‘De monteur kijkt ernaar en klaar is de kous’

Ter herinnering – nog altijd met een big smile – aan Michael Maria Bakermans, die vandaag 94 jaar geleden het levenslicht zag in Geldrop. Omdat hij op zijn geheel eigen wijze de laatste bladzijden van dit reisdagboekje 4 voor zijn rekening neemt. Aflevering 2: de eerste pech dient zich aan, maar dit wordt weer gecompenseerd door ‘hoi hoi hoi’ een verblijf in een hotel.

Laussane

Dinsdag 14 augustus

Vertrek Belfort 9.00 uur

KMS 30703

Weer is het 9 uur voordat we vertrekken. En eindelijk, de derde dag, hebben we de eerste pech. De koppeling werkt niet meer. 1 ½ uur zwoegen zonder resultaat. Leve de vacantie. Michel snipverkouden, mijn bult oververmoeid en de scooter in de garage.

Het valt erg mee. De monteur kijkt er even naar en klaar is de kous.

Die bult waar mijn moeder over schrijft is één van de overblijfselen van diverse scooter- en motorongelukken: (vermoedelijk) een verkalkte bloeduitstorting op de zijkant van haar dijbeen. Bij sommige weersomstandigheden, of als ze veel had gelopen, dan werd deze plek erg pijnlijk en ‘moe’ dus.

De reis is nu naar Lausanne. De omgeving is hier wunderbar. We hebben tot nu toe erg gezwijnd met het weer. Het zag er steeds dreigend uit en we zijn ook door plaatsen gekomen waar het erg geregend had, maar zelf hebben we geen regen gezien.

Het is vandaag geen goede dag voor ons Michael, want de kilometerteller is niet erg vooruit gegaan. Om half zeven gaan we slaapplaatsen zoeken en hoi hoi hoi in een hotel.

We gaan heel uitgebreid eten, het is werkelijk fantastisch (van m’n eigen centen), schweinefleisch mit pomfriet und salade. Daarna een potje biljarten en dan naar bed. Dit gebeurt allemaal in Cossonay. Zo zaaaalig.

Na hun huwelijk heeft mijn moeder blijkbaar de beschikking gekregen over haar eigen deel ‘huishoudgeld’. Mijn moeder heeft nooit ‘de bewilliging van haar man bekomen’ (aldus artikel 164 uit het toenmalige burgerlijk wetboek) om haar eigen kostje te verdienen. Of mijn vader nam artikel 160 nogal letterlijk en kort door de bocht: ‘De man is het hoofd van de echtvereniging’. Punt.

Ons Michael haalde weer ’n mooie stunt uit. De bazin van het hotel vroeg namelijk ‘Frühstücken Sie hier?’. Michael zei ‘Ja’. De bazin: ‘Wieviel Uhr?’ Michael: ‘Drei Schnitten’.

Vreemde talen en mijn vader, dat was geen succesvolle combinatie. Maar: hij probeerde het altijd wel gewoon, en het kon hem geen fluit schelen of het allemaal wel correct uit zijn mond kwam. Hier steekt mijn moeder nog een beetje de gek met hem. Jaren later had ze oprecht meelij met hem toen hij in Amerika een ‘strawberry cheesecake’ wilde bestellen, hij niet uit dat woord kwam en de man achter de balie hem resoluut oversloeg met de woorden: ‘Next one please?’ Ja, daar kan ik nu ook nog boos om worden hoor… Maar ‘life in the fast lane’ was ook niks voor mijn vader, en ik ben blij dat ik dat van hem geërfd heb 😉

Advertenties

‘Ik heb ’n uur op de baas moeten wachten’

Ter herinnering – nog altijd met een big smile – aan levensjutter avant la lettre Michael Maria Bakermans. Omdat hij op zijn geheel eigen wijze de laatste bladzijden van dit reisdagboekje 4 voor zijn rekening neemt. Aflevering 1: de aanloop naar waar het eigenlijk allemaal om draait.

MichelMoto

🙂

Zondag 12 augustus

Vertrek Eindhoven 8.30

KMS 30041

Het weer is onstabiel. We gaan via Weert-Roermond naar Heerlen. Ondanks herhaalde waarschuwingen vertikt Boerkamp benzine te tanken, dus zitten we midden in de stad zonder. Hij moet er met een blikje op uit om wat te halen.

Boerkamp? Nou, dat begint lekker. Ik hoor mijn moeder achterop zitten foeteren… maar je kunt altijd nog beter midden in de stad zonder benzine zitten dan midden in het niets.

Het is maar koud. We gaan nu naar Aken, na een kopje koffie aan de grens. Het weer wordt steeds beter. We zijn nu in Monschau, het is hier ook erg mooi. Vandaar naar Trier. Van de weg af links zien we een prachtige basiliek.

