Dora: Zonder woorden

Dora was de zus die mijn moeder het meest na aan het hart lag. Van jongs af aan deelden zij alles met elkaar; niet zo verwonderlijk als je niet alleen de slaapkamer met elkaar deelt maar zelfs het bed. Noodzakelijk in een groot gezin (vier broers en vier zussen) waar de woonruimte schaars was. Die band met Dora bleef, ook toen mijn moeder het huis uit ging, toen beide zussen partners vonden, trouwden en toen ik op de wereld kwam.

Dora was een vanzelfsprekendheid in mijn jonge leven. Was ze er niet in levende lijve, dan wel in de verhalen van mijn moeder. Zo werd ze ook een beetje mijn moeder. Zo’n twee jaar geleden veranderde in een fractie van een seconde het leven van Dora, haar man en iedereen die haar lief had. Ze kreeg een herseninfarct, raakte halfzijdig verlamd, kon niet meer lopen, kon niet meer praten – kon zichzelf niet meer redden. Hoewel de therapie in eerste instantie leek aan te slaan is het nooit meer goed gekomen.

In die periode volgde ik de cursus therapeutisch harpspel, en schreef ik in het folkharpmagazine onderstaande column. Deze plaatste ik eerder ook op mijn andere weblog.

Zonder woorden

Ze zit stil in de stoel en kijkt uit het raam. De felle winterzon die af en toe achter een donkere wolk vandaan piept, kleurt haar pas gewassen, fijne grijze haar bijna engelachtig wit. Haar ogen lichten op en de scheve glimlach op haar gezicht wordt breder als ze mij ziet. Ze lijkt als twee druppels water op mijn moeder. Tot zover klopt het plaatje. Maar: ze staat niet op uit de rolstoel. Ze zegt me niet gedag. En we zijn niet bij haar thuis.

bij Dora

Bij Dora in het verpleeghuis

Ik ben op bezoek in het verpleeghuis waar ze verblijft sinds ze een herseninfarct kreeg. De rechterkant van haar lichaam is verlamd en haar spraakvermogen aangetast. Gezellig kletsen, zoals ik dat met haar gewend was, gaat niet meer. Ik raak haar kwijt. Als oud-journalist en wannabe-schrijfster hecht ik aan woorden als communicatiemiddel. Dat is nu eenrichtingsverkeer van mij naar haar geworden. Gesloten vragen stellen, die ze simpel met een ‘ja’ of ‘nee’ kan beantwoorden zodat ik op die manier nog via een kier haar gemoedstoestand kan proberen te peilen.

Het voelt daarom ineens vreemd hoe theorie en praktijk van lang geleden en recent hier en nu bij elkaar lijken te komen. De interviewtechnieken zoals ik ze 35 jaar geleden aangereikt kreeg door collega’s van mijn eerste baan bij de krant, en de manier van vragen stellen en luisteren zoals ik dat nu tijdens de lessen therapeutisch harpspel beoefen en ervaar. Het heeft me verrast hoeveel aandacht er aan dit onderdeel in de cursus besteed wordt, naast de vele technische oefeningen en handreikingen voor improvisatie op de harp.

Niets is zo moeilijk als helder communiceren. Maar wat als woorden niet bruikbaar zijn? Als met elkaar praten geen optie is? ‘Leren afstemmen’ is wat mij betreft de kern van de cursus therapeutisch harpspel. En dan heb ik het nog niet eens over het vinden van iemands grondtoon waar je met je muziek bij aan kunt sluiten. Of het aanpassen van muziek in modes of kerktoonladders op degene voor wie je – helend – wil spelen.

Afstemmen via woorden is, in de meeste gevallen en in ieder geval voor mij, het makkelijkst en meest voor de hand liggend. Open vragen stellen om erachter te komen hoe de ander zich voelt. Vandaag in het verpleeghuis lukt het me niet en een lichte paniek maakt zich van mij meester.

