En jydekrog og en lang sort kjole

Een Juthaak en een lange, zwarte jurk

Na een zuidwesterstorm met voorjaarsachtige temperaturen en een stevige noordenwind die het kwik al een eind liet dalen, is de wind nu gedraaid naar het oosten. En daar komt nooit veel goeds vandaan, zegt onze huisbewaarder Konrad altijd, om vervolgens Poetin van alles de schuld te geven. Kou, en sneeuw. Eindelijk! Vanmorgen werden we wakker met ijs op de ramen en sneeuw op de velden. Een dun laagje, maar de wereld was knapperig wit.

2017-01-05-08-19-21

Een witte achtertuin bij opkomende zon (en hyggelige lichtjes binnen)

Het plan was vandaag naar de Grote Stad te gaan (Aalborg – 2 uur rijden heen, ook weer 2 uur terug), ook al omdat we toch al halverwege zouden zijn vanwege een bezoek aan Hans, onze huisbaas. De doorgaande wegen waren echter nog zo besneeuwd – en hoe noordelijker we kwamen, hoe meer sneeuw er lag – dat we van het plan Aalborg hebben afgezien.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De doorgaande weg richting noord. Er wordt gestrooid, er wordt geschoven, maar schoon wordt de weg er niet van

In plaats daarvan hebben we heerlijk allerlei genbrugs afgesnuffeld, tweedehandswinkeltjes. Soms van het Rode Kruis, soms van het Blauwe Kruis, soms van de kerk of de missie en soms naast de stortplaats of particulier. Volgens mij is het iets typisch Juts, al die rommelwinkeltjes.

Net als aanhangwagens – die heb je natuurlijk nodig om óf je oude zooi weg te brengen, óf je tweedehands schatten in mee naar huis te kunnen nemen. Rond Kopenhagen noemt men een trekhaak ook wel een (vrij vertaald) ‘Juthaak’ zo vertelde Hans ons: omdat iedere Jutlander een ‘bakkie’ heeft en DUS een auto met trekhaak. Wij hebben nu nog geen van beide, maar als we Hans mogen geloven horen we er straks pas echt bij als we zowel een juthaak als een aanhangwagen hebben…

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Onderweg naar Hans. De zon kondigt zich aan

Beide hadden we niet nodig vandaag, want onze buit was bescheiden: twee mooie (werk)jeans voor Jaap à 3 euro ’t stuk, een mooie leren riem voor nog geen 2 euro en een lange, zwarte, wollen jurk voor mij voor ruim 5 euro. Na een zeer frisse wandeling-bij-zonsondergang in de Tange heb ik thuis m’n zwarte wolletje meteen aangetrokken. Inclusief lange thermo onderbroek annex legging en voor het kleurige accent een roze wollen pashmina. Gesprokkeld hout knettert in de kachel. Eigenlijk wil ik gewoon niks anders meer.

2017-01-05-20-21-07

Kacheltje aan, hondje in de mand, ventje naast me op de bank, zwart wolletje en ander lekker warms aan… wat wil een mens nog meer?

 

Advertenties

De verdomhoek van Denemarken

 

’t Is de laatste dag van het jaar. Heel af en toe horen we een knal in de verte, maar dat kan net zo goed een jager zijn. Verder is het stil. Wolken, lucht en water gaan grijs, groen, blauw en vuilwit bijna naadloos in elkaar over. De storm is voorbij, het strand schoongespoeld, maar de golven zijn nog steeds hoog.

Het dorre gras wuift geel met de wind mee, roestbruine twijgen van verdorde rozenbottels steken er boven uit. Af en toe een bleekoranje veeg over het mosgroen waar nog duindoorns staan te wachten om geplukt te worden. Meeuwen werken zich tegen de wind op en laten zich vervolgens jubelend meedrijven, alsof ze echt plezier hebben in hun zweefvluchten.