Ik geloof dat we heel wat km’s omrijden, want overal staat umleitung. In Dreisbach hebben we een jeugdherberg gevonden. We mogen niet met onze schoenen naar boven, ze vroegen of we pantoffels hadden.

Gezien het gebruik van ‘we’ in combinatie met ‘naar boven’ vermoed ik dat ze, nu ze een boterbriefje hebben, samen mogen slapen in jeugdherbergen. Dat waren dan nog steeds wel slaapzalen… en geen tweepersoons kamers.

Om half tien gaan we dan naar bed. De scooter mag je hier eigenlijk ook niet meebrengen.

Maandag 13 augustus

Vertrek Dreisbach 9.00 uur

KMS 30392

Vertrek met mist. Ik was om 7 uur present, maar heb minstens ’n uur op de baas moeten wachten. We gaan nu naar Saarbrücken. Dat is een echte lelijke fabrieksstad. Vandaar naar Strassbourg, daar drinken we een kop koffie. Vandaar naar Colmar. Het is prachtig zonnig weer. Als lunch gebruiken we ijs en cake.

Op de Lambretta konden ze natuurlijk geen kooktoestelletje meenemen om aardappels, groente en vlees te gaan kokkerellen onderweg. Dus dan moet je wat hè?

In Belfort hebben we een jeugdherberg. Er zijn hier meer nationaliteiten dan gisteren. ’s Avonds nog even de stad in.

Dat wachten op mijn vader – ik weet eigenlijk niet beter dan dat we altijd op hem moesten wachten. Soms leek het wel of hij het erom deed. Kijken waar onze tolerantiegrens lag…

route Lambretta

Geen routekaartjes deze keer (want de route naar het zonnige zuiden kennen we nu wel), maar een keurig lijstje in het strakke, technische handschrift van mijn vader

Met de Lambretta naar de Rivièra dei Fiori

Als mijn vader nog geleefd had, was hij komende dinsdag 94 geworden. Met 80 was het echter op, mooi geweest, genoeg geleefd & intens genoten. Van grote, maar vooral ook van de kleine dingen des levens. Hij was een levensjutter avant la lettre. Ging altijd zijn eigen weg (=dreef zijn eigen zin door), schuwde het avontuur niet (=was soms levensgevaarlijk bezig), gaf voorkeur aan het eenvoudige boven het luxe – indertijd was dat over het algemeen niet de prioriteit van mijn moeder of mij. Met mijn vader was het nooit saai.

Ter ere van hem vanaf morgen weer even een duik voorbij de horizon in het verleden. Naar 1956 om precies te zijn. Ze zijn inmiddels vier jaar getrouwd, de Topolino is niet meer, maar de zucht naar zon, zee en zand is onveranderd. Dus opnieuw zakken ze af naar het zonnige zuiden, opnieuw naar de Italiaanse bloemenrivièra, maar deze keer op een grijze Lambretta, een inmiddels iconisch scootermerk.

1950lam125LC

Lambretta is het merk dat Innocenti, opgericht door Luigi Innocenti, voerde voor de voertuigdivisie van het bedrijf. Voor de Tweede Wereldoorlog was Innocenti een fabrikant van steigerpijpen en getrokken buis. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de productie voornamelijk voor oorlogsdoeleinden ingezet, zoals bij alle fabrieken die werden genationaliseerd.

Al tijdens de laatste jaren van de oorlog zag Innocenti mogelijkheden voor een nieuwe markt: motorscooters. Goedkoop en betrouwbaar vervoer, zonder de nadelen die motoren toen hadden. Mobiliteit moest bereikbaar worden voor de grote massa. Deze mobiliteit werd in de vorm van een scooter gegoten, en samen met de Vespa leidde dit tot de ongekende populariteit van de scooter in de jaren vijftig. De naam Lambretta komt van de rivier de Lambro die langs de Innocentifabriek stroomde.

De greep naar kleine goedkope vervoermiddelen bleek een gouden greep. De producten van Innocenti bleken uitermate betrouwbaar en daarnaast erg concurrerend geprijsd. De prijsstelling was op een niveau dat het voertuig voor iedereen bereikbaar was. De successen bleven daarom niet uit. Er zijn door de jaren heen verschillende modelseries op de markt verschenen, de wellicht meest bekende modelseries zijn: D en LD serie, met motoren van 125 en 150 cc. (bron: Wikipedia)

Voor mijn ouders gold die betrouwbaarheid zeker. Dit zou namelijk gewoon een heerlijk relaxte zonvakantie worden, zonder al te veel pech. In krap drie weken legden ze weer ruim 3000 kilometer af, op dit scootertje dat – voorzien van drie versnellingen – een maximale snelheid kon halen van 65 tot 70 km per uur. Het verbruik van zo’n Lambretta was 1 op 50. Met een tankinhoud van 6 liter konden ze dus zo’n 300 kilometer verder komen – als mijn vader op tijd tankte.