Ik praat over koetjes en kalfjes en doe mijn uiterste best uit het gebrabbel van mijn tante – de zus die mijn moeder het meest nabij stond – woorden te vissen die ik versta. Ik wil zo graag begrijpen wat ze zegt; wat ze wíl zeggen… maar ik snap er geen snars van. Uiteindelijk probeer ik mijn verbeten strijd om haar woorden aan te kunnen voelen, los te laten en reageer op haar volzinnen met een: ‘Sorry, ik kan je niet volgen’. Ze glimlacht en haalt haar schouders op.

Door die kleine beweging en subtiele mimiek gaan mijn gedachten terug naar de les van afgelopen zaterdag: we oefenden tijdens de cursus voor het eerst het afstemmen op en met elkaar en improviseren voor elkaar. Woorden waren bij die oefening eigenlijk al niet nodig om te weten of te zien hoe de ander zich voelde. Bovendien: slechts 7 procent van de effectiviteit van communicatie wordt bepaald door woorden. De toon waarop iets gezegd wordt draagt voor 38 procent bij aan de boodschap en maar liefst 55 procent komt over via lichaamstaal.

Ik laat de woorden los. Probeer me open te stellen en af te stemmen op de lichaamstaal van mijn tante en de klank van wat ze zegt. Het vergt oefening. Het lukt niet meteen. Maar aan het eind van de middag heeft mijn frustratie over het niet kunnen volgen van mijn tante en de angst om haar kwijt te raken plaatsgemaakt voor een goed gevoel. In haar bewegingen met links, gezichtsuitdrukking en toon is mijn tante nog gewoon dezelfde. Ik heb even moeten ‘fine-tunen’, maar ik heb haar golflengte weer gevonden.

De volgende keer neem ik de harp mee.

12184153_1237522706265282_3119172763422438668_o

… en die nam ik mee, de volgende keer. Bij Dora aan bed

 

Licht, warmte en liefde

golden-line-of-remembrance

‘Golden line of remembrance’ © Jaap Berghoef Photographic Impressionist

Afgelopen zondag was ze ineens weer heel dichtbij. Onverwacht. Ik had een mooie verdiepingsdag van de cursus therapeutisch harpspel en wilde even een blik werpen in het repertoireboek dat voor deze ‘muzikale nachtzoen’ wordt gebruikt. Ik sloeg het open bij dat ene lied dat ik nog steeds niet kan horen, laat staan meezingen, zonder tranen in mijn ogen en een brok in mijn keel te krijgen. ‘Zo vriendelijk en veilig als het licht’. Het lied van mijn schoonmoeder.

Vandaag precies zeven jaar geleden overleed ze. Ze had longkanker, dat in een te laat stadium werd ontdekt. Ze kon niet meer behandeld worden, ze kon zich alleen nog, samen met mijn schoonvader en de kinderen, voorbereiden op haar einde.

Ik heb voor haar een speciaal plekje in mijn hart. Ze was lief, warm, pretentieloos, onbaatzuchtig. Als geen ander in staat tot ware compassie: ‘Anderen vrij laten zijn van het lijden.’ Mama kon dat. Ze heeft dat laten zien gedurende de jaren die wij met elkaar gedeeld hebben, maar vooral in de laatste uren voordat zij insliep was zij in staat ONS lijden te verlichten.

De manier waarop zij afscheid van mij, van ons, heeft genomen heeft diepe indruk op mij gemaakt. Ik ben niet-kerkelijk opgevoed. Ik ken de theorie van diverse geloofsstromingen vanuit de lessen maatschappijleer op school en later door er meer over te lezen. Mama liet mij die laatste week voor haar sterven geloof, vertrouwen en liefde in de praktijk zien. Ervaren. Voelen.

De diagnose uitgezaaide longkanker bracht grote angst bij mama voor pijn en benauwdheid. Ze had echter ook de diepe overtuiging dat God niet van haar vroeg deze moeilijke omstandigheden te dragen, nu er middelen bestaan om dergelijk lijden te voorkomen. Ze koos voor palliatieve sedatie, een onvoorstelbaar moeilijk maar moedig besluit – zo zou ik een jaar later pas begrijpen toen mijn eigen moeder in vergelijkbare omstandigheden verkeerde.