Hier waaien alle zorgen van ons af. Of we wel de juiste keuzes maken, op de juiste momenten. Hoeveel twijfel we allebei op sommige momenten ook hebben over van alles en nog wat, we zijn hier niet zomaar toevallig beland. Hier is grijs nooit saai, maar heeft het door het steeds veranderende licht altijd wel een twist: geelgrijs, groengrijs, blauwgrijs, rozegrijs. De duinen vervelen nooit, evenmin als de zee, of het uitzicht tot aan de horizon.

grijzen-2016-12-31-12-45-19

Krik Vig vanaf Agger Tange: groen, geel, bruin, groengrijs, blauwgrijs, lichtgrijs…

Natuurlijk zien we heus ook wel de ‘andere kant’: het leven is hard hier. En niet alleen door de altijd waaiende westenwind. Maar om deze regio nu de wachtkamer van de dood te noemen, de rotte banaan, de plek waar niets gebeurt en waar al het leven uit verdwenen is en waar slechts onmacht, sociale problemen en lege huizen resteren? Nee. Zo omschrijven de meeste Deense media deze regio echter wel.

Ik lees een verhaal in Ekstrabladet, over Morten en zijn gezin die vanuit Kopenhagen zijn verhuisd naar Klitmøller, een kustplaatsje 40 kilometer ten noorden van ons. Ooit een welvarend vissersplaatsje en de belangrijkste handelsplaats van noord-Jutland. Sinds 1980, toen een Duitser hier de rollende golven ontdekte, een zelfuitgeroepen surfersparadijs – Cold Hawaii werd al snel de bijnaam.

Behalve surfers trekt het tegenwoordig echter ook allerlei ander nieuw volk: in zes jaar is de bevolking gegroeid van 807 naar 878 inwoners, terwijl omliggende plaatsen nog steeds een krimp laten zien. Stedelingen op zoek naar frisse wind, letterlijk, of figuurlijk. Op zoek naar een ander leven, zoals wij.

Het verdomhoekje van Denemarken wordt ontdekt. Door muzikanten, kunstenaars, zelfstandigen die hun eigen ‘werk’ meenemen of mensen als Morten en zijn gezin, die een goede baan en luxe achterlieten in Kopenhagen om in Hanstholm een nieuw avontuur te beginnen: ze hebben hier een restaurant geopend. Zijn aanvankelijke scepsis over het wonen in dit achterland verdween op slag na een bezoek aan Thy.

Morten voelt zich thuis hier, en ik citeer Ekstrabladet: ‘waar de Noordzee zowel de zinnen als de horizon vult. Waar het uitzicht over groene heide en duintoppen alle gedachten aan de stress van het stadsleven wegblaast met een frisse zeewind’. Morten constateert, zoals ook wij jaren geleden al deden, dat ‘de natuur hier waanzinnig mooi is. Als sommige scenes uit Lord of the Rings’.

Wat er in Klitmøller gebeurt is voor mij tekenend voor de streek hier, en voor de energie die hier zo voelbaar is. Het is geen plek voor watjes, maar voor aanpakkers. Voor mensen die bereid zijn in te zien dat oude tijden voorbij zijn, en dat er kansen liggen als je ze maar wilt zien. Het is een plek waar het beste in jezelf bloot komt te liggen als laag voor laag het stof van de stress van moeten en begeren van je af geschuurd wordt door de altijd waaiende westenwind.

De Levensjutters wensen je veel frisse wind in 2017 en het beste van jezelf!

Fotolog: naar het Gele Huis

6.50 uur: we rijden weg via een DHL Parcelshop die al om 7.00 uur open is. Gisteravond, juist voordat ik mijn laptop wilde dichtklappen kwam er nog een boekbestelling via Bol binnen. Oeps! Winkel vergeten te sluiten! Om mijn mooie hoge klantwaardering niet in gevaar te brengen handel ik deze nog maar meteen af.

