Dora: Zonder woorden

Dora was de zus die mijn moeder het meest na aan het hart lag. Van jongs af aan deelden zij alles met elkaar; niet zo verwonderlijk als je niet alleen de slaapkamer met elkaar deelt maar zelfs het bed. Noodzakelijk in een groot gezin (vier broers en vier zussen) waar de woonruimte schaars was. Die band met Dora bleef, ook toen mijn moeder het huis uit ging, toen beide zussen partners vonden, trouwden en toen ik op de wereld kwam.

Dora was een vanzelfsprekendheid in mijn jonge leven. Was ze er niet in levende lijve, dan wel in de verhalen van mijn moeder. Zo werd ze ook een beetje mijn moeder. Zo’n twee jaar geleden veranderde in een fractie van een seconde het leven van Dora, haar man en iedereen die haar lief had. Ze kreeg een herseninfarct, raakte halfzijdig verlamd, kon niet meer lopen, kon niet meer praten – kon zichzelf niet meer redden. Hoewel de therapie in eerste instantie leek aan te slaan is het nooit meer goed gekomen.

In die periode volgde ik de cursus therapeutisch harpspel, en schreef ik in het folkharpmagazine onderstaande column. Deze plaatste ik eerder ook op mijn andere weblog.

Zonder woorden

Ze zit stil in de stoel en kijkt uit het raam. De felle winterzon die af en toe achter een donkere wolk vandaan piept, kleurt haar pas gewassen, fijne grijze haar bijna engelachtig wit. Haar ogen lichten op en de scheve glimlach op haar gezicht wordt breder als ze mij ziet. Ze lijkt als twee druppels water op mijn moeder. Tot zover klopt het plaatje. Maar: ze staat niet op uit de rolstoel. Ze zegt me niet gedag. En we zijn niet bij haar thuis.

bij Dora

Bij Dora in het verpleeghuis

Ik ben op bezoek in het verpleeghuis waar ze verblijft sinds ze een herseninfarct kreeg. De rechterkant van haar lichaam is verlamd en haar spraakvermogen aangetast. Gezellig kletsen, zoals ik dat met haar gewend was, gaat niet meer. Ik raak haar kwijt. Als oud-journalist en wannabe-schrijfster hecht ik aan woorden als communicatiemiddel. Dat is nu eenrichtingsverkeer van mij naar haar geworden. Gesloten vragen stellen, die ze simpel met een ‘ja’ of ‘nee’ kan beantwoorden zodat ik op die manier nog via een kier haar gemoedstoestand kan proberen te peilen.

Het voelt daarom ineens vreemd hoe theorie en praktijk van lang geleden en recent hier en nu bij elkaar lijken te komen. De interviewtechnieken zoals ik ze 35 jaar geleden aangereikt kreeg door collega’s van mijn eerste baan bij de krant, en de manier van vragen stellen en luisteren zoals ik dat nu tijdens de lessen therapeutisch harpspel beoefen en ervaar. Het heeft me verrast hoeveel aandacht er aan dit onderdeel in de cursus besteed wordt, naast de vele technische oefeningen en handreikingen voor improvisatie op de harp.

Niets is zo moeilijk als helder communiceren. Maar wat als woorden niet bruikbaar zijn? Als met elkaar praten geen optie is? ‘Leren afstemmen’ is wat mij betreft de kern van de cursus therapeutisch harpspel. En dan heb ik het nog niet eens over het vinden van iemands grondtoon waar je met je muziek bij aan kunt sluiten. Of het aanpassen van muziek in modes of kerktoonladders op degene voor wie je – helend – wil spelen.

Afstemmen via woorden is, in de meeste gevallen en in ieder geval voor mij, het makkelijkst en meest voor de hand liggend. Open vragen stellen om erachter te komen hoe de ander zich voelt. Vandaag in het verpleeghuis lukt het me niet en een lichte paniek maakt zich van mij meester.

Ik praat over koetjes en kalfjes en doe mijn uiterste best uit het gebrabbel van mijn tante – de zus die mijn moeder het meest nabij stond – woorden te vissen die ik versta. Ik wil zo graag begrijpen wat ze zegt; wat ze wíl zeggen… maar ik snap er geen snars van. Uiteindelijk probeer ik mijn verbeten strijd om haar woorden aan te kunnen voelen, los te laten en reageer op haar volzinnen met een: ‘Sorry, ik kan je niet volgen’. Ze glimlacht en haalt haar schouders op.