Dit dagboekje is het meest bescheiden boekje qua formaat, en dat geldt ook wel voor de avonturen. Het venijn, én de verrassing, zit ‘m deze keer vooral in de staart. De laatste bladzijden van dit reisdagboekje worden gevuld door mijn vader, met volzinnen waarbij je vergeet adem te halen. Maar eer het zover is stappen we morgen eerst lekker bij hem achterop de Lambretta.

 

riviera di fiori

Narcoseblues

Gelukkig kan ik heel goed niks-doen. Geleerd een paar jaar geleden toen ik niks-mocht-doen. Dus de afgelopen week, na een kleine operatie, heb ik die draad van toen weer makkelijk opgepakt. Zeker na de ‘scheiding’ met Jaap twee weken eerder, waarin we allebei erg druk zijn geweest, was het een verademing samen even niets te hoeven, niets te moeten, alleen maar bijkomen en zorgen voor elkaar. Nou ja, Jaap een beetje meer voor mij dan ik voor hem.

De schrik over de bult in mijn bil, die op papier ineens werd gepromoveerd tot weke delen tumor, is wel voorbij. Zo gaat dat nu eenmaal. Je hebt een knobbeltje, wilt weten wat dat is en raadpleegt de huisarts. Die voelt en knijpt en vraagt of ik hard gevallen ben, of me ergens hard aan gestoten heb, en weet het ook niet en schrijft dan een echo voor.

De radioloog vraagt vervolgens dezelfde dingen terwijl hij met de barcodescanner over de bult blijft wrijven en komt tot dezelfde conclusie als de huisarts.

De radioloog probeert zo neutraal mogelijk te blijven als hij uitlegt hoe het vervolg nu geregeld moet worden. Hij stelt een MRI voor, echter: dat mag hij (verzekeringstechnisch) niet voor mij aanvragen, want dat zou neerkomen op klanten werven voor zijn eigen winkel. Ook de huisarts mag geen verwijzing voor een MRI schrijven. Dat is voorbehouden aan een medisch specialist. En in mijn geval wordt dat dan de oncologisch chirurg. Klinkt logisch.

De radioloog belooft voor de middag nog contact op te nemen met mijn huisarts voor de verwijzing naar de chirurg, hij raadt mij aan dat ook nog even te doen, waarna de chirurg dan een verwijzing voor een MRI in gang kan zetten. Als ik de huisarts bel krijg ik een zeer bezorgd klinkende waarneemster aan de lijn. Of ik me geen zorgen maak. Gezien mijn voorgeschiedenis. Nee. Ik ga me pas zorgen maken als de uitslag bekend en slecht is.

Ik heb baarmoederkanker gehad. Maar dat was al weg, voordat ik wist dat ik het had gehad. Mijn baarmoeder is enkele jaren geleden verwijderd vanwege myomen, en achteraf werd bij toeval ontdekt dat zich in de baarmoederholte ook kankercellen bevonden. Vervolgens moesten een maand later de eierstokken alsnog en preventief verwijderd worden. Niet fijn, maar een voordeel was dat ik geen radiotherapie of chemo nodig had. Dit voorjaar heb ik de laatste controle bij de gynaecoloog gehad; na 5 jaar werd ik kankervrij verklaard.

Afgelopen maandag is bij mij dus een gezwel bij de bilspier verwijderd. Wat de aard van deze tumor is, weet ik nog niet. Volgens de chirurg hoef ik me geen zorgen te maken, en ik vertrouw graag op zijn jarenlange ervaring. De operatie is meegevallen. Ik had weinig pijn. De wond geneest snel en goed. Komende maandag ga ik rustigaan weer aan het werk, alles weer bijna normaal. Tot zover het fysieke.

Maar dan is er ineens de narcoseblues. Een tomeloze moeheid en droefheid overvalt me, onverwacht. Na een week van rust, inkeer, ontgiften, samen op de bank hangen, dringt op deze grijze, druilerige vrijdag ineens alle onrust van de wereld en ver daarbuiten door. Er is niet alleen in mijn vel gesneden, ook mijn energetisch lichaam is beschadigd geraakt. En dat soort ‘wonden’ heelt wat lastiger…

resurgence

‘Resurgence’ (Foto: Jaap)

Nyhavn 17: een ander geel huis…

Het is enkele maanden na het plotselinge overlijden van mijn vorige partner dat ik een tatoeage laat zetten. Tot grote schrik en afschuw van mijn ouders, ondanks de ‘boodschap’ van de tattoo. Het is een vlinder. Symbool van verandering en vooral ook gekozen vanwege een favoriete quote: ‘Wat de rups het einde noemt, noemt de rest van de wereld een vlinder’.