Last Import - 1 van 21

Via ‘De Oversteek’ verlaten we Nijmegen

De auto zit vol spinnenwebben; zo weinig gebruiken we hem nog. Met een wat onbestemd gevoel laten we Nijmegen achter ons. Na Nice moet ik er toch niet aan denken… de 100e vierdaagse…. Nee. Niet doen dus.

We hebben weer een vreemd bij elkaar geraapt zootje mee: wuivende stekjes, een doos plus tas vol houtfoto’s, een krat met led-spots (de krat gaat gevuld met ooit meegenomen frutsels mee terug, is het plan), een wollen deken (in juli!!), een beeldscherm* en 1 vaas. Kunnen die paar laatste lelijke vazen die bij de inventaris hoorden en die ik niet meteen had weggegeven, nu ook naar de Genbrug.

Last Import - 2 van 21

Duitsland: ook zo’n land van windmolens

8.30 uur: we passeren de eerste grens. Meteen windmolens. Op het eerste bord wat ik zie staat ‘Anschnallen’. Sommige woorden hebben alle vooroordelen over een land en zijn volkscultuur in zich. Ik bedoel maar: zeg het eens hardop. Dat roept toch geen beeld op van een Bourgondisch leven…

Last Import - 3 van 21

Aanvankelijk rijdt het allemaal nog vlot door…

Last Import - 4 van 21

… maar dan ineens: heeeeee, een stretchlimo! Oh nee, dat zijn we zelf….

Last Import - 5 van 21

… file! Bah!

9.50 uur: vlak na de afslag waar we nog een andere route hadden kunnen kiezen: file. Maria, onze navigatiedame, zwijgt. VTA (verwachte tijd van aankomst) is nog kwart voor vijf. Een reparatie aan de middenvangrail, waar zo te zien onlangs een vrachtwagen doorheen is gedenderd, blijkt de oorzaak van dit (korte) oponthoud. 9.55 uur: we rijden weer.

Last Import - 8 van 21

Mooie brug bij Hamburg rechts…

Last Import - 7 van 21

… en de imposante havens links

11.11 uur: we naderen Hamburg. De parallelle streepjes staan bijna symbool voor de omstandigheden. De snelweg wordt verbreed (van 1111-baans naar 11111111-baans), de werkzaamheden bevinden zich soms op nauwelijks een meter afstand van huizen. Je zult hier maar wonen.

Last Import - 12 van 21

Je rijdt bijna door de kelders van de huizen heen op dit stuk van de snelweg door Hamburg

12.15 uur: een uurtje later – als we ons bevinden ter hoogte van oma Neelsen waar we vroeger nog wel eens overnachtten want: zo lekker halverwege – is het tijd voor een pitstop, en vanwege de regen lunch in de auto. We zitten mooi op schema.

Last Import - 13 van 21

Odin dut weer in na de lunch, en ik ook

13.30 uur: we zijn in Denemarken! Zowel de auto voor ons (Denen) als die achter ons (Noren) worden uit de rij gepikt. Wij mogen doorrijden. Nog zo’n 230 km door een ‘saai, nutteloos’ land, zoals een van mijn favoriete mede-blogsters Valhalla onlangs vertelde. Ja, dat was even slikken. Maar, Gerlinde, ik kan je geen ongelijk geven. Echt spannend is het niet. Wel druk, nu, en dan vooral aan de overkant, zuidwaarts. Spannend wordt het voor ons als de snelweg ophoudt. Nu is dat nog bij Herning, over enige tijd zal dat ‘pas’ in Holstebro zijn.

Holstebro, in het noorden van mid-Jutland, heeft een Europese subsidie gekregen en legt een mooie nieuwe snelweg aan. Holstebro is blooming. Holstebro is hot. Wij hopen maar dat het oprukkende snelle Deense leven hier stopt. En dat het de Oddesund nooit oversteekt. Want daar begint zo ongeveer noord-Jutland. Daar begint de rust. De stilte. De leegte. En mag dat alsjeblieft zo blijven?