In haar laatste uren straalde ze een licht uit, een energie, vol van warmte en liefde en eindeloos vertrouwen. Er was een Engel in ons midden. Ze nam ons een voor een in de armen en liet ons met een glimlach op haar gezicht zien waar ze naartoe ging. Ze troostte ons, knuffelde ons, gaf ons kracht om haar los te laten, om verder te gaan. Zoals het altijd al geweest was, en haar eigen kinderen weten dat beter dan ik, waren er geen woorden nodig om te weten wie wat nodig had. Tot op het laatste moment beschermde mama ons tegen verdriet en pijn, zodat wij haar konden laten gaan.

 

Afgelopen zondag was ze ineens weer even heel dichtbij. Dat soort momenten koester ik. Het maakt de leegte die ieder mens achterlaat van wie je hield en die gestorven is, even gevuld met licht en warmte en liefde.

 

Dagen van na-bestaan

Het is een dun boekje waarin ik aan het gummen ben. Met potlood onderstreepte zinsneden. Uitroeptekens van herkenning. Ik kreeg het ooit van een lotgenote, in februari 1998. Een tijdlang was het mijn houvast, daarna verdween het in de kast waar het al die jaren onopvallend tussen andere boeken met hetzelfde thema stond. Al die andere titels heb ik inmiddels verkocht. Behalve deze.

Negentien jaar later geef ik het door op dezelfde manier als ik het ontving. Als troost, als steun, als blijk van naast-staan. Aan G., die kort geleden, net als ik indertijd, abrupt haar partner is verloren.

Ik gum mijn lijntjes van troost weg onder zinnen die destijds de mijne hadden kunnen zijn:

Door de dood van je echtgenoot, vooral als die helemaal onvoorzien komt, word je met wortel en al van je bestaansgrond afgerukt…

 

Het is opvallend hoe verhoogd bewust ik leef. Het komt misschien doordat in het licht van de dood veel dingen uiterst relatief blijken te zijn…

 

Vandaag heb ik het koud, nog steeds bitter koud. De warmte en liefde die ik altijd als vanzelfsprekend in mij heb opgenomen, zijn zomaar weggevallen. Voorgoed…

 

Ik wil het eigenlijk allemaal niet alleen kunnen. Ik WIL het niet, ook al moet het…

 

De eerste donderdag na de begrafenis moest ik boodschappen doen en bewoog ik me mechanisch naar Albert Heijn. Het was opeens of ik helemaal niet meer wist waar ik alles kon vinden…

 

Soms denk ik dat het mijn opdracht is nu voor twee te leven. Dat ik het daarom zo met al mijn zinnen, al mijn krachten doe…

bevroren vrucht opengebarsten rijp

‘Awakening’ © Jaap Berghoef Photographic Impressionist

 

Dagen van na-bestaan is het dagboek van journaliste Joke Forceville-Van Rossum over de plotselinge dood van haar echtgenoot. Ze beschrijft het moeizame proces van het opnieuw inrichten van haar leven. De herkenning gaf mij indertijd veel steun. De kleine, ‘stomme’ dingen als inderdaad voor het eerst na de uitvaart weer boodschappen doen. Voor je eentje.

De ervaring van de schrijfster dat ‘alleen degenen die grote verliezen onder ogen zien, erin slagen hun leven opnieuw zin te geven’ was voor mij negentien jaar geleden de reden, vijf maanden na het overlijden van mijn partner, een rouwweekeinde te bezoeken. In dat weekeinde werd me duidelijk dat je na zoiets onvoorstelbaar heftigs als het verliezen van je partner niet ‘gewoon’ doorleeft; de draad weer oppakt – wat ik tot dat moment wel had geprobeerd.

‘Verwerken van verdriet biedt kennelijk kansen voor persoonlijke groei’, staat er op de achterflap van het dunne boekje. Rouwen is hard werken. Ik hoop ik met heel mijn hart dat G. ooit, op haar eigen moment, haar eigen potloodstrepen gaat zetten, en ooit op dezelfde manier kan terugkijken op de vreselijkste dag in haar leven als ik nu doe.