Door die kleine beweging en subtiele mimiek gaan mijn gedachten terug naar de les van afgelopen zaterdag: we oefenden tijdens de cursus voor het eerst het afstemmen op en met elkaar en improviseren voor elkaar. Woorden waren bij die oefening eigenlijk al niet nodig om te weten of te zien hoe de ander zich voelde. Bovendien: slechts 7 procent van de effectiviteit van communicatie wordt bepaald door woorden. De toon waarop iets gezegd wordt draagt voor 38 procent bij aan de boodschap en maar liefst 55 procent komt over via lichaamstaal.

Ik laat de woorden los. Probeer me open te stellen en af te stemmen op de lichaamstaal van mijn tante en de klank van wat ze zegt. Het vergt oefening. Het lukt niet meteen. Maar aan het eind van de middag heeft mijn frustratie over het niet kunnen volgen van mijn tante en de angst om haar kwijt te raken plaatsgemaakt voor een goed gevoel. In haar bewegingen met links, gezichtsuitdrukking en toon is mijn tante nog gewoon dezelfde. Ik heb even moeten ‘fine-tunen’, maar ik heb haar golflengte weer gevonden.

De volgende keer neem ik de harp mee.

12184153_1237522706265282_3119172763422438668_o

… en die nam ik mee, de volgende keer. Bij Dora aan bed

 

Licht, warmte en liefde

golden-line-of-remembrance

‘Golden line of remembrance’ © Jaap Berghoef Photographic Impressionist

Afgelopen zondag was ze ineens weer heel dichtbij. Onverwacht. Ik had een mooie verdiepingsdag van de cursus therapeutisch harpspel en wilde even een blik werpen in het repertoireboek dat voor deze ‘muzikale nachtzoen’ wordt gebruikt. Ik sloeg het open bij dat ene lied dat ik nog steeds niet kan horen, laat staan meezingen, zonder tranen in mijn ogen en een brok in mijn keel te krijgen. ‘Zo vriendelijk en veilig als het licht’. Het lied van mijn schoonmoeder.

Vandaag precies zeven jaar geleden overleed ze. Ze had longkanker, dat in een te laat stadium werd ontdekt. Ze kon niet meer behandeld worden, ze kon zich alleen nog, samen met mijn schoonvader en de kinderen, voorbereiden op haar einde.

Ik heb voor haar een speciaal plekje in mijn hart. Ze was lief, warm, pretentieloos, onbaatzuchtig. Als geen ander in staat tot ware compassie: ‘Anderen vrij laten zijn van het lijden.’ Mama kon dat. Ze heeft dat laten zien gedurende de jaren die wij met elkaar gedeeld hebben, maar vooral in de laatste uren voordat zij insliep was zij in staat ONS lijden te verlichten.

De manier waarop zij afscheid van mij, van ons, heeft genomen heeft diepe indruk op mij gemaakt. Ik ben niet-kerkelijk opgevoed. Ik ken de theorie van diverse geloofsstromingen vanuit de lessen maatschappijleer op school en later door er meer over te lezen. Mama liet mij die laatste week voor haar sterven geloof, vertrouwen en liefde in de praktijk zien. Ervaren. Voelen.

De diagnose uitgezaaide longkanker bracht grote angst bij mama voor pijn en benauwdheid. Ze had echter ook de diepe overtuiging dat God niet van haar vroeg deze moeilijke omstandigheden te dragen, nu er middelen bestaan om dergelijk lijden te voorkomen. Ze koos voor palliatieve sedatie, een onvoorstelbaar moeilijk maar moedig besluit – zo zou ik een jaar later pas begrijpen toen mijn eigen moeder in vergelijkbare omstandigheden verkeerde.

In haar laatste uren straalde ze een licht uit, een energie, vol van warmte en liefde en eindeloos vertrouwen. Er was een Engel in ons midden. Ze nam ons een voor een in de armen en liet ons met een glimlach op haar gezicht zien waar ze naartoe ging. Ze troostte ons, knuffelde ons, gaf ons kracht om haar los te laten, om verder te gaan. Zoals het altijd al geweest was, en haar eigen kinderen weten dat beter dan ik, waren er geen woorden nodig om te weten wie wat nodig had. Tot op het laatste moment beschermde mama ons tegen verdriet en pijn, zodat wij haar konden laten gaan.