14.23 uur: Ik heb dit nog niet geschreven of we staan stil. File. Ongeluk, zegt Maria. Even later: sirenes, remsporen op het wegdek, een gehavende middengeleider, een aantal gekreukelde auto’s en iemand op een brancard. Brrr.

Last Import - 14 van 21

De Oddesund komt in zicht!

16.09 uur: we rijden over de Oddesund. Links en rechts water, met schuimkoppen. Het grijze wolkendek breekt, blauwe lucht, zon.

Last Import - 16 van 21

De Oddesundbroen, de brug over de Oddesund. Noord-Jutland is een eiland, dus

Last Import - 17 van 21

En nog een keer de Oddesundbroen

16.26 uur: even de benen en de poten strekken aan het strand langs de fjord bij de steenfabriek. Bijna thuis. We waaien bijna uit onze jassen.

Last Import - 18 van 21

Schuimkoppen op de fjord. Een lekker westenwindje…

16.42 uur: thuis. Hjemme.

Last Import - 19 van 21

Det Gule Hus! We zijn er weer!

En wat heb je dan nog meer nodig…

wejstenwind

… niets toch? ;-

(PS: * dat beeldscherm heeft te maken met het drama van de muziekbibliotheek, daarover later meer)

 

Sankthansaften en een rieten dak in lichterlaaie

Het vuur op sommige stranden in Thy zal iets minder hoog oplaaien dit jaar als Sint Jansavond wordt gevierd. En dat ligt dan niet alleen aan de regen die er nu rijkelijk valt… We voelen ons een beetje beschaamd, achteraf. Maar op het moment dat we her en der bijeengeveegd juthout vonden, tijdens ons laatste bezoek aan het Gele Huis, dachten we maar aan één ding: compost.

Nou ja, twee dingen eigenlijk. Want met de vondst van een paar stevige balken krijgt ook een tuinhuis van gejut hout al enige vorm. Maar waar het ons vooral om ging deze keer waren pallets. We hadden het plan opgevat van een paar pallets compostbakken te maken, waar de komende tijd vooral het vele gras dat we van onze veldjes af maaien mag slinken.

Ik had er weinig fiducie in: in de zomer stormt het niet zo op de Westerzee, spoelt er weinig aan, en valt er dus weinig te jutten. Groot was onze verbazing toen we op diverse plekken aan het strand enorme stapels zeer divers juthout aantroffen: planken, balken, boomstronken, pallets – van half vergaan tot nog in heel mooie conditie. Het vermoeden rees dat hier verzameld werd voor een midzomerfeestje.

Het idee dat alles in de fik zou gaan voedde de gedachte dat per brandstapel 1 goede balk of 1 stevige pallet niet echt gemist zou worden. En zo stroopten we – eerder blij dan bezwaard want al het hout was bijeen geveegd op zeer toegankelijke plekken zodat we geen kilometers hoefden te sjouwen – enkele brandstapels af. Twee van de gewenste drie compostbakken af, en het tuinhuis in gedachten ook al. Wauw!

Compostbakken maken van oude pallets

Twee compostbakken-in-wording van pallets

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

En de contouren van het tuinhuis krijgen ook vorm!

Eenmaal weer terug in Nederland lees ik over de viering van Sankt Hans, zoals Johannes de Doper in Denemarken heet. Want hoewel oorspronkelijk een heidens zonnewendefeest (net als de winterwende) is het verchristelijkt tot feestdag ter ere van de geboorte van Johannes – zoals de winterwende Kerst werd vanwege de geboortedag van Christus. En net zoals de Denen vooral kerstavond vieren in plaats van Kerst, vieren ze ook sankthansaften – Sint Jansavond.

Met vuur, veel vuur. Vanwege het moment – lange, lichte nachten en een aangename temperatuur – en omdat vuur van oudsher wordt beschouwd als afweer- en verdelgingsmiddel voor boze geesten, die vooral ’s avonds en ’s nachts actief zijn. Daarom worden de vuren ook op de avond voor de 24e juni aangestoken en niet overdag op 24 juni zelf.