“De dood als zodanig is geen vijand. Je moet er niet aan denken dat wij mensen onsterfelijk zouden zijn. Het zou elke betekenis aan ons leven en aan de dag van vandaag ontnemen. Juist de eindigheid ervan maakt het leven zo kostbaar.” – Ds. Carel ter Linden

Bovenstaande quote komt uit een interview met hem in Trouw. Ds. Ter Linden was bezig een boek te schrijven over hoe om te gaan met mensen die rouwen, toen zijn vrouw ongeneeslijk ziek bleek te zijn. Als je wilt, kun je het HIER lezen.

 

Steentjes en stokjes

Soms spoelt er iets aan op jouw stukje van dat onmetelijke strand dat ‘leven’ heet, dat het waard is meer dan vluchtige aandacht aan te besteden. Op het moment dat je het ziet, is er meteen een flits van herkenning, van herinnering. Je pakt het op, stopt het in je jaszak, en je weet meteen waarom je zo dankbaar bent dat dit juist hier en juist nu op jouw kleine stukje strand bleef liggen.

Andersom kan ook: je pikt gevoelsmatig dat ene grijze steentje tussen al die andere grijze steentjes uit. Dat ene glad gesleten houtje tussen alle andere aangespoelde stokken op de vloedlijn. Je weet niet waarom, maar het zegt je iets. Het doet je iets. Pas na een paar dagen begint het te spreken, en weet je waarom je juist DIT vond.

Levensjutters begon ooit als ‘leven in Jutland’; een blog heel specifiek over onze plannen om in het noorden van Denemarken te gaan wonen. Inmiddels schrijf ik hier ook over heel andere onderwerpen, en gaat het eigenlijk in de breedste zin van het woord over alles wat zich zoal aandient in ons – inmiddels wel heel erg veranderde – leven, dat zich echter nog steeds hoofzakelijk in Nederland afspeelt.

Het feit dat onze weg naar het Gele Huis geen rechte snelweg is, maar een kronkelend pad vol onverwachte wendingen, maakt ook dat ik vaker stilsta en geniet van de tocht, in plaats van alleen maar naar het einddoel te willen. En schrijf ik dus steeds meer over de weg, in plaats van over de bestemming.

Op die weg kwamen de afgelopen periode veel ‘steentjes’ en ‘stokjes’ voorbij waarvan ik dacht dat de zee ze voorgoed weer had verzwolgen. Niet dus. Aangedragen door mensen, gevonden in herinneringen, getriggerd door ontmoetingen. Zoals oudste schoondochter, die dingen wil weten uit het pre-vaderloze tijdperk van oudste stiefzoon. Die met een ontroerende vanzelfsprekendheid elke maand bloemen legt op het graf van de haar onbekende schoonvader, waarna ze hetzelfde doet op het graf van haar dochter.

Zoals G., die kort geleden zonder enige waarschuwing weduwe werd. Het zoeken naar een boekje waar ik ooit veel aan had nadat ik zelf weduwe werd, brengt hier & nu veel naar boven. Zaken waarover ik wil schrijven. Dingen die ik wil delen. En zo werd de nieuwe categorie ‘Dagen van na-bestaan’ geboren. Waarin dus af en toe verhalen zullen verschijnen over verlies, dood, rouw, jezelf en de hele zin van het leven opnieuw uitvinden. Want ook dat hoort bij een juttersleven.

Soms vind je dingen die je misschien het liefste meteen zou willen terug smijten de zee in. Het heeft geen zin. De golven brengen het toch weer naar het strand. Tot je er naar wilt kijken, kunt kijken en – hoe clichématig het ook klinkt, het is gewoon waar – je het een plek kunt geven.

Mooi wit wiertje op een roestbruin en grijs strand

‘Reciprocity’ © Jaap Berghoef Photographic Impressionist

 

Aue, te aroha me te mamae

(o, de liefde, en de pijn)

 

Aan de vloedlijn het verwrongen skelet

van een zeemeeuw. Lege pantsers van krabben.

De lange, gestrande vangarmen van de kelp.

De golven zijn ingetogen.

Er brokkelt een stukje klei af

van het klif en valt in zee.

Het is een warme kalme dag,

goed om te wandelen.

Of te slapen in de zon.

 

(Uit de dichtbundel Stiltes bij verstek van de Nieuw-Zeelandse Keri Hulme)