 

Afgelopen zondag was ze ineens weer even heel dichtbij. Dat soort momenten koester ik. Het maakt de leegte die ieder mens achterlaat van wie je hield en die gestorven is, even gevuld met licht en warmte en liefde.

 

Een nieuw leven met een oude harp

Ze ontdooit een beetje als ik vertel dat ik ook harp speel. Dat mijn interesse in de enorme kist in de kleine hal niet alleen maar nieuwsgierigheid is, of nog erger: aasgierigheid. Want zo voelt het wel een beetje nu we met z’n allen in het onttakelde huis van haar jeugd staan op zoek naar onze koopjes.

Haar moeder is onlangs vanuit deze statige jaren-dertigvilla aan de bosrand verhuisd naar een verzorgingsflat. Alleen het hoogstnoodzakelijke kon meeverhuizen, de rest van de inboedel wordt nu verkocht via Marktplaats. Ze heeft hier geen ervaring mee en heeft duidelijk moeite met haar rol als verkoper-van-tweedehands-spullen.

In eerste instantie lijkt ze kil, afstandelijk, stug als ze ons één voor één naar de spullen brengt waarvoor we hier komen. De koelkast. De oven. Lampjes. Een kleed. Maar ja: het zijn ook wel haar moeders spullen die ze verkoopt. En ook al is het niet jouw smaak, en maakt het lang niet allemaal deel uit van jouw verleden, makkelijk is het niet. Het brengt herinneringen boven aan het leegmaken van het appartement waarin mijn moeder als laatste alleen woonde.

Wij komen voor de bank. In het kader van onze meerjarenemigratie naar Denemarken is het grote opruimen in ons huidige huis al lange tijd gaande. In het toekomstige Deense boerderijtje is immers geen plek voor veel spullen of zelfs de huidige inboedel, dus alles in ons Nederlandse huis mag weg.

Zo ook onze zeven zitelementen. Deze zijn geknipt voor een zeer specifieke doelgroep en dus niet geschikt om pas een week voor vertrek te koop aan te bieden. Na vele maanden geduld heeft zich een enthousiaste koper gemeld, en hebben wij nu ineens tijdelijke zitplaatsen nodig. Liefst iets wat we straks wél een week voor definitief vertrek snel kwijt zullen zijn. En dat staat hier.

Terwijl alle andere kopers meteen het huis in zwermen op zoek naar ‘hun’ koopje, blijven wij even met grote ogen stokken in de hal. Daar ligt een enorme, oude, houten kist. De vorm is onmiskenbaar. ‘Het hout is beschimmeld. De kist heeft altijd in de vochtige kelder gelegen. We weten nog niet zo goed hoe we dit moeten oplossen’, vertelt Sam, zoals haar Marktplaatsnaam is.

harpkist

Oude Lyon & Healy harpkist

In de kist past een harp. Een grote harp. ‘Wil je ‘m zien?’, vraagt ze. In de bijna lege woonkamer staat haar grote, zwarte Lyon & Healy concertharp. Een paar bassnaren zijn geknapt en krullen om; de echo van toen het gebeurde is bijna hoorbaar. Bijna smekend strekken de kapotte snaren als lange vingers zich naar ons uit: vervang ons, bespeel ons allemaal weer!

Ze had geen plek in haar eigen huis voor deze harp. Wel voor een kleine klepjesharp, maar de pedaalharp is al deze jaren in de ouderlijke woning gebleven. Altijd als ze vanuit het westen van het land haar ouders, en later alleen haar moeder bezocht, bespeelde ze de harp nog wel eens, en vulde het huis zich weer even met betoverende klanken. Ze heeft ooit conservatorium gedaan, en ‘m’n vingers blauw gespeeld’, maar muziek werd niet haar vak, en het spelen schoot er eigenlijk ook steeds vaker bij in.

De haakjesharp, een zwarte Aoyama, is inmiddels ook via Marktplaats verkocht. Dat ging sneller dan verwacht. Aan een jonge man, die zomaar ineens besloten had om harp te willen leren spelen. Nooit eerder gedaan, nooit lessen gehad, geen idee hoe dat allemaal werkte met die haakjes. ‘Hij had er echt helemaal geen verstand van. Het ging me zó aan het hart, mijn harpje aan zo iemand mee te geven’, zegt ze.