De reden voor de afschuw en de griezels die vooral mijn moeder bekruipen als ze mijn vlinder ziet, lees ik kort geleden in een van de reisdagboekjes. In 1958 reizen ze door Scandinavië en bezoeken ze ook Kopenhagen, de woonplaats van vrienden die ze eerder in een jeugdherberg hebben ontmoet. Op een avond gaan ze met z’n vieren naar Nyhavn.

Eind jaren vijftig was het daar nog ‘luguber en sinister’, en niet alleen volgens mijn moeder. De oude havenwijk van Kopenhagen was toen nog gewoon een oude havenwijk (ondanks de naam Nieuwe Haven), waar het uitschot der aarde rondhing. Dieven en ruige zeebonken bezochten hier de hoeren in de vele louche cafés. Onder de Denen was het gezegde: je weet dat je in Nyhavn terecht bent gekomen op het moment dat je een mes tussen je ribben voelt.

tattoojack

Tattoo Jack – bekend geworden door zijn vrouwenportretten en voorganger van Ole – aan het werk in Nyhavn 17. (Foto Inge Ejstrup)

Lees even mee wat mijn moeder, toen een 30-jarige, keurige jonge vrouw uit een Eindhovens arbeidersgezin – die overigens inmiddels al best wel wat van het leven gezien had – schreef:

Nu gaan we de havenwijk van Kopenhagen in. Ik vind het erg luguber en sinister. Een of andere dronken knul klampte mij aan, Rita en Kinge zeiden toen: ‘Kom, snel doorlopen, want die vent zoekt ruzie’. Michael wou graag zien hoe je getatoeëerd werd, maar ik had zo’n spijt dat ik mee naar binnen ben gegaan, want dat was zoiets engs.

Er waren ’n Vader en Moeder met kind, die kwamen om hun kind te laten tatoeëren. Dat zoiets bestaat had ik niet kunnen denken. Het was gewoon verschrikkelijk. Van ’n dronken matroos kan je je zoiets nog voorstellen, maar dat een mens met z’n volle verstand zoiets doet! Ontzettend!

Volgens mij moet je daar een reuze infectie oplopen, want het bloed liep er aan alle kanten uit. Ik was blij dat we uit die wijk weg waren. Want wat je daar zag, daar zijn geen woorden voor te vinden.

nyhavn 17

Het Gele Huis in het oude havenkwartier van Kopenhagen: Nyhavn 17

Tegenwoordig is Nyhavn een hip en kleurig uitgaansgebied vol populaire restaurants, waar niet alleen toeristen maar ook de lokale bevolking komt om te ontspannen, en waar je zowel gezinnen als ontwerpers en kunstenaars vindt. En één van de meest iconische plekken hier dreigt het nu af te gaan leggen tegen de ver-‘hip’-ping van dit gebied: de tattooshop waar mijn moeder 60 jaar geleden de griezels kreeg: Tatovør Ole, de oudste nog in bedrijf zijnde tattooshop ter wereld. Een eeuw lang (tot 1975) was dit bovendien de enige plek in heel Scandinavië waar je een tatoeage kon laten zetten.

Gevestigd sinds 1884 in de kelder van Nyhavn 17, een opvallend geel gebouw met rode letters. De eigenaar van het gebouw wil de huur met de tattooshop niet verlengen, ten gunste van een nieuwe keuken voor een van de vele moderne restaurants. Alsof die er al niet genoeg zijn, terwijl dit het laatste overblijfsel is dat herinnert aan het verlopen verleden van dit havengebied. Een smetje op het o zo hyggelige blazoen van dit trendy stukje Denemarken?

De winkel heeft vele tatoeëerders gekend, maar Ole is wel de bekendste. Hij werkte hier vanaf 1947, nadat Jack in de gevangenis was beland vanwege drugshandel, en verwierf wereldfaam vanwege zijn scheepstatoeages. Van over de hele wereld kwam men naar ‘Tattoo Ole’ om zo’n schip te laten inkten. En het was niet alleen het schuim der aarde dat hier kwam: ook koning Frederik IX, de vader van de huidige koningin Margarethe, liet hier door Ole zelf een tatoeage zetten. Hij werd de ‘zeemanskoning’ genoemd: niet omdat hij zo van zeilen hield, maar omdat hij van top tot teen getatoeëerd was 🙂

 

Kong Frederik 2

In 1951 verscheen in magazine LIFE een artikel met een shirtloze Koning Frederik IX, trots zijn lichaamsbouw en zijn uitgebreide collectie tattoos showend, waaronder het handwerk van Tattoo Ole.