Sankthansaften is het meest populaire feest voor de Denen. In het met tomeloze energie (en tractors) bijeengeveegde hout hebben wij schaamteloos staan graaien. Als dat maar goed komt. Vanavond toch nog maar even wat Sint Janskruid plukken ergens. Immers: ‘Het zou behoeden tegen branden en allerlei kwalen, geplukt voor zonsopgang beschermde het tegen de bliksem, welke je rieten dak in lichterlaaie zou kunnen zetten.’ En net als in Nederland bliksemt het nu ook volop boven ons rietgedekte Gele Huis… Of misschien helpt het als we nu uit volle borst meezingen…

Morgen, op de geboortedag van Johannes, meer over tradities, hekserij en bijgeloof rond dit feest.

 

 

 

Fata morgana

We maken, zoals elke avond, een strandwandeling na het eten. Het is rond tien uur; nog een kwartier en de zon zal achter de horizon van Vesterhavet verdwijnen. Het licht wordt pasteloranje, de glasblauwe zee lijkt op te lossen aan de einder. In die twilight zone doemt ze ineens op.

Ze is enorm. Het lijkt de Khetanna op Tatooine wel. Het woestijnschip van Jabba the Hutt uit de Star Wars saga. Het is windstil. Af en toe ritselt er een golfje tussen de fijne kiezels. Als je daar stil blijft staan, net op die vloedlijn, zak je weg en zuigt het zand je vast. We doen een stap terug en zien het spookschip van gedaante veranderen. Eerst valt er een gat in. Het gat wordt een steeds grotere scheur en uiteindelijk lost de gehele bovenkant van het schip op.

“Toen we uiteindelijk besloten aan boord te gaan was er geen ziel te bespeuren. Het schip was akelig leeg, net alsof ze pas was verlaten. Het eten stond nog op de tafels van de bemanning. Er waren geen tekenen van technische mankementen, noch van enige strijd.

De weersomstandigheden konden niet beter zijn, en er was eten en drinken aan boord om het zeker nog zes maanden uit te houden. De bemanning plus de kapitein leken in rook te zijn opgegaan. Hun persoonlijke spullen waren stille maar vooral zwijgzame getuigen van het mysterie…

De enige sloep aan boord van het schip was verdwenen, evenals de sextant. Het logboek lag nog onaangeroerd in de hut van de kapitein, tegen alle zeemanstradities in. Het stuurwiel was niet vastgezet en er waren geen tekenen die wezen op agressiviteit. De reis had een routineuze trip moeten zijn. Maar niemand wist dat het schip de onsterfelijkheid in zou zeilen als het eeuwig gedoemde schip…”

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

(Bron citaat: https://tallsay.com/page/4294972072/het-mysterie-van-de-mary-celeste-spookschip-op-de-oceaan-der-legenden)

 

 

Een fotoverslag

Een hedebølge (hittegolf) was het nog net niet – daarvoor moet het op verschillende plaatsen in het land 28 graden zijn – maar een varmebølge begin juni is al bijzonder genoeg. En dat na de warmste mei sinds 23 jaar. We hebben even dankbaar gebruik gemaakt van dit uitzonderlijke weer door de afgelopen dagen van zonsopkomst tot zonsondergang (nou ja, bijna) in de tuin aan het werk te gaan. Een fotoverslag.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

 

Volle maan

Het geronk zwelt zacht aan. Zonder hem te zien weet ik dat een helikopter nadert. Het motorgeluid wordt harder en harder. Ineens zie ik ‘m, als hij met de zon achter zich mijn blikveld even verduistert. Er springen een paar mannen in het zwart uit, ze zijn gewapend. In de glazen stad kan ik me nergens verstoppen; ze zullen me snel vinden. Ik laat mezelf zien in de wetenschap dat ik geëxecuteerd zal worden.