Met het doorgeven van haar haakjesharp aan een nieuwe bespeler is er niet alleen fysiek ruimte in haar huis gekomen om de oude concertharp een nieuwe start te geven. Naarmate het ouderlijk huis leger raakt, en ze bij de verkoop van elk item een beetje meer loskomt van haar verleden, komt er in haar hart en haar ziel ook weer ruimte. Er beginnen plannen zich te ontvouwen voor haar nieuwe leven met haar oude harp. Voordat we wegrijden, met de bank van haar moeder achter in onze auto, zegt ze: ‘Misschien neem ik wel weer les’.

NB – de columns in het harpblad lopen altijd wat achter bij de actualiteit. Het bankje van Sam’s moeder hebben we inmiddels al weer verkocht; het was te iel hier

NB2 – met dank aan Grensgevallen; deze post herinnerde me eraan dat ik mijn laatste column voor het harpblad nog niet op mijn eigen site had gepubliceerd – bij deze! 🙂 

 

Leven met een hoofdletter L

Hij droomde dat hij een kistje moest maken; een mooi kistje om waardevolle spullen van een overleden dierbare in te kunnen bewaren. Het beeld van die droom bleef hangen, en verdween pas uit zijn hoofd toen hij zijn hart volgde en zijn handen aan het werk gingen.

Hij maakte een kistje voor zijn vrouw, waar zij wat spullen van haar overleden ouders in kon doen. De gedachte begon te groeien dat het mooi zou zijn als mensen zo’n kistje als nieuw ritueel zouden hebben. Dat dierbare herinneringen niet in een doosje werden weggestopt onderin een kast, maar juist óp de kast gezien mochten worden. De droom werd concreet tijdens zijn revalidatie na een zwaar ongeval: hij ging Levenskistjes maken, voor het Leven met een hoofdletter L.

Houten kistje mahoniehout ebbenhout esdoornhout Jaap Berghoef Photographic Impressionist Hans den Brok harp

Levenskistje met foto Eternal Encounter

Dat Leven neemt soms vreemde wendingen. Mijn recente eigen Leven is daarvan een voorbeeld: vier jaar geleden stopte ik met mijn toenmalige betaalde baan. Na drie ingrijpende operaties kort achter elkaar kwam ik tot rust en tot inzicht: dit werk gaf mij geen plezier en energie meer. Ik begon met harp spelen, en pakte mijn oude vak weer op: schrijven. En ik leerde de kunst van het Lanterfanten, ook met een hoofdletter L.

De overvloed aan spullen die ons huis binnenkwam na het overlijden van onze ouders, samen met het besef nu als oudste generatie aan een nieuw Levenshoofdstuk te beginnen, zorgde er onder meer voor dat we sterker dan ooit de behoefte voelden aan versimpeling, minder & kleiner, in plaats van andersom, en er ontstond een droom richting Denemarken, waar we in inmiddels ons Gele Huis bewonen zo vaak als ons leven in Nederland dat toelaat.

Maar tot voor kort was ik weer aan het werk bij mijn oude werkgever – een zeer onverwachte slinger in onze route op weg naar Denemarken. Zowel het schrijven als het harp spelen – en al helemaal het lanterfanten! – schoot er de afgelopen maanden nogal bij in. Maar ik zie een patroon, en ik snap de bedoeling van deze ‘omweg’ richting ons nieuwe, Deense leven. En ik ben dankbaar voor andere, bijzondere pareltjes op ons kronkelende Levenspad.

En daarmee kom ik terug bij de droom en de houten kistjes. Ongeveer een jaar geleden werd Jaap benaderd door meubelmaker Jos Martens, en kort daarna maakten ze kennis met elkaar. Ter sprake kwamen onder meer de foto’s die Jaap maakte tijdens de Harp Friends Meeting, de expositie die daarop volgde in De Zingende Snaar en het feit dat ik dus harp speel. Hier onderbrak Jos Jaaps verhaal. ‘Op wat voor harp? Toch niet toevallig een Hans den Brok-harp?’

Ja, toevallig wel dus.

Voor de niet-harpkenners: Hans den Brok was een Nederlandse harpbouwer en muzikant. Hij overleed in 2006.

