop en kan hem maar een kwart slag in beweging krijgen. Als ik de keukenkraan open draai om het wonder te zien voltrekken, hebben we verrassing 2: in plaats van dat de druk is toegenomen, is er nu bijna helemaal geen druk meer. Ook de kraan onder de kast weer in de oorspronkelijke positie terugzetten levert nu geen verschil meer op. Er blijft een minimaal straaltje uit de kraan komen.

Ons toch al zo langzame koken wordt nu superslow cooking. Eer we een pan water vol hebben voor ons kerstdiner… En datzelfde geldt voor wassen, afwassen, plassen (niet doortrekken als er nog geen water in het koffiezetapparaat zit!). Maar ach, we kunnen wat hebben, en aan het eind van de dag hebben we een kale keukenvloer, een nieuw inrichtingsplan voor een nieuwe keuken, hebben we en passant ook maar dat ene bovenkastje van de muur gehaald, heeft Jaap een idee hoe de (waarschijnlijk kapotte) waterleidingkraan te repareren is – na Kerst – en een heerlijk kerstdiner van spaghetti met de laatste overheerlijke olijfolie met truffel uit Kroatië. En morgen zeer waarschijnlijk overal spierpijn.

Dan piept mijn telefoon. Het Deens Meteorologisch Instituut met een stormwaarschuwing. Morgen, Tweede Kerstdag, rond deze tijd gaat het stormen met orkaankracht. En dat is nu dus. Vanmiddag ging de meeste windmolens in de omgeving al in stormstand: stil. De noorderbuurman heeft zijn caravan die altijd buiten op het erf staan, binnen gezet. De fiere vlaggenmast-kerstboom van de westerburen is gedegradeerd tot een zielig hoopje lampjes op de grond. Odin z’n oren waaien zowat van z’n kop als we buiten komen – en dat hebben we vandaag dus maar minimaal gedaan.

Lekker binnen gebleven. Kaarsjes aan. Kachel aan. Is het zowaar toch nog een beetje serene kerst hier in het Gele Huis.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Ons kan niks gebeuren

De haren rijzen me te berge als ik ineens een geluid hoor wat ik hier nooit eerder heb gehoord. Ik schrik me lam, en tegelijk laat Odin ook een hoge kef horen van schrik. Wat is dit? Het klinkt als een mitrailleur…

Ons Gele Huis heeft een rieten kap. Die steeds dunner en slechter wordt en als een van de eerste grote projecten vervangen zal moeten worden. We hebben vandaag een groot stuk plastic zeil gekocht. Er wordt storm voorspeld voor de komende dagen en het zal ons toch niet gebeuren dat we met kerst met een lek dak komen te zitten… Maar dit even terzijde.

We horen het hier dus nooit gezellig tikken als het regent, zoals we dat in Nederland wel kennen van de dakkapel in onze slaapkamer. Niks zo gezellig als regen wanneer je in bed ligt. Hier niet. Hier hebben we hooguit disco als de zon achter een van de windmolens opkomt…

Het is een oud boerderijtje, ons Gele Huis, maar het kraakt of piept niet. Nergens. Storm horen we als een vaag gebulder, of een iets harder loeien in de kachel, maar verder: niets. Het is hier dus best wel stil. Tot zo even.

De oude raampjes in het huis zijn aan buiten- en binnenkant voorzien van een laag plexiglas. Het is een tijdelijke oplossing, maar het werkt wel. We hebben geen koudeval, helaas wel een wat verwrongen uitzicht door al die laagjes, maar ook dit gaat vervangen worden. Project 2, als het aan mij ligt.

We hebben hier al vele soorten weer meegemaakt, soms op dezelfde dag. Sneeuw, zon, regen, mist. Behalve hagel, en onweer. En hagel, met een aanwakkerende westenwind, op plastic raampjes… dat klinkt dus als een mitrailleur. Denk er dan ook nog een flits en een grommend gedonder bij en je snapt waarom ik de nekharen overeind had staan en Odin ook.