De huidige eigenaresse van ’s werelds oudste tattooshop is Majbritt ‘Lille Ole’ Petersen. In de lange rij van tatoeëerders is zij de eerste vrouw. Zij gaat er alles aan doen om de 133-jarige geschiedenis van haar winkel, waar mijn ouders heel even deel van uitgemaakt hebben, levend te houden. Op 14 september dient haar zaak voor de rechtbank, waarin ze zal pleiten voor het behoud van dit unieke stukje Deense geschiedenis. Om dit kracht bij te zetten is er ook een petitie gestart. Ik heb getekend. Jij ook?

PS: Het reisdagboekje ‘Jutland, Noorwegen, Zweden’ uit 1958 komt natuurlijk nog een keer compleet aan de orde. En om nóg een tipje van de sluier op te lichten: mijn moeder besluit dit boekje met: ‘… en dit is dan weer het besluit van de mooiste vacantie van ons leven’. Ondanks, of misschien stiekem ook wel een beetje dankzij, Tatovør Ole…

 

 

 

De man en het huis

‘De volgende keer moeten we de meidoorn snoeien!’ krijg ik als tekst bij een foto van een open voordeur. Het is voor het eerst dat-ie open is, dat er mooi licht uit het noorden de kamer binnenstroomt. Gelukkig maar dat er nog iets te doen overblijft voor een volgende keer 🙂 En voordat we ‘m gaan snoeien, gaan we natuurlijk eerst de bessen oogsten. En appels plukken, want de boom hangt dit jaar vol, in tegenstelling tot vorig jaar toen we er welgeteld maar twee hadden. Appels, dus.

Er wordt dus geen aanrechtblad besteld, maar er is ook nog genoeg af te maken voordat Jaap weer naar huis komt. De voordeur schilderen, in de kleur die mogelijk de nieuwe kozijnen straks ook krijgen: leisteengrijs. Het lijkt alsof deze kleur een blauwzweem heeft met bepaalde lichtval.

In de omgeving zien we veel gele huizen zoals het onze, met witte deuren en kozijnen. Dat vind ik saai. Andersom zien we ook wel witte boerderijtjes met blauwe kozijnen. Geel met blauw is geen gangbare combinatie blijkbaar, evenmin als geel met grijs. Wij vinden het wel mooi. Lekker pittig, en anders.

Jaap verft het laatste stuk van de muur aan de zuidkant. De gevallen pruimen schuift hij op een hoop als lokaas voor de slakken – die zijn blijkbaar gek op pruimen. Door het elke ochtend en avond ‘rapen’ van slakken krijgt de pompoenplant een herkansing: er vormt zich nieuw blad. Wie weet: komt er ook nog een bloem en een vrucht.

Hij maait het gras nog een keer lekker kort. Hakt nog wat hout. Stort beton om de eerste voet voor de paal van het ‘washok’ . Koopt vast een lading hout waarmee we een deel van de oost- en de noordgevel willen betimmeren annex isoleren. Op deze gevels komt in de winter de koudste wind, en dat is met name in de badkamer te voelen. Aan de binnenkant isoleren is niet echt een optie: dan blijft er geen badkamer meer over.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Jaap oogst nog meer pruimen, én rozenbottels van struiken in de duinen, én nog wat aardappels uit de voormalige zandbak. Die hebben we vandaag, gezellig weer samen, verwerkt. Tot pruimenmoes (gekruid met gember en citroengras), tot rozenbottelcrème (gemixt met een scheutje vlierbessensap) en tot ons avondeten. Heerlijk hoor, weer samen bezig zijn zo. We hebben het allebei gemist.

Door zo intensief in zijn eentje met en rond het huis bezig te zijn geweest, heeft Jaap tijdens dit verblijf een andere band met het Gele Huis opgebouwd. Ik kan het me heel goed voorstellen. Als we er met z’n tweeën zijn, ligt de nadruk meer op ons samen. Nu was het echt ‘de man en het huis’. Het zou de titel van een boek kunnen zijn 😉

Jaaps dagje vrij gaat niet door

Ineens is er paniek in de tent. Na alle zorgvuldige voorbereidingen (zeg maar gerust wikken en wegen tot deze eeuwige twijfelaar een ons weegt) betreffende de nieuwe keuken staat Jaap klaar om de ruim vier uur durende reis – twee uur heen, twee uur terug, een relaxdagje dus 😉  – naar Ikea Aalborg te ondernemen om daar een Mollekulla maatwerk keukenblad te gaan bestellen, als hij bericht: ‘Ben je je ervan bewust dit fineer is??’