Jos blijkt onder meer het esdoornhout te gebruiken dat Hans den Brok ooit persoonlijk uitzocht en kocht om harpen van te maken. Na zijn overlijden bood Hans’ weduwe de voorraad hout te koop aan, en zij was blij verrast toen zich een bijzondere koper meldde: iemand die op eenzelfde ambachtelijke en liefdevolle manier met hout omgaat als Hans dat deed.

Jos en mijn Jaap zijn inmiddels een samenwerking aangegaan: Jos maakt een eenvoudige versie van een Levenskistje, met een foto op het deksel. Het hout waarop Jaaps foto wordt afgedrukt is het ‘harp-hout’: esdoorn. Het eerste kistje is af en staat nu bij ons op tafel. Mahoniehout, met een bies van ebbenhout. De foto – ‘Eternal Encounter’ – is (natuurlijk) gemaakt aan ons geliefde Deense strand. Mooi hoe dingen soms samenkomen. Leven met een hoofdletter L is soms onnavolgbaar.

ICM intentional camera movement waves sandy shore grey sky beach

Eternal Encounter – de eeuwige ontmoeting van zee en zand, water en aarde. © Jaap Berghoef Photographic Impressionist

(Dit is een bewerking van een column die ik eerder schreef voor het magazine van de Nederlandse Folkharp Vereniging, Folk Harp Folks!)

NB: de website van Jos is tijdelijk uit de lucht. Voor meer informatie over (de verkoop van) de Levenskistjes kun je ook bij mij of op Jaaps site terecht.

 

Improviseren

Net na de eerste koffiestop (hoezo nog niet wakker?) viel het me pas op: de harp! Toch mee! De avond voor vertrek had Jaap in gedachten gepast en gemeten en was ik tot conclusie gekomen dat het deze keer niet zou lukken. De iPad met ingescande bladmuziek dus terzijde gelegd, evenals stemsleutel en stemapparaat.
De enige bladmuziek die ik hier heb zijn ’15 julesange’ van het Danske Folkekor uit 1955, en om nu in het voorjaar retro kerstliedjes te gaan spelen… nee. Dat wordt dus improviseren! Nou ja, dat zijn we hier gewend.
De tweede keer dat we in het huis arriveerden, kregen we de elektriciteit niet aan de praat. Bij het licht van kaarsen en de houtkachel bestond de avondmaaltijd die keer uit de laatste boterhammen-voor-onderweg. De volgende dag werd duidelijk dat de stokoude boiler de boosdoener was. Oeps! We hadden wel weer elektriciteit, maar geen warm water. Elke ochtend douchen zat er even niet in… Een hard gelag voor een douche-junkie als ik, maar het – overigens nog steeds niet – hebben van een werkende boiler heeft er inmiddels wel voor gezorgd dat ik nu ook in Nijmegen niet meer zo nodig dagelijks onder een hete straal hoef.
Maar er gloort hoop: vandaag is er een mannetje van weinig woorden geweest, die heeft beloofd dinsdag mét boiler (en dan ook maar meteen een vervanger voor de lekkende wc-pot) terug te komen. Ik vrees dat het regelen van een passende stemsleutel voor m’n harp niet zo makkelijk gaat in deze regio…

20150424-211625.jpg

20150424-211639.jpg

20150424-211653.jpg

Een elfenharpje en een Deense bard

Twee grote hobby’s (de harp en schrijven) combineer ik sinds enige tijd door bij te dragen aan het magazine van de Nederlandse Folk Harp Vereniging: FHF! (Folk Harp Folks), onder meer in de vorm van een column. Lezers van mijn persoonlijke blog hebben die bijdragen daar tot nu toe ook kunnen lezen, maar vanwege de link met Denemarken vond ik deze keer dat de column – met onze vorige zomervakantie als inspiratie – op deze weblog thuishoorde…

Ik vind het doodeng. Met een huurharpje op vakantie. Is het je eigen harp waar tijdens het gebruik, of het vervoer, een krasje of deukje in komt: daar kan ik mee leven. Behalve natuurlijk een prachtig instrument is de harp voor mij óók een gebruiksartikel, en daar kunnen en mogen dus gebruikssporen op komen. Maar ga je op reis met de harp van iemand anders… Alsof het een doos vers gelegde eieren is!