Behalve dat stuk plastic hebben we vandaag ook alle proviand voor de komende (kerst)dagen ingeslagen. Een mooi minimalistisch mandje half vol verse groenten en fruit. Ons kan niks gebeuren. (En terwijl ik dit typ denk ik: roep je het nu niet over je af? Nou ja, duim maar dan. Dat ons niks zal gebeuren… 😉 )

2016-12-21-14-56-31

Regen op de driedubbele plexiglas ramen hoor je niet… Dit was gisteren. Midwinter. De zon liet zich niet zien.

Maximale yulehygge

Odin ligt met z’n neus tegen de rand van de mand gedrukt te snurken. In de kachel een rustig vuurtje. Kaarsen op bijna elke vensterbank, waxinelichtjes in de keramiekkast, in glaasjes, potjes en één van de kerstbomen. De kerstster, die door de vorige eigenaars is achtergelaten, hangt weer. Het laatst aangeschafte kerststalletje uit Praag heeft de Grote Verzamel Opruiming overleefd, en staat weer. Buiten is het aardedonker. Binnen kan het niet veel hyggeliger worden.

Twee Deense julenisser (kerstkabouters) delen hun plek met vijf Nederlandse glazen engeltjes. Aan de enkele spijkers die we in de balken van het lage plafond hebben laten zitten, hangen een rode slee, een dikke rode kerstman en een sneeuwpop; kerstversiering uit Rusland die de Grote Kerst Opruiming heeft overleefd.

Veel, heel veel, heeft de afgelopen jaren ons huis verlaten. Soms krijg ik wel eens de vraag: ‘Hebben jullie nog wel wat over?’ en dan gaat het niet alleen over kerstversiering. Het huis in Nederland wordt inderdaad steeds leger, opgeruimder, minimalistischer. Het kleine Gele Huis in Thy daarentegen… We hebben hier nu vier kerstbomen – vier!

Twee zijn net als de kerstster geërfd van de vorige eigenaars, twee zijn er van onszelf. De uit balsahout gesneden kerstboom met lampjes hebben we ooit, de eerste winter dat we hier vakantie vierden, een paar dorpjes verderop gekocht. Een vreselijk gezellig winkeltje-van-Sinkel was dat toen; het bestaat nog steeds, maar ze verkopen er nu nog slechts bloempotten en breiwol. En dan hebben we natuurlijk de stokkenboom. Vorig jaar gemaakt van door zout en zand glad gesleten aangespoelde takken.

alternatieve kerstboom van takken stokken aangespoeld gejut hout

De stokkenboom hangt weer aan de muur (bij gebrek aan vloeroppervlak voor een driedimensionale boom 😉 )

Het verschil met Nederland is groot en wordt steeds groter. Dáár afbouwen, hier opbouwen. Het kerstgevoel dat compleet ontbrak in ons grote huis, is hier overweldigend aanwezig. Het kost me heel veel moeite om te schakelen, te ‘landen’ hier. In de wetenschap dat het – o zo makkelijke – opruimen en afbouwen nu even achter ons ligt, en we de laatste dagen van dit oude jaar bezig zijn met vooruitkijken. En dat is andere koek. Al is het maar omdat ik op 9 januari begin aan een heel nieuwe baan. In Nederland.

Iedereen die ons leven, en/of dit blog, een beetje volgt is nu in opperste verwarring. ‘Ik dacht dat je naar Denemarken ging?’ is de meest geuite reactie op dit nieuws. Ja, dat gaan we ook, alleen nog niet NU. Hoe graag we ook willen, we zijn in Nederland nog niet klaar. Er mag (echt waar!) nog meer opgeruimd worden. Er mag een huis verkocht worden. Dus mag er ook nog wel (tijdelijk, in dit geval tot 1 juli) gewerkt worden.

Alles op zijn tijd. Stap voor stap. Het maakt het vinden van het balanspunt tussen oud en nieuw, afronden en opstarten, wegdoen of bewaren even lastig. Misschien komt het ook wel door de tijd van het jaar. Midwinter. Yule. De winter moet nog beginnen, maar de dagen gaan alweer lengen…

We duiken nog even lekker onder hier. Met kaarsjes, kerst en kachelvuur.

kerst kerstster kachel vuurtje kerstboom twee stoelen Deens interieur

‘Hygge’ in het Gele Huis