Het begon allemaal met de vloer. We waren eigenlijk helemaal niet van plan de hele keuken te vervangen, maar wel de vloer. Dat lukte uiteindelijk niet (we hadden wel een bijzondere kerst) Om vervolgens op z’n minst een nieuwe vloerbedekking te leggen was het wel zo handig om alle kastjes eerst te verwijderen. Dat deden we afgelopen mei. Kastje voor kastje peuterde Jaap onder het aanrecht weg, zodat we het blad konden laten liggen en we gewoon konden blijven koken en afwassen. Met elke gesloopte kast kwam er ook een stuk vloer vrij, waar de resten van het oude linoleum-met-vloerbedekking-erop plaats maakten voor planken.

Ziehier even een terugblik op die werkzaamheden:

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Maar ja: eruit peuteren zonde schade lukt natuurlijk niet. Toen besloten we dus maar om dan ook meteen de hele keuken te vervangen, en voordat ik daar uit was… Op zo’n moment heb ik een hekel aan mijzelf hoor. Zullen we dit… of nee, toch maar dat… beetje strak, of juist heel erg landelijk, of gejutte kromme planken en geblokte gordijntjes in plaats van kastjes… Het zijn uiteindelijk eenvoudige witte kasten geworden. In ons kleine keukentje hebben we rust nodig en geen rare uitspattingen.

We leveren een dubbele bovenkast, twee onderkasten en de oven in – hoeveel keukenspullen heb je uiteindelijk nodig als je de meeste tijd met z’n tweetjes bent? In plaats van een heul kleine keuken met heul veul kastjes en plankjes en randjes en rommel hebben we nu nog steeds een kleine keuken, die echter superruim oogt. Want: slechts 2.80 meter aanrecht met daaronder wasmachine, koelkast, 2 keukenkastjes en verder niks – nou ja: twee ondiepe inbouwkasten aan de andere kant die straks ook één rustig geheel zijn in plaats van een rare hoek met een ver uitstekende koelkast bovenop een losse lade.

Maar ja: het oude blauwe blad lag (en ligt) er dus nog steeds, en daar zouden we ook eens gedegen over na gaan denken. Uiteindelijk kwamen we op massief hout uit, en vanwege de eiken vloer dan ook een eiken aanrechtblad; ook weer vanwege die rust in een kleine ruimte. Met een staaltje van de vloerplanken togen we in Nederland naar Ikea en kwamen we dus op Mollekulla uit. Maar nu, op het allerlaatste moment, komt Jaap er achter dat dit 3mm eiken op spaanplaat is, en willen we dat?

Koortsachtig mailen we heen en weer. Wat nu? Het was de bedoeling dat Jaap het blad in Aalborg zou bestellen, zodat het in oktober, als we er weer samen zijn, geleverd kan worden en veel belangrijker natuurlijk: op de nieuwe kastjes gemonteerd kan worden en dan is de keuken klaar. Leuk plan, maar het gaat niet door. Hoe graag ik bij ons volgende bezoek ook een nieuw aanrecht wil kunnen plaatsen, we gaan nu niet overhaast te werk. Jaap gaat niet naar Aalborg, dat doen we in oktober samen.

Dagdromen over een eigen bos

Al ruim anderhalf jaar geleden las ik erover bij Mathilde op haar blog en nu riep de cover van het boek wel heel hard: ‘koop mij’. Een leuk, onverwacht presentje in de brievenbus voor mijn eenzame, harde werker in het Gele Huis. ‘Het ideale boek voor iedereen die een echte man wil zijn’ is nou niet meteen de slogan waarvan het Jaap warm om ’t hart wordt, maar voor het overige leek mij De man en het hout van de Noorse schrijver Lars Mytting wel echt iets voor hem.

En gelukkig: Jaap is er blij mee. Welke man die van hout hakken en fikkies stoken houdt, ook niet? Nu nog dat stuk grond naast ons van ‘strobalenbuurman’ Alan overnemen en daar ons eigen bos(je) gaan ontwikkelen… Het is een raar strookje land, tussen ons en de oosterbuurman, dat eigenlijk te krap is om te bewerken voor de steeds groter wordende machines. Maar ja: eer daar een beetje bomen van formaat staan, zijn onze aanstaande eventuele kleinkinderen van onze leeftijd… Voorlopig dus nog een beetje dagdromerij.