In die fractie van een seconde van overgave en berusting in mijn lot word ik wakker. Tenminste: dat denk ik, maar het geronk blijft. Even slaat mijn hart een slag over. Is het dan toch geen droom? Maar dan dringt door dat de buurboer Jesper nu ook zijn land aan het ploegen is. Een paar meter van ons slaapkamerraam af. Terwijl de opkomende zon nog laag aan de horizon staat.

Een paar dagen geleden regende het af en toe even, en dat leek het sein voor veel landbouwers in de omgeving hun stoppelvelden van vorig jaar klaar te maken voor een nieuwe oogst. Het was een drukte – en een modderboel – van jewelste op de wegen. Er werd geploegd, geëgd en gezaaid. Behalve op de velden rondom het Gele Huis. We zeiden die dag nog tegen elkaar: Benieuwd wanneer… Wel: vanochtend vroeg dus. Half zeven.

Met die enorme lappen land die ze hier hebben is dat wel heerlijk meditatief werk, lijkt me. Ploegen. Net als baantjes trekken in het zwembad. Rustig heen en weer, verstand op nul en blik op oneindig… en dat dan de hele dag. Of soms nog langer, want het feit dat de zon op zeker moment ook weer onder gaat, en het donker wordt, betekent niet dat het werk dan stopt. Nee: pas als het klaar is. Niks meditatief dus. Gewoon snoeihard doorploeteren.

Dat deed Jaap ook toen hier in de omgeving alle bomen en struiken in de versnipperaar verdwenen. Echt alles. Niets bleef er meer over; het hele land was kaal. Hij heeft gekletst als Brugman en gevochten voor wat-ie waard was om ‘onze’ bomen en struiken te behouden – en het is hem gelukt! Vervolgens is hij als een dolle her en der houtsnippers gaan verzamelen, want waar zouden we anders de kachel mee moeten stoken?

Soms hebben dromen je iets te vertellen. Soms verwerk je ’s nachts gewoon waar je overdag mee bezig bent geweest. Ik met het fantaseren over serres, Jaap met sprokkelen. En als het dan volle maan is, krijgen dat soort dagelijks dingetjes tussen zonsondergang en zonsopgang soms een spectaculair tintje. 😀

Sfeervol verlicht boerderijtje met volle maan

Volle maan boven Kobberø.

 

 

 

 

‘Hold a space for peace in the middle of chaos’

Jubelend alsof vandaag de laatste dag is dat hij zal leven zingt een vogel hoog in de lucht de longen uit zijn lijfje. In onze achtertuin zien we hem niet, maar horen des te meer. En hij is niet de enige. Het tsjirpt, kwinkeleert, tjilpt, kwettert en fluit dat het een lieve lust is. De zon klimt hoger de knalblauwe lucht in. De noordwestenwind voert een zachte zeeruis mee. En dan is daar ineens die pingel van de NOS-app op de telefoon. En weer één. En nog een keer.

Woorden die ik afgelopen zomer schreef (maar om een of andere reden nooit publiceerde) dringen zich ook nu weer aan mij op. ‘Lang was het lege noorden een vluchtplaats voor me. Hier konden we ons terugtrekken uit de grote boze buitenwereld. Zeker sinds we het Gele Huis betrokken, waar onze mobiele telefoons vaak geen ontvangst hebben. Waar we tot voor kort geen internet, radio en televisie hadden’.

Maar we hébben ontvangst nu, en supersnel breedbandglasvezelinternet. Dus zoek ik contact met harp-vriendin Mariëlle die in Brussel woont en werkt. Is ze ok? ‘De keuze van deze ochtend om de fiets te nemen ipv de metro heeft me gered. Onze keuken (op ’t werk) is als hospitaaltje voor de gewonden ingericht. Ik ben weer naar huis gefietst, alle collegae ongedeerd…’

‘Het is precies halte Maalbeek waar ik uitstap. Ik had er anders echt niet meer geweest; was om half negen vertrokken van huis en was daar om 9.00 geweest en toen is het gebeurd… Zit nu thuis wat na te shaken…’ Deze oorlog ruim 1000 kilometer verderop komt ineens met een rilling dichtbij. Eenzelfde soort die ik ervoer toen ik schreef:

‘Er loopt een rilling over mijn rug als ik de knul zie staan aan het eind van de golfbreker. Slechts gehuld in wat lappen, bijeengehouden door een visnet. Overgeleverd aan de elementen. Alhoewel de wind uit het zuidoosten komt, striemt de zeespray vanuit het westen over hem en mij heen. Roerloos kijkt hij uit over zee – ook nog lang nadat de zon is onder gegaan, en ik thuis de kilte heb verjaagd bij de houtkachel.’

Beeld Flygtningedreng van de Deense kunstenaar Jens Galschiøtt op Høfde 90 bij Agger

Het vluchtelingenkind in september op Pier 90 bij Agger. Inmiddels tuurt hij vanuit de duinen de verte in.

Vorig jaar zomer stond op Pier 90 in Agger het kopersculptuur Flygtningedreng van de politiek en sociaal zeer geëngageerde Deense kunstenaar Jens Galschiøt; Refugee Boy in het Engels. Ik schreef: ‘Nu dringt het drama dat zich aan onze landsgrenzen voltrekt ook hier door. Wil ik mijn hoofd laten leegwaaien op het strand omdat ik niet weet wat ik er mee aan moet, dan is de pier geen optie meer. Ik kan er niet meer omheen’.

‘Van alle kusten die ik kan bedenken is dit wel de minst voor de hand liggende waar een vluchteling over zee blijft turen in de hoop dat dáár vandaan misschien nog familie, vrienden, komen. Hier spoelen geen dode kinderen aan, hier vinden jutters slechts hout, een enkele vergane zeehond en veel te veel plastic. Wat heeft een vluchteling hier te zoeken?

Het brengt me in verwarring. Ik wil mijn kop in het zand steken – wat niet weet, wat niet deert. Maar ik kan er niet meer omheen. We kunnen er allemaal niet meer omheen’.

Vriendin Sharon schrijft die dagen op Facebook de volgende woorden – en ook die lijken vandaag nog net zo van toepassing.

 I’ve always felt I would be on the earth plane during some massive change, not to necessarily rescue anyone, but just to be present and hold a space for peace in the middle of chaos.

‘Just be present and hold a space for peace in the middle of chaos… 
It is my wish that we will all be able to do ‘just’ that. 
Simple as it may sound, I feel this is very, very important in these times we are living now.

Hold a space for Peace. In the eye of the hurricane’.

We laten onze telefoons thuis en gaan de vogels achterna, de Agger Tange in. Zon, zee, strand en duinen. En maken ruimte voor vrede. En genieten alsof het onze laatste dag op aarde is.

Duinen, water, gras in Agger Tange Jutland

In Agger Tange is altijd ruimte voor vrede

 

 

Griep

Toch maar goed dat we die vervelende groene bank nog niet hadden ingeruild voor dat o zo leuke beukenhouten Danish-Design-tweezittertje dat we vorige week in de Blauwe Kruiswinkel voor slechts 325 kronen zagen staan. Drie-en-veertig euro! Goed, de kussens waren roze, maar daar is makkelijk wat aan te doen. De afgelopen dagen heeft de groene bank toch nog fijn dienst gedaan als ligbank, hangbank en slaapbank. We hadden de griep. Vermoed ik.

Eerst viel ik om. Bijna letterlijk. Zomaar, uit het niets, tijdens het ontbijt, ging het licht uit. En heb ik vooral geslapen. Heerlijk, op twee schapenvachten en onder een wollen dekentje, terwijl Jaap het vuurtje in de kachel lekker opstookte, voor mij zorgde en voor Odin zorgde. Hoewel die het liefst ook in z’n mand bleef liggen. Kunnen honden ook griep krijgen? Of kwam dat omdat zijn mand naast de groene bank staat?