Na de deceptie van de vorige keer (stemsleutel vergeten, harp vals) heb ik meteen m’n harpsicle te koop gezet. Dat gedoe zonder haakjes, ik wilde er zo snel mogelijk van af. Mijn kleine rode harpje is goed terecht gekomen: bij een therapeute die met autistische kinderen werkt.

Naar aanleiding van de advertentie op Marktplaats volgt een intensieve mailwisseling met Dominique Faveere. We kennen elkaar niet, maar hebben wel beiden de IHTP-workshop bijgewoond van Christina Tourin in november 2012. We blijken meer gemeen te hebben dan alleen harp en therapie. Dominique brengt me, met haar ruime kennis van harpen, aan het twijfelen over zaken waar ik nog niet eens over nagedacht heb: 25 of 27 snaren? Draagbaar met een strap, of juist niet? Een Camac Bardic, of een Salvi Juno?

Al schrijvend over harp- en hartzaken kom ik ten slotte uit bij de Camlad27. ‘Een superfijn elfenharpje’, noemt Dominique het, ‘met een heel subtiele, fijne klank die heel erg helend is’. Gezien mijn plannen om ooit de harp therapeutisch in te zetten, klinken deze woorden van Dominique me letterlijk als muziek in de oren. Mijn twijfelende natuur, plus de teleurstelling na de iets te impulsieve aanschaf van de harpsicle, maken dat ik de Camlad27 eerst huur. Vlak voor de vakantie dus.

Wat gestrester dan anders (‘past het nu allemaal wel?’ ‘doe je héél voorzichtig met inpakken?’) vertrekken we naar Denemarken. We hebben een mooi, oud, houten huis uit 1943 gevonden, middenin de natuur. Geen onpersoonlijk vakantie-chalet, maar met liefde ingericht met persoonlijke spulletjes; alhoewel de hertengeweien aan de muur niet echt hoeven voor mij. Ik zie ze liever vanaf onze veranda, in het oranje licht van de avondzon, op een levend lijf uit het bos tevoorschijn komen.

Onder het hertengewei snort de kachel, en ik leef me op de kleine Camlad uit met Deense volksliedjes.

Onder het hertengewei snort de kachel, en ik leef me op de kleine Camlad uit met Deense volksliedjes.

In tegenstelling tot de vorige keer, toen ik mijn harpje al na een paar dagen weer inpakte en niet meer bespeelde, staat dit verblijf heel erg in het teken van de harp. En dat komt niet alleen door de o zo voorzichtig meegebrachte Camlad27. Er hangt een spiegel in de slaapkamer in de vorm van… een harp. In de boekenkast vinden we tussen allerlei Deense jaren 50-romans twee liedboeken: het Folkehøjskolens Sangbog en het Thylands Sangbog.

De spiegel in de slaapkamer van het houten vakantiehuis. Lijkt dit op een harp op niet?

De spiegel in de slaapkamer van het houten vakantiehuis. Lijkt dit op een harp op niet?

Op de voorpagina van het eerste boek: een plaatje van een man met een harp met daaronder de tekst: ‘Det var de danske skjalde, der sang’ – ‘het was de Deense bard, die zong’. In het tweede boekje wordt vooral de streek (Thy) in bloemrijke bewoordingen bezongen. De streek waar wij ook zo van houden, en waar wij in de nabije toekomst willen gaan wonen. De liefde voor dit mooie stukje Denemarken krijgt ineens behalve woorden ook melodie.

De voorkant van het Thylands Sangbog: een Deense bard met harp

De voorkant van het Thylands Sangbog: een Deense bard met harp

Vergeten is het huiswerk dat ik van Anouk had meegekregen voor deze vakantie. Op mijn elfenharpje speel ik Thy in Es phrygisch: ‘Weerbarstig land aan Westerzee, door wind en storm omgeven, en is het eens een kalme dag, dan hoor je golven breken…’ Ik speel de Snedstedsangen, de Doveroddevalsen, En strimmel land (een strookje land): ‘Ik weet een plek tussen zee en fjord, waar de heide bloeit tussen de bossen, waar zeldzame planten op de arme grond zich voegen naar de natuur…’

Als ik al niet verliefd was op dit stukje Denemarken, dan werd ik het nu wel, door de treffende teksten en mooie melodietjes. Mocht iemand nog eens vragen wat ik toch zie in dit saaie stukje Denemarken, dan laat ik het horen. Op m’n elfenharpje. Want dat heb ik inmiddels gekocht.