2017-08-26 11.52.09

Helemaal linksboven onze westerburen, dan ons postzegel-stulpje en rechts onderin de oosterbuurman. Het stuk land tussen ons en de oosterbuurman is ons droombosje 😀

Eerst maar eens al die andere dingen ‘af’ voordat we ons in een nieuw project ‘bos’ storten… Omdat er nog een halve baal stro over is, koopt Jaap een paar rollen stevig karton. Weer een paar vierkante meter afgedekt! Ben wel heel benieuwd wat Odin doet de eerstvolgende keer dat we hem in de Deense tuin loslaten… (als ik hem was, zou ik erin gaan liggen rollen. Maar willen wij dat? 😉

Elke avond geniet Jaap van het enorme kabaal dat de overvliegende ganzen maken, als ze hun rustplek gaan opzoeken in de Agger Tange. Dat is ook het enige kabaal dat hij hoort; voor het overige geniet hij ook vooral van de heerlijke stilte. Geen snelweg, geen buren… Nou ja, af en toe een combine bijna in de achtertuin… Na een week doorbikkelen neemt Jaap ook lekker een ochtend ‘vrij’ om in de omgeving weer wat nieuwe foto’s te maken. De winkel heeft immers behoefte aan verse voorraad, dus in oktober kunnen we dan mooi wat nazomerfoto’s op hout meenemen. Zoals de foto bovenaan: Cold veils of the night – Agger Tange op een frisse nazomeravond.

’s Middags gaat de voordeur eraan. De oorspronkelijke voordeur, die net als de enige deur die we nu kunnen gebruiken uit twee delen bestaat: een binnen- en een buitendeur. De binnendeur is met plakband dichtgeplakt, omdat de buitendeur zo rot is dat de noordenwind anders vrij spel in de woonkamer heeft. Dit was ook weer zo’n klus die we maar voor ons uitschoven, deels vanwege het weer, en deels omdat we bang waren voor wat we aan zouden kunnen treffen als we de boel los zouden maken en we vervolgens onvoldoende tijd zouden hebben om alles te herstellen.

Maar Jaap heeft nu tijd, en met een ferme 1,2,3-in-godsnaam-draai van de schroevendraaier begint hij aan de stap-voor-stap-demontage van de buiten-voordeur. Het valt alleszins mee. Ja: die deur zelf is er slecht aan toe, en tussen beide deuren zit vooral spinrag, maar verder komt hij geen onaangename verrassingen tegen. In de timmerwerkplaats (de vlonder voor de huidige voordeur) wordt fluks een nieuwe deur gezaagd, gelijmd en geschroefd en ’s avonds gaat-ie meteen in de grijze grondverf.

Het wordt een tijdelijke buitendeur. We weten nog niet of we hier een deur willen houden, of die deur dan ook weer te gebruiken moet zijn, of dat we hier (dubbel) glas willen hebben. Mogelijk een combinatie: een raam van het dak tot de grond, met aan de buitenkant geen deur, maar twee luiken. Het is hét moment om te gaan experimenteren met wat de nieuwe kleur van alle (nieuwe, met dubbel glas) kozijnen moet gaan worden. Want deze kleur blauw zit helaas niet in het standaard assortiment van de kozijnenmaker en zou ons een fortuin gaan kosten – wat we niet hebben. Welke kleur het wordt?

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

 

 

 

Een tuin vol stro

Het is augustus 2017. Het is het jaar waarin we veel te weinig (naar onze zin) tijd kunnen doorbrengen in het Gele Huis, maar verder hoor je ons niet klagen hoor. Jaap klust lekker door, en in tegenstelling tot bij mijn vader gaat bij Jaap alles – saaaaai! – goed. Aflevering 4: Balen!

De lijst met kleine en grote klussen waar Jaap zijn dagen mee vult, groeit. Tja, in, aan en rond een huis van ruim 200 jaar oud, waarvan de vorige bewoners te oud werden om nog erg veel onderhoud te kunnen plegen, is altijd wel wat te doen.

Af en toe zakken we zowat tot de enkels tussen de planken van de vlonder voor de voordeur (eigenlijk staldeur aan de zijkant, maar de echte voordeur aan de voorkant is vastgeschroefd en –geplakt en dus niet meer als zodanig in gebruik), dus de rotte planken worden vervangen. Tijdelijk, totdat we weten wat we nu precies voor vloer daar willen.

 

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Jaap gaat fruit wecken! Normaal is dat mijn klusje, maar met kilo’s rijpe pruimen en moi op 800 km afstand en andere bezigheden buitenshuis hebbende, moet hij wel. Ben zeer benieuwd naar het resultaat – maar dat komt ongetwijfeld goed. Jaap is een creatieve kok.