Twee dagen later was Jaap aan de beurt. Ik krabbelde weer een beetje overeind, overal spierpijn alsof ik aan een triatlon had meegedaan en slap op de benen omdat ik amper gegeten had – en toen stortte Jaap in, ’s avonds. Zelfde idee: pap in de benen en geen pap meer kunnen zeggen. Meteen het bed in, en de volgende dag mijn plek tussen de wolletjes op die toch-niet-zo-vervelende groene bank ingenomen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Hè gezellig, samen snurken! (Nee, eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat Odin en ik de enigen hier in huis zijn die snurken…)

Raar hoor. Geen gehoest of gesnotter of andere aanloop-perikelen. Alsof iemand de stekker eruit trok. En net zo plotseling was er (bij mij althans) ook ineens weer ‘stroom’. Teveel, zo leek het wel. Ik was als eerste op – voor het eerst in de zestien jaar dat we samen zijn geloof ik. Jaap van bed naar de bank geloodst. Vuurtje gemaakt. Hondje gevoerd & uitgelaten. Ontbijtje gemaakt en samen gegeten. Jaap weer terug naar de bank. Was bij elkaar gezocht, maar wasmachine nog niet aangezet want: eerst douchen. (De waterdruk is hier zo laag dat ik dan kans loop of te verbranden of te bevriezen onder de douche als de wasmachine water vraagt, en dat probeer ik gewoon liever niet uit).

Ontbijtspullen afgewassen. Wasmachine aan. Vuurtje oppoken. Met hondje naar buiten: wat hapklare brokken hout zagen, en wat ballen met Odin. Hout gehakt. Lukte niet. Dan maar weer zagen. Naar binnen. Manlief over de bol aaien, vuurtje opporren, koffie zetten & drinken. Was buiten in zon en wind ophangen, en nog wat zagen. Vuur in de gaten houden.

Klein lunchhapje maken & eten. Hondje voeren. Dik blok hout in de kachel, want: even eindje wandelen met Odin. Lekker weer, even naar de fjord. Sneeuwklokjes geplukt voor manlief. Hond in de mand gestopt, vuur gevoerd, stuk karton gezocht dat als verduisteringsgordijn dienst kan doen voor de lichtgevoelige oogjes van manlief, en weer naar buiten (waar de zon inderdaad volop schijnt). Sprokkelhout uit de auto gehaald (lag er nog in van een paar dagen geleden). Schuur opgeruimd. Zooi voor de stort in de auto gegooid. Naar de zojuist gearriveerde westerbuurvrouw gezwaaid – hee, waar is de buurman?

Sh**, vuur bijna vergeten. Kachel opgestookt. Kopje thee gezet en gedronken met mijn lief. Weer naar buiten. Hondje mee. Takkenzooi naast het huis opruimen en af en toe een bal weggooien. Nog een kopje thee, met een crackertje. Was van buiten naar binnen halen (want: nog niet helemaal droog). Hapklare houtjes in de kachel. Na de vloerbedekking nu ook stukken linoleum van de keukenvloer afbeitelen. Glaasje water met een cracker. Zooi uit de keuken in de auto leggen voor de stort. Nog een keer een rondje (nou ja: linkerberm heen, rechterberm terug) met het hondje. Hondje voeren.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Eerder al het idiote stuk vloerbedekking dat half over het linoleum heen geschroefd was, verwijderd, nu ook het linoleum

Eten voor ons maken (makkelijk: restje rijst) en lekker samen opeten. Nog een paar houtjes op het vuur. Afwassen. Vuurtje gaande houden. Toch te weinig hout gezaagd, dus: naar de schuur in het donker om nog wat extra te halen. Blogje schrijven.

Een oud-collega van me heeft wel eens gevraagd, toen ik vertelde over onze Deense plannen om hier rustig & simpel te gaan leven: ‘Maar wat DOE je daar dan de hele dag?’ Nou, zoiets als hierboven, maar dan samen. En tussendoor ook nog wat wandelen en jutten op het strand natuurlijk. 😀