Verder wordt, als de muren weer een beetje drogen na de nodige buien die het land van de buurman meteen blank zetten, verder gegaan met het weer echt geel maken van ons Gele Huis en begint Jaap met de voorbereidingen voor het maken van een overdekte waslijn annex houtopstapelhok. Het oude hems-luik wordt uit elkaar gehaald, en het hout hiervan hergebruikt Jaap voor het maken van een bekisting om beton in te gieten voor de palen van het hok. We hebben en willen (nu, en ook in de toekomst) geen wasdroger, dus alle was zal zoveel mogelijk buiten moeten drogen, en gezien het weer is een wind-maar-geen-regen-doorlatend halfopen hok dan geen overbodige luxe.

Tussen al die bedrijvigheid door maakt Jaap kennis met de eigenaar van al het land om ons heen, Alan. Hij woont even verderop ten noorden van ons, en hij heeft strobalen voor ons. Hij komt de eerste netjes afleveren met de tractor, en dan is het aan Jaap om deze massa te ontmantelen, los te peuteren, en in een dikke laag over het karton te verspreiden. Zowel karton als stro vergaat langzaam, en als het goed is kunnen we tegen de tijd dat van beide niets meer over is – evenmin als van het gras daaronder – beginnen met compost aanbrengen en de moestuin gaan vullen!

Kruiwagen na kruiwagen wordt de baal los gepulkt en over de afgedekte tuin verdeeld; staat toch een stuk gezelliger dan dat karton (en dan hebben we het maar even niet over het plastic 😦  ) Bij de baal is bovendien een pallet geleverd, dat we óók mogen houden, en daarmee is onze – voorlopig nog – tweedelige compost’bak’ ook compleet. Hij wordt driedelig, zodat je in één vak het verse spul kunt doen, één vak is voor het omwerken en garen van het spul en één vak is voor compost die klaar is voor gebruik.

En dat Jaap na gedane arbeid ook af en toe wel pauze neemt, is hierboven te zien 😉

 

Jaap’s træfoto’s doen het goed in Design Agger

Het is augustus 2017. Het is het jaar waarin we gaan toepassen wat ik eerder heb gelezen over permacultuur. Eindelijk ben ik blij dat ik niet eerder de fik heb gestoken in al die snoeihouttakjes. Het Gele Huis wordt voorzien van takkenrillen en vlechtwerkhekjes en we hamsteren karton. Aflevering 3: een muuranker, heb je dat nou echt nodig?

Jaap gaat als een speer met de zware, dikke cementverf. Dit zou de beste verf moeten zijn voor dit soort muren, en voor het soort weersinvloeden die aan deze noordwestkust gelden. Na de oost- en noordgevel is nu de westgevel aan de beurt; de gevel die het meest geteisterd wordt door wind en regen en zout.

Jaap heeft daar al eerder enkele reparaties verricht in het pleisterwerk, en als hij nu met de borstel over de muur veegt, veegt hij een – compleet verroest en verrot en niet meer als zodanig steun leverend – muuranker weg. Oeps. Gelukkig had deze al geen functie meer… Het ontstane gat wordt gerepareerd, voordat er een frisse laag Skagen Gul overheen gaat.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Na een ochtend hard werken gaat Jaap ’s middags zijn met fotografie verdiende loon ophalen in Design Agger, de winkel waar Jaaps ‘træfoto’s’ worden verkocht. Hij is er in het afgelopen seizoen de best verkopende kunstenaar. Wauw! We zijn allebei hartstikke trots.

Jaap wisselt zijn klussen af, zodat hij de volgende dag niet alleen last van zijn verfspieren heeft, maar ook van zijn spit- en plantspieren. Een van de rozenstruiken wordt getransplanteerd om plaats te maken voor een walnoot, en er gaan weer veel ‘Nijmeegse’ stekken de grond in: eikjes, esdoorns, beuken, laurierstruiken, kamperfoelie, passiebloem, winterjasmijn en munt voor de kruidentuin.

Tijdens vorige verblijven zijn we begonnen met het afdekken van een stuk gras. Het dient twee doelen: Konrad, onze huisoppasser, hoeft minder te maaien, en zo maken we de grond onder het gras klaar voor onze moestuin op basis van permacultuur-principes. Door het afdekken gaat het gras dood (dat duurt ongeveer een jaar), hoeven wij (nou ja: Jaap) geen graszoden weg te spitten en kunnen we straks op de ‘voorbereide’ grond bedden met compost gaan maken, met daartussen paden van houtsnippers en stro.

De verpakking van de bank lijkt veel ‘karton voor de tuin’ op te leveren, maar we blijven (helaas) ook plastic afdekzeil nodig houden.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.